Graffiti op zaterdag

Langs de hemelkant

Print
Langs de hemelkant

Langs de hemelkant

Aflevering nr. 1198 - In december kocht ik voor het eerst in mijn leven een zak strooizout en een schep om sneeuw mee te ruimen. Het had toen al enkele dagen gesneeuwd en de winter leek zich koud en streng aan te kondigen. Maar na die eerste winterprik stegen de temperaturen en regende het weken aan een stuk. Strooizout en schep, een nutteloze investering.

* * *

Tijdens een wandeling in de winter van 1610 vroeg de beroemde wiskundige en astronoom Johannes Kepler (1571-1630) zich af welk nieuwjaarsgeschenk hij aan zijn beschermheer kon geven. Het begon plots te sneeuwen en enkele witte vlokken vielen op zijn jas. Hij bestudeerde met veel genoegen de symmetrische vormen van de sneeuwkristallen en schreef later: ‘Hier was het perfecte nieuwjaarsgeschenk, het mooiste cadeau dat een wiskundige aan iemand kon geven.’

* * *

Met een beetje geluk zouden we de lente zonder winterellende kunnen halen, hoopte ik met vele anderen. De sneeuwklokjes deelden mijn optimisme en staken ongewoon vroeg al het hoofd boven de aarde uit. De vogeltjes droomden van ‘nestas bigunnan’ en floten hun mooiste lied om zo een vriendje te kunnen verleiden. En ’s nachts sliepen we met de ramen open, zonder kou te lijden.

Een jaar zonder winter... ik zou ermee kunnen leven, dacht ik, al maakte mijn ecologisch geweten zich ook zorgen over een winter die geen winter meer was.

* * *

Op 29 januari 1833 viel er zware sneeuw en konden de sneeuwkristallen, met vormen die we al jaren niet meer gezien hadden, goed geobserveerd worden.
Doi Toshitsura (1789-1848), Japans krijgsheer, publiceerde in 1833 een boek met 86 afbeeldingen van verschillende sneeuwkristallen.

* * *

Beetje onverwacht dat er eindelijk toch nog sneeuw werd voorspeld. Die nacht deed ik af en toe het raam open om te zien of er al vlokken uit de hemel neerdwarrelden.

Pas rond een uur of één merkte ik dat het zover was. Het waren niet mijn ogen die de transformatie eerst konden waarnemen, maar mijn oren die een ander soort nachtstilte hoorden - een afwezigheid van geluid, met een andere vezelstructuur.

* * *

Zoals gebruikelijk, neem ik geen tijd meer om nog te eten of iets anders te doen, als er goede sneeuwvlokken beginnen te vallen.
Wilson Alwyn ‘Snowflake’ Bentley (1865-1931)

* * *

Na de eerste sneeuwval voelde ik me opgelucht, alles leek weer normaal. Het was weer winter in de winter, met vorst en sneeuw, dikke handschoenen en... strooizout en schep.

* * *

Wilson Alwyn ‘Snowflake’ Bentley was een Amerikaanse landbouwer en een ‘sneeuw-wetenschapper’ in de staat Vermont. Als tienjarige vroeg hij aan zijn ouders een microscoop. Zo’n instrument kostte toen al duizend dollar - een fortuin. Zijn vader was tegen, maar moeder slaagde erin om haar man te overtuigen.

Bentley begon tijdens de lange winters sneeuwkristallen onder de microscoop te bestuderen. Jaren later zou hij er als eerste in slagen om die kristallen ook te fotograferen - een aartsmoeilijke klus omdat de warmte van zijn adem de sneeuwvlokken dadelijk deed smelten. Hij maakte meer dan 5.000 foto’s en werd beroemd om de uitspraak: ‘No two snowflakes are alike’.

* * *

Nieuwe en mooie vormen zijn nog altijd even talrijk als toen ik met dit werk veertig jaar geleden begon. Een groot aantal kristallen lijken wel sterk op elkaar, toch heb ik nog nooit twee identiek dezelfde sneeuwkristallen gezien. Wat een vreugde dat alle toekomstige liefhebbers van sneeuwkristallen en van de schoonheid van de natuur, in deze schatkamer van vormen steeds nieuwe kostbaarheden zullen kunnen blijven ontdekken.
Wilson Alwyn ‘Snowflake’ Bentley, in de biografie van Duncan C. Blanchard (1998), p.173

* * *

Mijn vrouw bekeek de kiekjes die ik in het bos en aan de vijvers na de eerste sneeuwval had geschoten: “Er zitten er mooie bij, maar dat soort foto’s heb je vroeger al eens voor je column gebruikt”, meende ze. Ik moest haar gelijk geven.

Er zat ook een foto bij waarvan we beiden hielden, met zwarte boomtakken tegen de hemel. “Maar voor een column over sneeuw heb je dan een probleem, want er is geen vlok sneeuw op te zien”, merkte ze op. Opnieuw had ze gelijk...

“Ja, maar de sneeuw is er, maar hij ligt bovenop de takken, aan de ‘hemelkant’”, legde ik uit: “Ik denk dat de lezers dat wel zullen begrijpen...”

* * *

De Amerikaanse sneeuw-wetenschapper Nancy Knight, van het ‘National Center for Atmospheric Research’ in Colorado, publiceerde in 1988 foto’s van twee identieke, volledig gelijkgevormde sneeuwkristallen.

* * *

Ik kijk naar de voedertafel van de vogels en pieker over m’n column.

Er gebeurt van alles in de wereld - er is altijd ergens oorlog, droogte, een overstroming, onrecht, tragische incidenten. Nieuws... maar in essentie is het nooit iets nieuws, eigenlijk altijd hetzelfde. Nieuws, is ‘ouds’.

Ik vraag me af of het wel oké is om het in m’n stukje over sneeuwvlokjes, kristallen en andere luchtige dingen te hebben als de wereld er zo erg aan toe is.

Buiten is het een druk af- en aanvliegen van onze gevederde vrienden. Dat het op de vogellandings- en startbanen nog niet tot botsingen gekomen is, blijft verbazen. Deze namiddag zijn er plots grote aantallen vinken gearriveerd, een uurtje later kwamen de kepen. Geen meesjes of roodborsten. Ik moet dringend aan de slag om van deze column nog iets deftigs te maken, maar blijf liever naar de vogeltjes en naar het sneeuwlandschap turen.

* * *

al sneeuw,
’t was al sneeuw al dat man vand.

Guido Gezelle (1830-1899)

* * *

Enkele weken geleden zag ik aan de vijver een grote zilverreiger. De sneeuwwitte vogel stond in het water, viel op tegen de donkergrijze rietkraag.

Toen ik afgelopen woensdag ging wandelen, was de vijver bevroren. Vlakbij - uit het dichte struikgewas - vloog de witte vogel plots op. Zijn vleugelslag was onhoorbaar. Hij was ook haast onzichtbaar, raakte in zijn vlucht geen enkele tak. Hij verdween langs de ‘hemelkant’ van het bos. Was hij ooit echt hier?

Good luck en tot ziens.

Dr. Frans Baert