Twijfels over België
10/09/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1084 - Terwijl m’n tandvlees door de verdoving begon te tintelen,
bestudeerde de tandartsassistente de fiche met de
geschiedenis van m’n tand - de kies die vandaag moest
behandeld worden werd al in 1978 een eerste keer gevuld, en
een paar jaar later opnieuw. De tand hield vervolgens stand
tot hij tien jaar later moest ontzenuwd worden. Daarna ging
het weer een hele poos goed met ‘m.
Bij een controle vijf jaar geleden vertelde mijn tandarts dat
hij twijfels had over de overlevingskansen van de tand. Enkele
maanden later brak een stuk af... Een nieuwe vulling was
nodig om de kies te redden. De tandarts legde me uit dat als de
tand het in de toekomst opnieuw zou begeven, een radicalere
oplossing wellicht onvermijdelijk zou zijn.
* * *
Ik had er al foto’s van gezien, maar was er nog nooit geweest.
De ‘Tombeau du Géant’ (‘Graf van de Reus’) - in de buurt
van Bouillon - is een eiland dat in de loop der tijden door de
meanderende Semois uit het landschap werd gesneden. Een
van de mooiste plekjes die ik ooit in ons land heb gezien.
De plaats werd als kostbaar natuurlijk erfgoed geklasseerd.
Om er te geraken is wel een ander paar mouwen - een gps
is geen luxe.
We volgden een landelijk wegje vol gaten en putten - ik bleef
twijfelen of we wel in de juiste richting reden. Kon me niet
voorstellen dat een tourbus zo’n verwaarloosde weg kon
gebruiken. De bewegwijzering liet het soms afweten - we
reden te ver en moesten terug.
Op de plek met panoramisch uitzicht over het eiland, waren de
toeristische voorzieningen voor bezoekers minimaal - enkele
houten banken, een telescoopkijker die met muntjes werkt,
een bord met gebroken glas waaronder enkele uitgeregende
foto’s. Het ‘bezoekerscentrum’ - in volle zomervakantie - was
een dichtgetimmerd, vervallen houten huisje. De bezoeker
kon hier niets leren over het ontstaan van deze merkwaardige
plek. Op het internet geeft de toeristische dienst van de
provincie er ook bitter weinig informatie over. Het is alsof
men de ‘Tombeau du Géant’ geheim wil houden.
Natuurlijk is het heerlijk om als enige bezoeker in complete
rust en stilte van zo’n prachtige plek te kunnen genieten. Stel
je voor dat je als enkeling voor de Grand Canyon of Niagara
Falls kon staan. Maar zo’n uniek natuurwonder in eigen land
zou iedereen toch eens moeten kunnen zien. Bovendien kan
een beetje toerisme de economie van de streek alleen maar
ten goede komen.
* * *
‘Stella voelt er helemaal niks voor om haar leven overhoop te
gooien, totdat haar huisgenootje haar overhaalt en ook meegaat.
De twee zeggen de huur van hun Amsterdamse appartement
op en vertrekken naar België. Ze kan niet tussen haar twee
werelden kiezen, maar hoe lang houdt ze dit dubbelleven vol?’
Petra Kruijt, ‘Twijfels over België’,
paperback, 240 blz. €11,95
* * *
De Abdij van Orval is nog zo’n wonderlijke plek in Wallonië.
Onbegrijpelijk dat ik nog nooit tot daar geraakt was.
Aan het klooster dat vandaag op enkele kilometers van
de Franse grens staat, gaat een lange geschiedenis vooraf.
De ruïnes stammen uit de tijd van de Franse Revolutie. In
1793 plunderden Franse troepen de abdij leeg en werden de gebouwen met kanonnen bestookt omdat men dacht dat de
Franse koning er zich verborgen hield. De kloosterruïnes zijn
vandaag een heel bijzondere plek om in rond te lopen en te
mediteren. Nadat de gronden in de jaren twintig aan de Trappisten
teruggeschonken werden, besloot een Gentenaar - abt
Dom Marie-Albert van der Cruyssen - om een nieuwe abdij te
bouwen. De Gentse architect Henry Vaes tekende de plannen.
Vaes ontwierp ook het mooie flesje van het Orvalbier.
* * *
Terwijl ik op een stukje chocolade knabbelde, voelde ik iets
tussen m’n tanden kraken. Ijzervijlsel misschien? Ik spoelde
m’n mond uit, keek in de spiegel en zag dat de bewuste kies
het opnieuw begeven had. Ik maakte een nieuwe afspraak
bij de tandarts. Na meer dan dertig jaar tandheelkundige
ingrepen was het nu misschien tijd voor die radicalere oplossing
waarover hij eerder gesproken had...
* * *
In de abdij van Orval werden we rondgeleid door een Waalse
gids die perfect Nederlands sprak. De man toonde ons de
bron met het heldere water waarmee het trappistenbier gebrouwen
wordt. “Daar heb ik al vele liters van gedronken,”
grapte ik, want ik ben gek op de trappist van Orval. De gids
kon er niet mee lachen - misschien had hij dat grapje al te
vaak gehoord.
De man nam ons vervolgens mee naar een gebouw dat in de
jaren dertig gerestaureerd werd: “De abt wilde enkel Vlaamse
arbeiders omdat het werk met de Waalse niet opschoot,”
vertelde hij. Ik schrok van zijn openhartigheid, maar het staartje dat hij aan zijn uitleg breidde ervoer ik als beledigend:
“Voor de fijne afwerking zorgden de arbeiders van hier.”
* * *
Op ‘Canvas’ wordt de reeks ‘Arm Vlaanderen’ opnieuw uitgezonden.
De geschiedenis van boerenmensen die in agrarisch
Vlaanderen geen werk vonden en naar Wallonië trokken om
hun boterham te verdienen - vaak lieten ze vrouw en kinderen
voor lange tijd achter. Waalse politici en syndicalisten waren
destijds doodsbenauwd dat door die inwijkelingen uit het
noorden Vlaamse enclaves in Wallonië zouden ontstaan
waar geen Frans meer gesproken werd - geen kwestie van
faciliteiten toen. Op enkele jaren tijd was de verfransing van
de immigranten compleet.
Verrassend het verhaal van een Waals industrieel archeoloog
die vertelde dat eigenlijk de Vlamingen destijds steden als
Charleroi en La Louvière uit de grond hebben gestampt.
Tachtig procent van de arbeiders die het ‘Canal du Centre’
groeven waren ook Vlamingen.
* * *
Het voortbestaan van België doet me denken aan m’n oude
tand die geen lang leven beschoren leek. Dankzij allerlei kunstige
ingrepen kon hij steeds weer opnieuw gered worden. Ik
vraag me af of een radicalere oplossing - voor tand en land- nu
onvermijdelijk geworden is. Wij bijten door en wachten af.
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT