Japan: Kans op tsunami's onderschat, maar "voorbeeldig" na kernramp

Uit een voorlopig rapport van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) blijkt dat Japan de risico's op een tsunami bij zijn kerncentrales heeft onderschat. De Aziatische grootmacht krijgt dan wel weer een pluim voor het aanpakken van de nucleaire ramp die volgde na de aardbeving en tsunami van 11 maart.

kscherpenberg

Het IAEA stuurde experts uit Frankrijk, Rusland, China en de Verenigde Staten naar Fukushima. Een Brit coördineerde. Zij moesten onderzoeken hoe de meltdowns mogelijk waren.

Het team stelde uiteindelijk vast dat de kans op een enorme tsunami werd onderschat, want de muren die een vloedgolf moesten stopen, waren amper zes meter hoog. Zo konden de noodgeneratoren van de centrale makkelijk uitgeschakeld worden.

"Ontwerpers en uitbaters van kerncentrales zouden op een degelijke manier de bescherming tegen alle mogelijke natuurrampen moeten evalueren en er ook in voorzien", klinkt het in koor.

Het Japanse gedrag na het uitbreken van de ramp was naar verluidt "voorbeeldig". Wel pleit het IAEA voor het oprichten van een ervaren noodcentrum.

De Japanse regering heeft het rapport aanvaard. Een medewerker van de Japanse premier Naoto Kan erkende dat de procedures voor toezicht op de kerncentrales herzien moeten worden.

Het eindrapport zou later deze maand worden afgerond en wordt voorgesteld op een bijeenkomst in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

Meer over Internationaal Atoomenergieagentschap