Stavanger: Noorwegen in een notendop
03/10/'08
Aan de zuidkust van Noorwegen ligt
Stavanger, na Liverpool het minder bekende
zusje van de culturele hoofdsteden
2008. De stad, groot geworden op visserij
en later aardolie, heeft heel wat in haar
mars. Van Gamle Stavanger, de oude houten
havenwijk met visconservenmuseum,
tot de Preekstoel die loodrecht boven het
Lysefjord uittorent. Wij trokken ernaartoe
op de nationale feestdag en werden met
open armen ontvangen. In nationale klederdracht.
Het is 8u ’s morgens en in de hotellobby heerst een
drukte van jewelste. Mannen in kniebroek en vrouwen
in wollen rokken verdringen zich voor een plaatsje aan
de ingang. Want hier passeert over een uurtje de befaamde
kinderparade voor de Noorse nationale feestdag
(17 mei, dag van de grondwet). Buiten is de straat afgezet
onder een staalblauwe hemel. Ze hebben geluk, hier in
Stavanger, want even verder in Bergen valt grijze sneeuw
uit de lucht, zo meldt de tv. Al kan je in Stavanger ook
nog wel een paar laagjes gebruiken. Volgens ons haalt
het kwik amper 15 graden, volgens de Noren is dit een
prima voorjaarsweertje.
Bunad
We zoeken ons een plaatsje langs de Olav V’s Gate, de
boulevard voor het Radisson Sas Atlantic Hotel. Overal
nieuwsgierige blikken. Geen wonder, want zonder
bunad (klederdracht) val je op 17 mei in Noorwegen
echt wel uit de toon. De Noorse heren dragen steevast
een donkere wollen kuitbroek, beige wollen sokken en
een wollen vestje. De vrouwen zien er kleurrijker uit.
Naargelang de regio waarvan ze afkomstig zijn, heeft
hun outfit een aparte stijl en kleur. Bloemenmotieven
horen er altijd bij. Het valt op hoe veel mensen de bunad
dragen: van stokoud tot piepjong, zelf tieners en pubers
lopen er trots mee door de straten. Geen folklore, maar
een levende traditie.
Nationale outfit
Wij voelen ons alsof we op de set van een kostuumdrama
zijn beland. Ook onze gidse Ellen staat in vol
ornaat naast ons te pronken. “Het weer is ideaal voor
onze nationale outfit”, knikt ze tevreden. “De bunad
wordt ook gedragen op trouwpartijen. Een goedkoop
alternatief voor een moderne outfit, maar in de zomer
sta je in de wol te stomen. Mijn moeder heeft mijn sjaal
genaaid. Dat is de traditie in Noorwegen. Patronen vind
je bijna nergens, het gaat om de overlevering van moeder
op dochter.”
Rood-Blauw-wit
Ondertussen komt het geschal van trompetten dichterbij,
een massa rood-blauw-witte vlaggetjes duikt
op om de hoek, daar is de parade! Alle scholen van
Stavanger tekenen present in de optocht, telkens met
een schoolorkest, vaandeldragers en een aantal afdelingen.
De stoet is enorm. Hieruit alleen al blijkt de geroemde
kwaliteit van het Noorse onderwijs. Stavanger mag
zich sinds 2005 trouwens universiteitsstad noemen.
Ook de studenten stappen, in hun eigen klederdracht
– een blauwe of rode overall – enthousiast mee.
In het kielzog van de massa begeven we ons na de parade
naar downtown Stavanger. De meeste families trekken
naar de Domkirken voor de mis, anderen verpozen
aan de eetstalletjes op de Markt. Wij kiezen voor de
Vismarkt aan het water. Hier vind je heel wat gezellige
restaurantjes en trendy bars die zijn ondergebracht in
de oude havenopslagplaatsen, met grote ramen in plaats
van valdeuren en hoedje voor de katrol. De maag knort:
tijd voor een Noorse vissoep met zicht op zee!
Aardolie
Terwijl we ons tegoed doen aan het beste van de zee,
dwalen onze ogen over het stadsplan van Stavanger
(115.000 inwoners). Vanop de Vismarkt kan je alle kanten
uit, want Stavanger is een perfect bewandelbare
stad. Gamle of oud Stavanger bevindt zich links van de
jachthaven, achter de cruisepier. Daar ligt ook het Hermetikk-
of visconservenmuseum, een unicum in de wereld.
Shoppen
Shoppen kan in de verkeersvrije straatjes van het
nieuwe Stavanger, rechts van de jachthaven, achter de
Vismarkt. Loop je nog even verder door, dan kom je aan
het flitsende oliemuseum, dat de huidige welvaart van de
stad uit de doeken doet maar ook stilstaat bij mindere
momenten, zoals de instorting van een booreiland.
Wie meer van Noorwegen wil zien dan alleen maar
Stavanger, is hier ook aan het juiste adres. Zowel vanaf
de Vismarkt als het oliemuseum vertrekken cruises
naar de Preekstoel en veerboten naar de Ryfylkeweg.
En geloof ons vrij, geen betere keuze voor je eerste fjord
dan het Lysefjord!
PRAKTISCH
Hoe erheen:
Wij vlogen met Scandinavian Airlines
(SAS). Heen via Oslo, terug via
Kopenhagen. De connecties sluiten
zeer nauw op elkaar aan, treuzel dus
niet bij het overstappen. Vanuit de
luchthaven Sola kan je de Flybus nemen
naar Stavanger (75 NOK p.p.).
www.flysas.com, www.flybussen.no
Verblijf:
-Het Radisson Sas Atlantic Hotel ligt
heel centraal in Stavanger. Het gaat
om een iets ouder hotel uit de groep,
met uitgebreid ontbijtbuffet.
www.atlantic.stavanger.radissonsas.com
-Aanraders buiten de stad zijn: Sola
Strand Hotel, Byrkjedalstunet en het
ecohotel aan de Preekstoel (open vanaf
eind 2008).
www.solastrandhotel.no
www.byrkjedalstunet.no
Eten& drinken:
-Het cliché dat drank duur is in het
noorden klopt. Vermijd wijn (zeer
duur) en beperk je tot een occasionele
pint Hansa (7 euro). Frisdranken
vallen mee.
-Lokale eettopppers zijn farikal (lam
gekookt met kool) en lapper med romme
(wafels met zure room en jam).
Trek 500 NOK uit voor een driegangenmenu.
Lekkere adresjes:
-Gaffel & Karaffel, www.tomat.no
-Tango Bar & Kjokken,
www.tango-bk.no
-Sjohuset Skagen,
www.sjohusetskagen.no
Munt:
De Noren hebben twee keer het lidmaatschap
van de EU afgewezen in
een referendum. De munt is daarom
de Noorse kroon (delen door 8 voor
euro).
Info:
www.noorwegen.be
www.visitnorway.com
Tekst & foto’s: Sarah DE BEUCKELAER
Galerij