Voetbal blijft veilige sport, aantal blessures neemt af
02/02
Voetbal Binnenland
Het aantal blessures bij Belgische voetballers is
in tien jaar tijd met 21 procent afgenomen. Dat blijkt uit een studie
van het Universitair Ziekenhuis Leuven in samenwerking met de
Belgische Voetbalbond.
In het seizoen 2009-2010 werden er bij 415.934 aangesloten spelers
24.801 blessures vastgesteld, in 1999-2000 waren er dat nog 31.563
bij 417.462 aangeslotenen. Het voetbal blijft ook een veilige sport.
In het basketbal bijvoorbeeld ligt het blessurerisico drie procent
hoger.
De voornaamste oorzaak voor de daling is dat winterwedstrrijden
sneller afgelast worden. Er worden in de winter vijf keer meer
wedstrijden afgelast dan tien jaar geleden en dat had tot gevolg dat het
aantal blessures in die periode met 40 procent daalde. In de lente,
wanneer de afgelaste wedstrijden ingehaald worden, was er slechts een
lichte stijging.
Het blessurerisico is het grootst wanneer de spelers na een
rustperiode de competitie hervatten. In de provinciale en regionale
afdelingen is het risico op blessures 73 procent hoger dan in nationale.
Dat heeft alles te maken met de staat van de velden en de fysieke
voorbereiding. Jongeren blesseren zich twee keer minder vaak dan
volwassenen, maar hun blessures zijn wel ernstiger, waarbij vooral het hoge
aantal polsbreuken opvalt.
De KBVB wil de resultaten van deze studie gebruiken om het aantal
blessures nog meer te verminderen. Maar het gebruik van bijvoorbeeld
een polsbescherming bij jongeren, kan de bond niet opleggen. Dat
moet van de wereldvoetbalbond FIFA of de Europese voetbalfederatie UEFA
komen.
Belga