Lot van Japanse vluchtelingen nucleaire ramp onzeker

Tadanori Anzai en zijn vrouw Michiko verlieten hun stad Minamisoma langer dan een maand geleden om te vluchten voor nucleaire besmetting na de kernramp bij Fukushima in Japan. Ze leven nu 150 kilometer verder, maar weten niet of ze ooit nog terug kunnen.

ibroeksteeg

Het koppel reisde op 25 maart samen met zestig anderen naar het stadje Kusatsu, op uitnodiging van de lokale overheid. "Ik overleefde de verschrikkelijke aardbeving en tsunami die Fukushima die dag troffen", vertelt de 58-jarike Anzai. "Maar nu vind ik mijn situatie erger dan van diegenen die alles verloren bij de natuurramp."

Er zijn duizenden mensen zoals Anzai en ze worden in de volksmond "nucleaire vluchtelingen" genoemd. Ze moesten de bestraalde regio's ontvluchten en vonden onderdak in haastig opgezette evacuatiecentra.

De Anzais vonden samen met een ander gezin onderdak in de Nakamura Ryokan, een van de oudste herbergen in Kusatsu. "We werden er warm ontvangen en zijn extreem dankbaar dat we een plaats hebben om te leven. Maar hoe dan ook blijft de verschrikkelijke situatie dat ik niet kan terugkeren. En zijn er ons er bewust van dat we hier niet eeuwig kunnen blijven."

Dat wordt beaamt door Takashi Nakazawa van de lokale overheid. Hij legt uit dat de uitnodiging voor de gezinnen tijdelijk is, tot ze kunnen terugkeren. "Kusatsu is geen rijke stad die over de infrastructuur beschikt om nieuwkomers te ontvangen die werk en andere steun nodig hebben", zegt hij. "We doen wat we kunnen voorlopig, maar onze middelen zijn beperkt."

Kusatsu heeft 210 mensen opgevangen. Ze krijgen eetbonnen en andere bijstand. Anzai vertelt over de angst onder de nucleaire vluchtelingen over de toekomst, en hoe ze opnieuw op eigen benen zullen moeten staan. "Mijn eethuisje is gesloten. De ouders van mijn kleinkind wonen dichter bij ons huis, omdat ze moeten werken. Pas als we opnieuw samenleven, zal ik weer goed kunnen slapen."

Geen visie

Volgens rampendeskundigen ontbreekt het Japan duidelijk aan een visie voor de toekomst van de nucleaire vluchtelingen. "We kunnen geen lessen trekken uit vorige rampen, omdat grote groepen bewoners voor vele jaren niet terugkunnen", zegt hoogleraar Yoshiteru Murosaki, hoofd van het Departement voor Rampenonderzoek van de Kwansei Gakuin Universiteit.

Murosaki leidde een onderzoeksproject naar de heropbouw van steden en gemeenschappen na de aardbeving in Kobe in 1995. Het is niet enkel belangrijk om nieuwe woningen te bouwen, zegt hij, maar ook om voor werkgelegenheid te zorgen die aansluit bij de vorige functie van de slachtoffers. "Bovendien zijn gemeenschappen in Japan er afkerig van om lang verdeeld te blijven. Daarom werd na Kobe gekozen voor noodwoningen, dichtbij de oude huizen."

Maar dat beleid is totaal afwezig in de huidige Japanse politiek. "De overheid worstelt nog altijd met een penibele situatie op korte termijn en heeft geen antwoorden op lange termijn", zegt hij. Deskundigen vragen subsidies voor lokale overheden die nucleaire vluchtelingen opvangen.

Hoogleraar Ikuo Kobayashi pleit ook voor een meer humane manier om met de vluchtelingenproblematiek om te gaan. "In tegenstelling tot natuurrampen is het nu voor de vluchtelingen niet mogelijk om terug te keren. Daardoor lopen de emoties hoog op en kan de frustratie groeien in een situatie die op lange termijn uitzichtloos lijkt", zegt hij.

Bron: IPS

Beeld: Photonews

Meer over Japan