Potvis gaat heilige achterna

Print
Potvis gaat heilige achterna

Potvis gaat heilige achterna

Onderzoekers hebben maandag in Koksijde een 24 jaar geleden gestorven potvis opgegraven. Ze stelden vast dat het dier nauwelijks vergaan was. Helemaal verbazingwekkend is dat niet: de bijna duizend jaar geleden overleden Sint-Idesbald hield aan de miraculeuze werking van dezelfde kleigrond zijn zaligverklaring over.

In februari 1989 was potvis Valentijn een onverwachte toeristische troef voor kustgemeente Oostduinkerke. Het 17 meter lange, 25 ton zware mannetjesdier was op 12 februari aangespoeld op het strand van St.André, en lokte zoveel kijklustigen dat de brandweer hem moest bewaken. Nadien werd het dier begraven in Koksijde, een praktijk die pas nadien verboden werd.

Bijna een kwarteeuw later was burgemeester van Koksijde Marc Vanden Bussche (Open Vld) het verhaal nog niet vergeten. Het gereconstrueerde potvisskelet kon een trekpleister worden voor het nationaal visserijmuseum Navigo in Oostduinkerke, vond hij. De Universiteit Gent en het Tongerse bedrijf Zephyr werd gevraagd te onderzoeken of dat mogelijk was.

150 liter bloed

Maandag, toen de onderzoekers een stuk van het skelet probeerden op te graven, liep het fout. “We hebben nadien honderdvijftig liter bloed moeten wegscheppen, de huid zat nog op de potvis en pezen en spieren waren intact”, zegt Hedwig Snoeckx van Zephyr. De gravers werkten er drie uur aan om een rib uit het dier te halen. De universiteit van Gent zal er wellicht enkele maanden over doen om dat bot proper te krijgen en na te gaan of de beenderen sterk genoeg zijn om een skelet-reconstructie te maken.

STEF VANWOENSEL
Archieffoto JVDP