Voorste-achter
04/02/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1104 - Woensdagnamiddag. Ik loop met mijn jongste door
de stad. Er staat een gure wind. Donkere hemel.
Weinig volk op straat. Geen ideale omstandigheden
om de camera boven te halen. Toch neem ik enkele kiekjes
- van carnavalspullen in een etalage, de reflectie van mensen
in een vensterraam, een sierlijk sliertje rood papier dat vrolijk
uit een vuilnisbak steekt. Heel magertjes, de fotografische
oogst van deze dag, zeg ik aan m’n zoon.
* * *
Als ik ’s ochtends in mijn badkamer sta, voer ik met mijn
slaperige kop een aantal rituelen in vaste volgorde uit zonder
er veel bij na te denken. Dat kan soms goed fout lopen. Zo
ben ik al een paar keer met bril en/of sokken in de douche
gestapt. Deze ochtend merkte ik dat ik aftershave opdeed
vóór ik me geschoren had...
* * *
Wat is een trein die je mist
Een zakdoek die nog altijd wuift
Paul Celan
* * *
Ik arriveerde nogal laat in het restaurant. Bijna iedereen was
vertrokken. Aan het tafeltje tegenover me zaten wat oudere
mensen die te hard praatten. Ze hadden net hun dessert en
koffie op.
Terwijl ik mijn soep begon te eten, hadden ze het plots over
Franse toiletten waar je moet hurken en wat er dan allemaal
kan misgaan. Ik probeerde het niet te horen - “Ik zat daar
op mijn hoge hakken, het spoot zowat alle kanten uit.” Het
kostte me moeite om verder te eten. Ik kon het de mensen
eigenlijk niet kwalijk nemen - zij beseften duidelijk niet hoe
hard ze praatten en ik moest maar niet luistervinken.
* * *
In een documentaire op Canvas over propaganda in Wereldoorlog
II waren beelden te zien van het tot zinken brengen
van de Lusitania. Dankzij mijn verjaardag - die precies veertig
jaar na dit tragische incident valt - wist ik dat het schip in
1915 gezonken was, tijdens de eerste Wereldoorlog dus. De
beelden werden gevolgd door die van president Franklin D.
Roosevelt die een toespraak hield... Twee wereldoorlogen
door elkaar gehaald. Toch een ongelooflijke slordigheid in
een documentaire.
* * *
Foute voorstelling van de feiten. Ik dacht er ook aan toen
m’n oudste me vertelde dat hij op school geleerd had wat
‘stadslegendes’ zijn. Hij gaf me een voorbeeld.
In een supermarkt duwt een oude vrouw haar volle winkelkar
voor zich uit. Een jongeman merkt hoe zij hem met bedroefde
ogen aanstaart. Aan de kassa legt zij hem met ogen vol tranen
uit dat hij als twee druppels lijkt op de zoon die zij in Vietnam
verloren heeft.
Zij vraagt hem een ongewone gunst: of hij naar haar ‘Dag
mama!’ zou kunnen roepen als zij de winkel verlaat. De
jongeman is door haar verhaal gepakt en doet wat de vrouw
hem gevraagd heeft.
Als hij daarna de juffrouw van de kassa wil betalen voor de
enkele spullen die hij in zijn kar heeft liggen, schrikt hij van
het hoge bedrag. De juffrouw legt uit dat zijn moeder gezegd
had dat hij ook voor haar zou betalen.
* * *
In de kelder van het parkinggebouw staat een lange rij te
wachten om te betalen. De oude man aan het automaat kijkt
om, lijkt in paniek. Een vrouw vraagt hem wat er scheelt.
Blijkbaar probeert hij met een biljet van vijftig euro te betalen,
en dat lukt natuurlijk niet. De rij met ongeduldigen
achter hem wordt langer met de minuut. Hij heeft niet genoeg
kleingeld, legt hij uit. De dame past bij voor hem en zegt dat
het in orde is. Hij bedankt haar uitvoerig. Glimlachend kijkt
hij naar ons: “Nou, komt die lange rij door mij?” Met een
Hollands accent.
Achteraf vraag ik me af of hij de feiten misschien verkeerd
had voorgesteld, om niet te moeten betalen. Met dat accent...
Foei, dat ik met dergelijke vooroordelen rondloop, zeg ik
tegen mezelf. Maar het zou kunnen, niet?
* * *
Op de buis een gesprek tussen een burgemeester en zijn nieuwe
commissaris. De burgervader legt voor de camera’s nog eens
goed uit wat de verantwoordelijkheden van een politiecommissaris
zijn: “En vergeet nooit dat iemand schuldig is tot
het tegendeel bewezen is...”
* * *
Terwijl we terug naar de auto lopen, leg ik aan mijn jongste uit
dat dit niet de beste tijd van het jaar is om kiekjes te schieten
- het is donker, koud, bijna geen volk op straat en als je al
iemand tegenkomt is hij helemaal ingepakt zodat je bijna
niets van hem of haar kan zien.
We rijden langs het Dusartplein naar huis en plots vangen
mijn ogen rechts iets kleurrijks op dat ik dadelijk herken:
“Chinese draken!” Ik draai dadelijk in het eerste straatje
rechts en vind een parkeerplaats vlakbij de draken.
* * *
In de lucht, daar blijft je wortel, daar,
in de lucht.
Paul Celan
* * *
Enkele jonge mensen hebben zich in Chinese draken verkleed.
Ze zitten met twee in één pak - de een is kop, de ander staart
- en springen en dansen dat het een lieve lust is. Het gaat er
zo vrolijk aan toe dat je soms niet meer kan zien wat vóór
of achter is.
Hun enige publiek bestaat uit een fotograaf en twee juffrouwen
van de krant en wij. Ik schiet mijn eigen kiekjes
- ben plots helemaal vergeten dat de dag somber en grauw
is, en voel me door de energie van de dansers gelukkig warm
van binnen.
Als de persmensen opgestapt zijn, blijf ik nog wat kijken
hoe de pakken uitgetrokken worden en wie eronder zitten.
Ik praat wat met de jonge mensen - het zweet druipt van
hen af. Vandaag begint het jaar van het konijn, legt een van
hen uit: “Niet goed voor ‘ondermijningen’, maar wel voor
de liefde!”
In de auto zeg ik aan mijn zoon hoe het loont om altijd
een fototoestel bij de hand te hebben. Hij knikt, zwijgzaam
glimlachend. Ik vermoed dat wij ons beiden afvragen wat die
‘ondermijningen’ wel kunnen zijn...
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT