Zon en Chinezen voorzien Congolees platteland van stroom

Dorpelingen in het noorden van Congo-Brazzaville kunnen hun lampen en elektrische apparaten voor het eerst in hun leven gewoon op het net aansluiten. De stroom wordt geleverd door een met Chinees geld gebouwde waterkrachtcentrale. Minicentrales en zonne-energie moeten dit jaar nog meer afgelegen dorpen uit het donker halen.

ibroeksteeg

De waterkrachtcentrale van Imboulou werd eerder deze maand officieel ingewijd. Maar Ngo, een stadje met zo'n 6000 inwoners op zo'n 250 kilometer ten noorden van Brazzaville, en nog een tiental andere plaatsen in de buurt, krijgen al sinds december vorig jaar stroom. De centrale heeft een vermogen van 120 megawatt, en dat maakt een heel verschil voor een streek waar tot hiertoe alleen dieselgeneratoren stroom leverden.

Stroom voor het noorden

"Nu we permanent stroom hebben, is ons leven helemaal veranderd", zegt onderprefect Aloïse Obambi. "Op sommige plaatsen is er nu warm stromend water – wat een zegen!" Maar het is vooral de economie die er wel bij vaart. "Ik verkoop nu gekoeld water en diepvriesproducten als kip en vlees", zegt de handelaar Sosthène Mpion Nkoua. "Vroeger ging dat niet."

Ook sommige dorpen in de buurt krijgen al stroom. "Voor het eerst is ons gezondheidscentrum goed verlicht", zegt Fulgence Nguié, een boer uit Inoni-Plateaux. "Sinds januari bied ik yoghurt en ijsgekoelde drankjes aan, en die zijn erg in trek bij reizigers", getuigt Sylvie Nkoussou uit Imvouba.

"Na Ngo komen ook de steden Gamboma, Oyo en Owando aan de beurt", belooft Albert Camille Pela, directeur-generaal van de Nationale Elektriciteitsmaatschappij. "Dat zijn plaatsen die in de vijftig jaar sinds de onafhankelijkheid nog nooit stroom hebben gezien."

Chinese investering

De waterkrachtcentrale van Imboulou heeft 170 miljard CFA-frank (258 miljoen euro) gekost. Congo heeft 15 procent van dat bedrag meteen voor zijn rekening genomen; voor de rest van de financiering kon het land op China rekenen. Maar de dam levert ook inkomsten op. Congo-Brazzaville moet nu veel minder stroom importeren uit de Democratische Republiek Congo. Volgens de regering spaart het land daarmee elke maand 355.000 euro uit.

Toch vrezen critici dat de investering niet doordacht is. "We hebben geen nood aan acties hier en daar, alles moet uitgaan van een nationaal energiebeleid", zegt Maixent Fortuné Hanimbat, de voorzitter van het Forum voor Bestuur en Mensenrechten in Brazzaville.

De stroom van de Imboulou-dam gaat ook naar de hoofdstad Brazzaville, maar voorlopig blijft de elektriciteitsvoorziening daar heel onbetrouwbaar. Volgens de regering ligt dat aan het aftandse stroomnet, dat 50 jaar oud is. Eind dit jaar zou de vernieuwing van dat net afgesloten moeten zijn. Dat kost ook een schep geld, en Congo moet zijn middelen zuinig inzetten. In het investeringsbudget van 355 miljoen euro waarover de regering kan beschikken, is 21,3 miljoen euro voorbehouden voor de elektriciteitsinfrastructuur.

Zonne-energie en minicentrales

Aan ambities is er geen gebrek. Vandaag is 45 procent van de mensen in de stad en minder dan 6 procent van de plattelandsbewoners in Congo-Brazzaville aangesloten op het stroomnet. Die cijfers moeten tegen 2015 stijgen tot 90 procent in de steden en 50 procent op het platteland, zegt minister van Energie en Waterkracht Jean Richard Bruno Itoua. Daarvoor rekent Congo onder meer op zonne-energie. Er loopt een project om in honderd van de vijfduizend dorpen zonnepanelen te installeren. Vooral scholen en gezondheidscentra zouden daarvan profiteren.

Daarnaast heeft de regering zeventien sites geïdentificeerd waar miniwaterkrachtcentrales met een vermogen van 50 megawatt zullen worden gebouwd.

Onderhandelingen met internationale geldschieters lopen, zegt Itoua. De plannen om het Congolese platteland van groene stroom te voorzien, kosten volgens hem 50 miljoen euro. Ook de gebruikers moeten betalen, maar zeker op het platteland zal de staat moeten bijspringen, zegt de minister. Er komen lagere tarieven en subsidies voor de installatie van zonnepanelen.

Bron: IPS

Beeld: Photonews

Meer over Congo-Brazzaville