Bijna helft plaatsingen in pleeggezin loopt fout

Bijna de helft van de kinderen die in een pleeggezin worden geplaatst, verlaat het gezin voortijdig en om een negatieve reden.

wverhaert

Johan Vanderfaeillie, pedagoog en psycholoog aan de Vrije Universiteit Brussel, bestudeerde in drie aparte onderzoeken de dossiers van 233 pleeggezinnen. "Over een periode van zes jaar eindigt 44 procent van de pleegplaatsingen met een breakdown. Dat zijn alarmerende cijfers", zegt Vanderfaeillie. "Pleegzorg is een waardevolle interventie. In vergelijking met andere uithuisplaatsingen is het zelfs de beste oplossing. Pleeggezinnen kennen meer warmte en stabiliteit, ze lijken het meeste op een normaal opvoedingsklimaat."

Maar, en met die boodschap jaagt Vanderfaeillie de pleegzorgsector al jaren op de kast: pleeggezinnen zijn kwetsbaar. Vooral oudere kinderen met probleemgedrag lopen meer kans op een breakdown, het voortijdig verlaten van het pleeggezin om negatieve redenen. Conflicten tussen biologische en pleegouders komen pas op een verre, tweede plaats.

Uit een andere studie die Vanderfaeillie deed en waarvoor hij twee jaar lang 49 pleegkinderen volgde, blijkt dat het probleemgedrag bij pleegplaatsing zelfs toeneemt. "Omdat de negatieve controle van de ouders toeneemt en hun steunend gedrag afneemt", stelt hij. "Er is een direct effect van het kind op het gedrag van de pleegouders."