Vredesinstituut: "Jeugdcriminaliteit stijgt niet"

Volgens een nieuwe studie van het Vredesinstituut is er geen bewijs dat de jeugdcriminaliteit stijgt of dat ze gewelddadiger wordt. Er is ook geen bewijs dat de daders op jongere leeftijd beginnen. "Dit zijn populaire mythes", stelden de auteurs van de studie, Stefaan Pleysier en Evi Verdonck, zopas in het Vlaams Parlement.

kscherpenberg

Wat zijn hun cijfers dan? Vier procent van de Vlaamse jongeren tussen 12 en 30 jaar zeggen dat ze in 2007 iemand zodanig in mekaar hebben geslagen dat die er verwondingen aan overhield, Iets meer dan de helft van deze groep deed dit slechts één keer, 0,3% meer dan drie keer. 2,4% zeggen dat ze in 2007 een wapen droegen en 1% deden dat meer dan drie keer. De auteurs beklemtonen dat ook 5% van de jongeren slachtoffer zijn van geweld. Ze stelden vast dat de daders vooral jongens tussen 16 en 22 jaar uit het bijzonder secundair onderwijs met een laag zelfwaardegevoel zijn.

Vandalisme is leuk

Het geweld van jongeren is meestal "experimenteel" en gebonden aan een bepaalde leeftijd. "Het is niet zo erg als mensen op basis van de mediaberichtgeving soms denken", luidde het. Volgens de onderzoekers verwerpen de Vlaamse jongeren unaniem seksueel en huiselijk geweld, maar vandalisme vinden ze "aantrekkelijk en leuk" omdat het zich meestal richt "tegen publieke eigendommen die van niemand zijn".

In een reactie zegde de Vlaamse Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen (foto) dat de interesse van jongeren voor vandalisme ontstaat "omdat wij jongeren veel te veel uit de openbare ruimte verbannen". Hij gaf skaters als voorbeeld. Volgens hem mogen die meestal alleen maar buiten de stad op afgelegen terreinen hun ding doen. Vanobbergen vond ook dat "er geen gebrek aan burgerzin is bij de jongeren" en het onderzoek wees volgens hem verder uit dat het "een heilloze piste is om het geweld in videospelletjes te willen verminderen door geweldloze games te ontwikkelen. Dat werkt niet", zo zegde hij. Alle sprekers waren het eens dat jongeren moeten worden betrokken bij het beleid tegen jeugdcriminaliteit.

De studie is heel selectief. Belangrijke recente literatuur die de vooronderstellingen van de studie niet steunt, werd niet verwerkt. Denken we slechts aan het onderzoek van Lieven Pauwels bij Antwerpse scholieren van de laatste twee jaren secundair onderwijs. Dat toonde aan dat één op de drie jongeren iemand had geslagen tijdens het voorbije jaar (met een minimale ernst en familie niet meegerekend). Ook de resultaten van de studiedag uit 2009, waar het NICC betoogde dat de jeugdcriminaliteit steeg in 2008, en die van Corinne Scoyer van de Antwerpse politie blijven onbekend bij de auteurs. Deze laatste studies brengen echter wel recentere cijfers dan de auteurs van het boek van het Vredesinstituut.

Voor meer informatie over deze studies, zie de expertenpagina van John De Wit.

Het boek zelf heet: JONGEREN EN GEWELD, 2011, Uitgeverij Acco, Leuven, 246 p.

JDW