Graffiti
Frans Baert ziet zichzelf als een strandjutter. Wekelijks laat hij zijn blik over het zand glijden, vindt iets - een vreemde steen, graffiti op de muur, een woord van een dichter, wijsgeer of bloedeigen zoon - en pleegt er een poëtisch, beschouwend stukje over.

Zondag in Asakusa

19/06/'09 Graffiti Aflevering nr. 1022 - Elke ochtend word ik nog ’in’ Japan wakker - een droomfragment dat zich in Hirosjima of Kyoto afspeelt, de herinnering aan een gesprek, aan een boom, of een melodie die in m’n oor is blijven hangen. Vandaag stond ik op met een raadseltje: ‘Zag ik dat aapje in Akasaka, of Asakusa? Of was het Akasuka? Asakasa?’

* * *

In de Akasaka-buurt nam ik de metro naar Asakusa, in het noorden van Tokio, en wandelde in oostelijke richting door Asakusa-Dori, een brede, lange straat. Het was zondagochtend. Zonnig. Weinig verkeer. Enkele fietsers. Wandelaars.

In de verte zag ik dat de straat door de politie was afgezet. Een massa volk in kleurige pakken. Vrouwen en kinderen in een soort badjassen; mannen die - de billen bloot - sumoachtige lendendoeken droegen; iedereen op witte sokjes. Feestelijke stemming en grote drukte. Ik schoot kiekjes zonder te weten wat er gevierd werd. Een half uur later, nadat ik me door het kluwen van lichamen had kunnen werken, werd Asakusa-Dori weer een rustige straat. Weinig verkeer. Enkele fietsers. Wandelaars.

* * *

In het jaar 628 vonden twee vissers in Tokio in hun netten een gouden beeldje van Kannon, de boeddhistische godin van het mededogen - nog het best vergelijkbaar met O.L.V. bij ons. Dichtbij die plek werd enkele jaren later een heiligdom gebouwd dat zou uitgroeien tot de oudste en belangrijkste tempel van Tokio - ‘Senso-ji’, soms beter bekend onder de naam ‘Asakusa Kannon’. Vandaag een populair bedevaartsoord.

* * *

In de buurt van Senso-ji krioelde het van souvenirwinkeltjes met religieuze voorwerpen en kraampjes waar lekkers verkocht werd. Hoog ‘Scherpenheuvel-gehalte’. M’n camera legde de scènes voor me vast. Een kiekje van een meisje dat een riksja trok. Van een man die twee honden aan zijn ijsje liet likken. Van een boeddhistische bedelmonnik, onbeweeglijk stil met gebogen hoofd. Van een oud vrouwtje met een schoenpoetsstandje - pas toen ik weer thuis was zag ik achter haar het ‘do not take a picture please’ bordje. Van een verkoper in lawaaierig pak, cowboyhoed en belachelijk grote bril, die schoenen aan de vrouw probeerde te brengen. Van marsepeinachtige snoepjes. Oude mensen. Kinderen.

* * *

Het tempelcomplex van Senso-ji bestaat uit een heel groot poortgebouw, een hoofdtempel, een aantal kleinere tempels en een pagode van vijf verdiepingen. Ik fotografeerde het interieur van de hoofdtempel. Een bordje op de muur in het Thais had mijn aandacht getrokken. Een priester liep naar me toe en vroeg me om ermee op te houden. Ik legde uit dat ik dat bordje met die vreemde schrifttekens wilde fotograferen, of mocht dat niet? Toen ik ‘s avonds mijn foto’s downloadde, zag ik dat het bordje de Thaise vertaling moest zijn van de boodschap erlangs: ‘No photo shooting allowed.’

Bij het verlaten van de tempel zag ik een eindje verderop mensen die rond een soort circusje verzameld stonden. Aan de andere kant van het tempelcomplex had ik ook al een kermisattractie gezien. Circus en kermis, van oudsher hoort dat bij een bedevaartsoord. Ik ging tussen de mensen staan. Een mevrouw met een trommel liet een aapje kunstjes opvoeren. Hier gelukkig geen ‘no photo shooting allowed’ bordjes. Ik schoot kiekjes maar voelde me er niet helemaal lekker bij. Was dat dierenmishandeling, zo’n aap in een pakje - ‘gaatje in zijn broekje, staartje stak erdeur’ - die op bevel moest springen of smoelen trekken? En toch had ik niet de indruk dat het diertje ongelukkig was. Tussen bazin en aapje was genegenheid zichtbaar - af en toe knuffelde zij hem en soms keek ze vertederd zoals een moeder naar haar zoon. Ik was niet van plan nog lang te blijven rondhangen, maar omdat ik m’n kiekjes geschoten had, voelde ik me verplicht ook een cent in de collectemand te leggen. Daarvoor moest ik wachten tot de voorstelling afgelopen was. Eerst moest het aapje nog op stelten lopen, over hindernissen springen, menselijke poses aannemen. Het viel me op dat het diertje zijn instructies in het Japans kreeg en dat hij zonder naar zijn bazin te kijken, alles goed leek te begrijpen. Een aap die Japans verstond. Ik was onder de indruk!

Toen de voorstelling eindelijk voorbij was en de mand rondging, gaf ik een stuk van 100 yen - 75 eurocent. De mensen rondom me waren veel guller: briefjes van duizend yen en zelfs meer. Toch kreeg ik zoals alle andere schenkers ook een zorgvuldig, uit rood en wit papier gevouwen origami-souvenirtje. Enkele uren later had ik tijd om het papiertje beter te bekijken. Tussen de origamiplooien zat nog een dun gevouwen velletje papier verstopt. Ik plooide het voorzichtig open en ontdekte een afdruk in rode inkt van de palm van het aapje.

Zijn handje. Zoals van een kind. Ik voelde me diep ontroerd. De afstand tussen mezelf en het dier was plots heel klein geworden. De handlijnen waren heel herkenbaar als die van mezelf. Ik vouwde het papiertje zorgvuldig weer op. Kostbaar. Ik wilde het voor altijd bewaren.

* * *

Als je ‘Asakusa’ en ‘monkey’ googelt, kom je op YouTube heel wat filmpjes tegen van aapjes op stelten bij de beroemde tempel. Niet allemaal van hetzelfde aapje, en ook niet van hetzelfde baasje. Maar blijkbaar is er altijd al zo’n vertoning met een aapje in Asakusa geweest. Nooit met een hond of een papegaai, altijd met een aapje.

Ik bleef verder zoeken op het internet. De tempelaapjes zijn ook altijd ‘Japanse makaken’ - een van de intelligentste apensoorten, beter bekend als ‘sneeuwapen’. Die met die roze gezichten, die ook hun eten wassen voor ze het binnenspelen. ‘Na de mens de meest noordelijk voorkomende primaat’, schrijft Wikipedia. De Japanse makaak is ook de aap van het bekende ‘hundredth monkey effect’: eens dat een sneeuwaap een nieuw gedrag heeft geleerd en dat gedrag door een aantal (honderd?) soortgenoten van hem of haar wordt overgenomen, zouden alle apen van de soort plots - zonder leerproces - dat nieuwe gedrag ook automatisch kennen.

Op mijn hotelkamer in Akasaka schoot ik nog enkele kiekjes van de handafdruk en stuurde die per e-mail naar huis.

* * *

Vandaag word ik nog elke ochtend ‘in’ Japan wakker - een melodie die in m’n oor is blijven hangen, de herinnering aan een ontmoeting met een aapje. Het was in Asakusa.

Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf, vraag ik me af hoeveel mensen ontroerd zouden zijn door de handafdruk van dat aapje. En ik denk dan aan een ‘hundredth human effect’ - als honderd mensen plots beseffen hoe nauw onze band is met zo’n dier, dan...

Good luck en tot ziens.

Dr. Frans BAERT

Alles over

Reageer als eerste op dit bericht