Graffiti op zaterdag

25

Aflevering nr. 1230 - Ik heb het een paar keer nageteld omdat ik me zeker niet wilde vergissen, maar het klopt. Vijfentwintig jaar geleden - op 17 september 1988 - verscheen hier m'n eerste column. Toen ik na vijftien jaar in de States, in '96 naar België terugkeerde, veranderde ik de titel van de column en werd 'American Graffiti' gewoon: 'Graffiti'.

tmas

* * *

De grote zee beweegt me, drijft me voort, speelt met me als met wier op een steen in het water Uvavnuk (begin 20ste eeuw), 'Bewogen' (eerste deel)

* * *

In de jaren '80 leefde en werkte ik in Los Angeles. De toenmalige hoofdredacteur van deze krant vroeg me af en toe om over gebeurtenissen in Amerika te schrijven. Op een dag stelde hij me ook de vraag of ik misschien een wekelijkse column zag zitten. Ik beloofde niets, maar wilde het wel proberen, vertelde ik hem. Zo is het begonnen.

* * *

Ik wandel op Vermont Avenue. Vier jaar geleden liepen hier marathon-atleten, vandaag zitten politiewagens achter een gangster aan. Ik bevind me in een gevaarlijke buurt van Los Angeles. De graffiti van de Mexicaanse gangs en de kogelgaten in de verkeersborden laten daar geen twijfel over bestaan. Uit: 'American Graffiti', Aflevering nr. 1

* * *

Na een column of honderd begon ik het moeilijk te krijgen om wekelijks iets nieuws te verzinnen. Gelukkig ontdekte ik toen dat ik mijn onderwerpen niet te ver moest gaan zoeken, dat ik erop kon vertrouwen dat alles wat ik voor een stukje nodig had zich die week zou afspelen.

* * *

Ik stuurde mijn columns met de fax - e-mail bestond nog niet. Een faxmachine kostte toen een bom geld, ik mocht er gelukkig een van een vriend gebruiken die hem voor zijn zaak nodig had. Omdat ik de man niet te vaak wilde lastigvallen, stuurde ik maandelijks vier stukjes tegelijk vanuit zijn kantoor naar de krant. Op de actualiteit inspelen in de columns was daarom spijtig genoeg onmogelijk.

Enkele jaren later werden faxmachines goedkoper en kon ik thuis faxen. Probleem met de fax was wel dat mijn tekst niet altijd volledig tot aan de andere kant geraakte. De slotzinnen bleven soms in de machine hangen. Op de krant was er iemand die zelf conclusies voor m'n stukjes bedacht, zonder overleg met mij... Hij schreef slotzinnen waar ik niet gelukkig mee was, maar omdat ik de krant pas vier weken later in de bus kreeg, ontdekte ik de tekstverminkingen veel te laat. Dan zonk de moed me soms in de schoenen. Toch ging ik ermee door, aangemoedigd door de fijne reacties van lezers. De komst van het internet en e-mail enkele jaren later maakte alles veel gemakkelijker.

Wat het ook gemakkelijker voor me heeft gemaakt, is dat ik al die jaren op de hulp van mensen op de krant heb mogen rekenen die m'n teksten nalazen en corrigeerden, inhoudelijke verbeteringen suggereerden en me ook hielpen om de wekelijkse foto 'krantklaar' te maken. Ik ben hen heel dankbaar.

* * *

M'n eerste column ging over een wandeling in de straat naar de campus van mijn universiteit, dichtbij 'South Central L.A.' - ooit een goede buurt, maar tijdens de afgelopen decennia zwaar verloederd. Beruchte gangs als de 'Bloods' en de 'Crips' voerden er oorlog met elkaar. Dagelijks vielen er dodelijke slachtoffers.

Mijn universiteit lag tegenover het 'Coliseum', het stadion voor de Olympische Spelen van '84. De organisatoren hadden toen beloofd om de buurt leefbaar te maken, maar vier jaar na de Spelen was er niets veranderd. Daar ging m'n column over. In 1988 vonden de Spelen in Korea plaats. De beloftes die vier jaar eerder in Los Angeles gemaakt werden, waren al lang vergeten. Bij elke Olympische Spelen horen we nog steeds hoe verloederde buurten er wel bij zullen varen...

* * *

Buiten adem raak ik eindelijk aan de grote toegangspoort van het stadion, maar de portier laat me niet binnen. Na mijn eenzame marathon in de hitte van L.A. zit er voor mij geen ereronde in. Ik kijk naar duiven die rondjes boven het stadion vliegen, herinneringen over de olympische dagen van '84 komen me voor de geest. Een plastic zakje vliegt van links naar rechts, raakt in een stapeltje houten borden verstrikt. Uit: 'American Graffiti', Aflevering nr. 1

* * *

Niet enkel de technologie is in vijfentwintig jaar geëvolueerd, de man achter het computerscherm is ook niet meer dezelfde als toen. Als ik mijn oude stukjes herlees, zie ik dat aan m'n taalgebruik. Ik heb eerlijk gezegd de bovenstaande citaten uit mijn eerste column wat bijgeschaafd. Ook kwam ik vroeger harder, kritischer uit de hoek, denk ik. Maar waar ik anderen toen van beschuldigde, bleek achteraf vaak iets te zijn dat ik zelf - weliswaar in een andere vorm - ook ooit heb gedaan/gedacht...

* * *

Enkele weken geleden was ik met m'n zoon in Kopenhagen. In de column schreef ik over een avond in het Tivoli-park toen we door duizenden Groenlandse Eskimo's omringd waren. Een eerste kennismaking met hun cultuur.

Thuis bestelde ik boeken van en over de Groenlanders. Een bundel met eskimo-poëzie belandde pas enkele dagen geleden in m'n brievenbus. Daarin vond ik het prachtige gedicht 'Bewogen' van Uvavnuk, een mystica van de Iglulik Inuit (Eskimo).

* * *

Vanuit de nok van de hemel word ik bewogen, de krachtige wind jaagt door mijn ziel, draagt me mee, waardoor ik van vreugde sidder. Uvavnuk (begin 20ste eeuw), 'Bewogen' (tweede deel)

* * *

Dankzij deze column heb ik dingen ontdekt die anders misschien altijd voor me zouden verborgen gebleven zijn. Zo heb ik onder andere geleerd hoe ik met een wekelijkse 'deadline' moet omgaan, en met de paniek als ik enkele dagen voor publicatie nog niets heb gevonden waarover ik kan schrijven. In plaats van iets te forceren heb ik geleerd het stuur los te laten, het roer in handen te geven van de stroming van de grote zee en van de krachtige wind uit de nok van de hemel.

Dankbaar uw dienaar, Frans Baert

P.S. Good luck en tot ziens.