Walter Godefroot: "Van den Broeck zal nooit het podium halen"
23/07/'12
Tour de France Columns
Dagelijks schrijft Walter Godefroot een column over de Ronde van Frankrijk.
Dit was geen Tour grand cru. Daarvoor was er naar mijn smaak iets te weinig te beleven, onderweg. Bradley Wiggins heerste zoals Jacques Anquetil en Miguel Indurain dat ook deden: toeslaan in de tijdritten en volgen in de bergen.
Het was allemaal een beetje cijfermatig misschien, maar het kon me wel boeien. Vooral omdat ik me net zoals iedereen zat af te vragen hoe het nu juist zat met de verhouding tussen Wiggins en zijn ploegmaat Christopher Froome. Met dank aan de vrouwen van beide renners, trouwens. Want die zorgden op gezette tijdstippen ook voor wat peper en zout.
Het klassement zoals dat in Parijs werd opgemaakt was de correcte weerspiegeling van de sportieve waardeverhoudingen. Voor de mensen die denken dat Froome zijn kopman Wiggins naar de kroon had kunnen steken even de volgende bedenking: die jongen heeft als renner nog nooit verantwoordelijkheid moeten nemen. De dag dat hij ooit als leider van een ploeg wordt uitgespeeld, is de dag dat hij zal ervaren dat dat niet simpel is.
Jurgen Van den Broeck pakte met die vierde plaats zijn hoogst bereikbare uitslag mee. Met alle sympathie voor die man en de ernst waarmee hij zijn beroep beleeft: ik denk niet dat hij ooit op het podium zal staan na afloop van de Tour.
Volgend jaar komen Contador en Andy Schleck er opnieuw bij, en de voorbije drie weken leerden dat er met Froome, Pinot en Van Garderen nieuwe namen zijn opgestaan die ook een bedreiging zijn voor de positie van VdB. België moet het dus stellen met zijn ereplaats in het algemeen klassement. Voor de rest was het weinig soeps. Aan individuele evaluaties van landgenoten waag ik me niet. Ik ben bang dat ik anders weinig positieve dingen zou schrijven. De conclusie is hard maar liegt niet: in de Tour is België een klein wielerland geworden.
Tot ziens
Walter