Magrittemania
02/06/'09
Onlangs publiceerde The New
York Times een top vijftig met
de belangrijkste evenementen
van het nieuwe toeristische
seizoen. De opening van het
Magrittemuseum (op 2 juni)
stond op de dertigste plaats.
In hoeverre pakt Brussel anno
2009 uit met de surrealistische
schilder?
1. Woonhuis in Jette
Brussel had eigenlijk al een expoplek
rond Magritte, maar dan kleiner van
opzet dan de gloednieuwe surrealistische
tempel aan het Koningsplein.
Verzamelaar en huisvriend André
Garitte kocht het huis in 1993 om er,
samen met de Antwerpse galerist
Ronny Van de Velde, een biografisch
museum van te maken.
In de gereconstrueerde woning, waar
de Magrittes 24 jaar verbleven,
begint het overzicht met een kinderfoto
van de kunstenaar om te eindigen
met zijn laatste ontwerpen.
Hoe
surrealistisch ook in zijn kunst, de
woning van Magritte ziet er heel
gewoontjes uit. Burgerlijk zelfs.
Boeiend om te zien hoe bepaalde
symbolen uit zijn schilderijen - het
venster, de vogelkooi, de trap - geïnspireerd
zijn op voorwerpen in huis.
Met achthonderd schilderijen, de
helft van zijn productie, voltrok zich
in Jette Magrittes creatiefste periode.
Hoewel hij vanaf 1933 een studio
had in zijn tuin, creëerde Magritte
zijn surrealistische beelden het liefst
in zijn woonkamer met vrouw, thee
en koekjes binnen handbereik.
Die plek vormde ook het hoofdkwartier
van de Belgische surrealisten die
er wekelijks verzamelden om ideeën
uit te wisselen, surrealistische spelletjes
te spelen of net voltooide werken
van Magritte van een titel te voorzien.
Om het tienjarig bestaan van het
museum te vieren vinden er dit weekend
speciale activiteiten plaats zoals
workshops, jazzconcerten en een
surrealistische fietstocht.
René Magritte Museum, Esseghemstraat
135, Jette (02-428.26.26).
www.magrittemuseum.be
2. Paleis voor Schone Kunsten
Het Paleis voor Schone Kunsten
(PSK) heeft steeds een neus gehad
voor talent. Na een teleurstellend
verblijf in Parijs en de in elkaar
gestuikte kunstmarkt lijken eind
jaren twintig donkere tijden aan te
breken voor Magritte.
In 1931 geeft
het Paleis voor Schone Kunsten in
Brussel hem evenwel de kans om met
drie werken deel te nemen aan de
expo L’Art vivant en Europe.
Twee jaar
later al wordt in het PSK Magrittes
eerste grote solotentoonstelling
georganiseerd met 57 doeken.
Daarop vraagt het Museum of
Modern Art (MoMA) in New York
hem deel te nemen aan een expo
(1936).
De ware internationale doorbraak
komt er in 1954 met een tweede grote
eenmanstentoonstelling in het PSK
en Magrittes deelname aan de biënnale
van Venetië.
Een jaar voor zijn
overlijden bedenkt het MoMA
Magritte zelfs met een retrospectieve
die Amerika zal rondreizen.
Naar aanleiding van het 80-jarig
bestaan van het Paleis voor Schone
Kunsten, is Magritte ook weer – zij
het veeleer toevallig – aanwezig in
het PSK.
Om deze verjaardag te vieren,
werd een honderdtal portretten
van markante figuren uit de archieven
opgediept, waaronder een foto
van René Magritte in het gezelschap
van bewonderaar Paul Delvaux (nog
tot 13 september).
Bozar, RavensteinstRaat 23, Brussel
(02-507.82.00).
www.bozar.be
3. ‘t Goudblommeke in Papier
Sinds de jaren twintig van de vorige
eeuw is La Fleur en Papier Doré of
’t Goudblommeke in Papier - smeedijzeren
bloemenranken sieren nog
steeds de gevel - een artistiek volkscafé
aan de rand van de Marollen.
Oprichter Geert Van Bruaene, jeugdvriend
van Paul van Ostaijen en
avant-gardist van het eerste uur,
speelde voor cafébaas, maar was
tevens galerist.
Klee, Kokoschka of Arp: als een van
de eersten in Europa bracht hij hun
werken aan de man. Door zijn wortels
in de kunstwereld waren bekende
artiesten in het café kind aan huis. De
Belgische surrealisten ontmoetten
elkaar er regelmatig en Magritte
stelde er zelfs tentoon.
Vandaag is de Goudblom beschermd
en heeft het interieur veel weg van
een rariteitenkabinet. De muren werden
volgedrapeerd met spreuken,
schilderijen en tekeningen. 408
kadertjes in totaal.
Er hangt ook een
foto van Magritte waarop hij poseert
met stamgasten als Marcel Mariën en
Paul Colinet.
Later zou de Cobrabeweging hier
boven de doopvont worden gehouden.
Ook Hergé, Louis-Paul Boon en
Pierre Alechinsky dronken graag een
pint in de Goudblom. Hugo Claus
vierde er zelfs zijn eerste huwelijk.
Ten dienste van de couleur locale kun
je er vandaag traditionele Brusselse
bereidingen proeven als huisgemaakte
pottekeis, kipkap, bloempanch
of cervolat overgoten met een
kriek Girardin.
‘t GoudBlommeKe in papier, Celle-
BroersstRaat 55, Brussel (02-511.16.59). di-za 11u-24u, zo 11u-19u.
4. Schaakcafé Greenwich
Eens ze het zich konden permitteren,
gaven de surrealisten vaak rendezvous
in een Brussels café. Beetje voorlezen
uit eigen werk, wat fulmineren.
Greenwich, vlak bij de Beurs, interesseerde
Magritte nog om een andere
reden. Eerlang is Greenwich een hol
van schaakspelers en ook Magritte
placht wel eens met het ivoor te schuiven.
Met weinig succes overigens.
Toen hij bij de eigenaar polste of hij
diens portret mocht schilderen, hield
die de boot af met de woorden: “Als
je net zo schildert als je schaakt, hoeft
het niet.”
Alleen al vanwege zijn onbezoedelde
art nouveau-interieur - zelfs de toiletten
zijn nog authentiek - loont de
Greenwich nog steeds de moeite.
Geschaakt dat het kraakt wordt er
nog steeds en muziek gebannen.
Greenwich, KartuizersstRaat 7, Brussel
(02-511.41.67). alle dagen van 10.30u-
24u.
5. Graf in Schaarbeek
Magritte sterft op 15 augustus 1967
aan alvleesklierkanker. Hij wordt
begraven op het kerkhof van Schaarbeek.
Vandaag deelt hij dat graf met
vrouw Georgette en wordt hij
omringd door zijn dierbaarste vrienden:
Louis Scutenaire en diens vrouw
Irène Hamoir. Het graf van het kunstenaarskoppel
is verrassend sober.
Sinds begin dit jaar is het een
beschermd monument.
Ook in Magrittes persoonlijke leven
speelde het kerkhof een belangrijke
rol. Als kind raakte hij zozeer in de
ban van een schilder die tussen de
graven zat te schetsen, dat hij besloot
om ook kunstenaar te worden.
Begraafplaats Schaarbeek, Everestraat
4, Evere.
Tekst: Ilse Dewever
Foto's: Magrittemuseum, Bozar, Concentra