Altijd werk in de bouw

Crisis of geen crisis, in de bouw is men altijd op zoek naar personeel. Gemiddeld zo'n 20.000 arbeiders elk jaar. Dat wordt nog eens bevestigd door een studie naar de trouw van arbeiders aan de sector, die vrijdag werd bekendgemaakt door de Confederatie Bouw.

wverhaert

Uit de meest recente cijfers - er werd vergeleken tussen juni 2008 en juni 2009 - blijkt een verloop in de sector van 22,5%. Van de 161.437 bouwvakkers die actief waren eind juni 2008, hadden een jaar later er 36.258 hun bedrijf verlaten. Van die 22,5% veranderde 8,8% binnen de sector van werkgever, terwijl 13,7% de sector verliet.

Logischerwijs kennen vooral kleinere bedrijven een groot verloop. Bedrijven met vijf of minder werknemers kennen een verloop van 37%. Grotere bedrijven, die hun personeel meer omkadering kunnen bieden, kennen een veel grotere trouw. De wegenbouw, de baggersector, schrijnwerkers en installateurs van sanitair en centrale verwarming kennen het laagste verloop. Het grootste verloop vindt men in de ruwbouw.

De instroom in dat jaar bedroeg 19.172 arbeiders: 11,9% van het totale aantal. Daarmee zit de sector opnieuw op het lage niveau van 1994. Arbeidsinhoud is de voornaamste reden om te kiezen voor een job in de bouw. Als reden voor vertrek worden arbeidsomstandigheden aangehaald, bijvoorbeeld de lange afstand van en naar de werf.

Een aandachtspunt in de sector is het tekort aan geschoold personeel. Problematisch is dat een deel van de afgestudeerden uit bouwrichtingen niet voor de sector kiest.