Volksvriendelijk
17/04/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1016 - Lichte paniek toen we het Chinese winkeltje
op de hoek van de ‘Fleischstraße’ binnenstapten.
De winkelier verdween snel door
de achterdeur, zijn vrouw bleef zenuwachtig
in onze buurt ronddraaien. Op de schappen
lagen geen Chinese spullen, maar Duitse potten
en pannen, bustes van Karl Marx, Duitse
ansichtkaarten en ‘Zwitsers Leger’-messen.
Ik sprak tegen mijn zonen wat harder dan
gewoonlijk en prees het winkelaanbod om
te laten horen dat wij de beste bedoelingen
hadden. Pas toen mijn oudste wat te veel
belangstelling voor een collectie vlijmscherpe
keukenmessen begon te tonen, hield ik ons
bezoek voor bekeken. Buiten schoot ik nog
een kiekje van de etalage met reclameborden
in het Chinees, en zag dat de man terug in
de winkel stond - hij leek er niet bepaald
gelukkig mee dat ik zijn etalage op beeld
had vastgelegd.
Pas toen ik thuis de foto’s bekeek, begreep
ik dat de winkel niet voor ons bedoeld
was. Bijna alle uithangborden waren in het
Chinees. Boven de deur stond ook in het
Engels: ‘tax free’ en ‘souvenirs’. Een winkel
voor Chinezen, in Europa.
* * *
M’n zoon belde naar zijn moeder om te
zeggen dat we goed waren aangekomen. Hij
verbaasde me toen hij haar vertelde dat de
stad hem aan Zuid-Frankrijk deed denken.
Eigenlijk had hij gelijk. Toen we Trier binnenreden,
waren we omringd door wijngaarden,
het voelde een pak warmer toen we in de stad
waren en de huizen waren in gezellige kleuren
geschilderd.
* * *
In zijn biografie van Karl Marx schrijft Francis
Wheen dat Trier tijdens de napoleontische
oorlogen door Frankrijk werd geannexeerd:
‘De inwoners werden blootgesteld aan on-
Duitse begrippen zoals persvrijheid en grondwettelijke
vrijheid, evenals - en dat was voor
de (Joodse) familie Marx nog belangrijker
- godsdienstvrijheid. Alhoewel het Rijnland
door het Congres van Wenen - drie jaar voor
de geboorte van Marx in Trier (5 mei 1818)
- weer bij Pruisen gevoegd werd, bleef het
aantrekkelijke parfum van de Franse Verlichting
er nog lang hangen.’
* * *
In een krantenkiosk lag het dagblad ‘Trierischer
Volksfreund’. Onder de titel een stuk
met de kop: ‘Der TV wünscht frohe Ostern’.
Pasen in de stad van Marx. Volksvriendelijk.
* * *
Toen ik een jaar of tien was, kregen we van
mijn vader ieder een wandelstokje. Als we
ergens in de Ardennen of Eifel waren gaan
stappen, liep mijn vader een souvenirwinkel
binnen voor een metalen plaatje met daarop
de naam en een afbeelding van de plaats - Coo, Clervaux, Echternach, Vianden, Monschau...
’s Avonds maakte hij thuis dat plaatje
met kleine nageltjes aan onze stok vast.
Ik heb het nog, mijn wandelstokje van toen.
Van de elf plaatjes zijn het tweede en het
vierde afgevallen. Maar helemaal onderaan
hangt nog het plaatje van Trier, met een
afbeelding van de ‘Porta Nigra’.
* * *
‘Herzlich Willkommen im Karl-Marx-Haus’
staat op het bordje van de kassa, als we het
herenhuis in de Brückenstraße 10, via het
souvenirwinkeltje binnenstappen. In een
mandje liggen magneten voor de ijskastdeur
te koop, met een portret en een slogan van
Marx: ‘Karl Marx Magnete - vier Motive,
drei Sprachen’. De talen zijn Duits, Engels en
Chinees. Jaarlijks komen nog 10.000 Chinezen
op bedevaart naar Trier - een vierde van
het totaal aantal bezoekers.
Een ijskastmagneet met de bekende slogan
‘An allem zu zweifeln’, bestaat in het Engels
- ‘Doubt everything’ - en zelfs in het Latijn -
‘De omnibus dubitandum’ (misschien logisch
in Trier, vroeger bekend als ‘Roma Secunda’).
Maar uitzonderlijk staat precies deze slogan
er niet in het Chinees op. ‘Twijfel aan álles’
- op een ijskastdeur ergens in China zou dat,
zelfs als het van Marx komt, misschien niet
in goede aarde vallen.
* * *
Op de Unesco-werelderfgoedlijst staat Trier
met de indrukwekkende Porta Nigra (2de
eeuw) en twee kerken: de vroeggothische dom
en de basiliek van Constantijn de Grote uit
het jaar 310. Deze laatste heeft op mijn zonen
en mezelf grote indruk gemaakt. De basiliek
werd uit Romeinse baksteen opgetrokken en
is vandaag de protestantse ‘Kirche zum Erlöser’.
Binnen sta je in een grote, open ruimte
met stoelen en een eenvoudig altaar, onder
een houten gebinte, amper enige versiering.
Plek die ontroering afdwingt. Zonder dat
ik iets zei, gingen mijn tieners er stil op een
kerkstoel zitten, tot ik na een poos voorstelde
dat het misschien tijd was om iets anders te
gaan doen.
* * *
Enkele dagen later vertelde ik aan mijn
moeder dat we in Trier waren geweest, stad
met zoveel mooie jeugdherinneringen voor
me. Ze zei dat ze zelf nog nooit Trier had
bezocht! Blijkbaar was zij er vroeger niet bij,
precies zoals dat toevallig zaterdag bij ons
was gegaan - mijn vrouw voelde zich niet
lekker en was ook thuisgebleven.
Mijn moeder vertelde me dat Trier een lievelingsplek
van mijn peter/opa Gaston was, en
dat die mij ook regelmatig had meegenomen.
Ik was dus al verschillende keren in Trier
geweest, leerde ik, een beetje verbaasd. Geen
wonder dat ik me er zo had thuisgevoeld!
* * *
In de tuin van het Marx-huis stond een
bronzen buste van de communistische ‘messias’,
waar een ‘gelovige’ twee rode anjers
voor had geplaatst. Het soort devotie met
bloemen waarvan we ook in de kerken van
Trier getuige waren geweest.
Onze ontroering in de ‘Kerk van de Verlosser’
was van een totaal andere orde dan wat we
in het Marx-huis voelden. Maar een vorm
van eerbied voor het gedachtegoed van deze
wereldse verlosser was ons toch niet vreemd,
hoe ongelukkig diens theorie ook in de geschiedenis
in de praktijk is gebracht.
* * *
Op weg naar het parkeergebouw passeerden
we een kledingzaak ‘Modehaus Marx’.
Familie?
Het begon plots te onweren en te regenen. We
renden de eerste de beste zaak binnen - ‘Pizzahut’
- waar we van de gelegenheid gebruik
maakten om een stukje kapitalistische pizza
tot ons te nemen. Volksvriendelijk eten.
Trier, stad waar het allemaal een beetje samenloopt,
verlossers, volksvrienden, devotie,
geloof en voedsel, geestelijk of niet.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans Baert