Limburgse missionarissen op koffie bij de bisschop

Het leven van een missionaris stopt niet na afloop van een missie. Zoveel werd maandag duidelijk bij de jaarlijkse lente-ontmoeting van de Limburgse missionarissen. De net geen tachtig paters en zusters raakten niet uitgepraat over hun werk.

“Intussen hebben de ngo’s in de ontwikkelingslanden de boel overgenomen. Maar mocht ik opnieuw voor de keuze staan, zou ik net hetzelfde doen. Eens een missionaris altijd een missionaris”, zegt scheutist Luc Colla.

De meeste Limburgse missionarissen op rust verblijven in een huis met collega-missionarissen. “Herinneringen ophalen kunnen we dus elke dag. Maar zo’n uitnodiging van de bisschop is altijd plezant. Dan kunnen we nog eens bijpraten met collega’s die we niet elke dag zien”, vertelt pater Colla uit Beverst. Hij werkte ruim 37 jaar met plezier in de Filipijnen.

Dat de job van missionaris dreigt te verdwijnen - de gemiddelde leeftijd van de genodigden ligt ruim boven de 70 jaar - vindt hij jammer. “Maar onrechtstreeks stuurt Limburg toch nog zijn zonen en dochters uit. Vanuit de missieposten waar wij hebben gewerkt, vertrekken nu missionarissen naar andere landen. Die uitwisseling van culturen blijft belangrijk.”

“Dat missiewerk vooral uit het kerstenen van mensen bestaat, is een groot misverstand. Dat was het in 1959 bij mijn aankomst in Taiwan al niet meer. Het komt er vooral op aan mensen te helpen. Een missionaris kan bijna alles. Lesgeven, bejaarden verzorgen, gastarbeiders begeleiden, het zijn maar enkele van de taken die ik heb gedaan. Over het geloof vertellen kwam daar bij”, zegt zuster Celine Kempeers (80) uit Lummen.

Voor haar staat het vast dat het missiewerk niet verloren gaat nu de Europese missionarissen bijna allemaal gepensioneerd zijn. “Artsen zonder Grenzen, Broederlijk Delen, 11.11.11, het zijn maar enkele van de organisaties die ons werk voortzetten. Dankzij hen blijft de christelijke ingesteldheid bestaan”, zegt de zuster.


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio