Tien jaar later
09/09/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1.132 - De tiende verjaardag van de terroristische aanvallen van Al-Qaida op Amerika brengt de gebeurtenissen van die tragische
septemberdag weer voor de geest. De hele week al zien we
opnieuw de beelden van vliegtuigen die zich door de ‘Twin
Towers’ boorden, individuen die uit de torens naar hun dood
vielen en vluchtende mensenmassa’s die in de straten van
New York onder een dikke, grijze stoflaag bedolven werden.
We herinneren ons ook de politieke verwarring en de vragen
van die eerste dagen. Was dit dan de gevreesde ‘clash of
civilizations’? Hoe moesten we de beelden van juichende
mensen in de Arabische straten interpreteren? Waarom wees
de Amerikaanse administratie een beschuldigende vinger
naar Sadam Hoessein, toch geen vriend van Al-Qaida?
* * *
Dinsdag 11 september 2001. Onze Amerikaanse familie was
op bezoek. Ik was die dag met mijn schoonvader naar Aken
geweest. Rond vier uur waren we terug. Ik hoorde dadelijk
dat er iets niet in de haak was. M’n schoonmoeder kwam
huilend naar de deur gelopen - over haar schouder zag ik
m’n vrouw in tranen. “Een vliegtuig! Duizenden doden in
New York! Oorlog!”
M’n mond werd kurkdroog. De eerste vraag die ik me stelde
was of we ook persoonlijk door de tragedie geraakt werden.
Waren familie en vrienden in New York oké? Ik kon het
verhaal van m’n schoonmoeder niet goed volgen. Wat was
er precies gebeurd?
Op televisie in de kinderkamer zagen we dat de torens van
het World Trade Center in brand stonden. Ik had er ooit op
de bovenste verdieping gestaan.
De televisiecamera zoomde in op een vrouw die - enkele
seconden voor de toren instortte en zij in het puin verdween -
nog aan een venster met een witte zakdoek stond te zwaaien.
Een andere camera volgde een man die naar zijn dood viel.
Ik zag het allemaal voor m’n ogen gebeuren, maar had te
veel zelfbeschermende angst om de beelden helemaal tot me
te durven nemen. De eerste toren stortte in. Korte tijd later
ook de tweede...
’s Avonds zat ik met de kinderen in hun slaapkamer. We
hadden hen de afschuwelijke beelden niet laten zien - daar
waren ze nog veel te jong voor. Maar ze hadden natuurlijk
de tranen van hun mama gemerkt en de angstkreet van hun
‘grandma’ gehoord. Uitleg was nodig. Ik stelde hen gerust.
Toen ik daarna - naar dagelijkse gewoonte - een verhaaltje
in bed voorlas, klaagden ze dat het vanavond wat kort was.
Ik zocht naar iets anders om voor te lezen.
“Dát verhaaltje, papa,” vroegen ze en wezen naar een stripalbum
met een covertekening van de New York-skyline -
gemakkelijk herkenbaar door de Twin Towers van het WTC.
De torens waren nu weg.
Ik vroeg m’n zonen of ik iets anders mocht voorlezen.
Nadat de kinderen in bed lagen, ging ik terug naar de rest van
de familie. M’n vrouw en haar moeder zaten nog voor de buis,
vertelden me het laatste nieuws over het aantal slachtoffers
en trokken daarna naar bed.
M’n schoonvader - m’n lieve ‘dad’ - en ik zijn in de keuken
nog boterhammen gaan eten. Er werd niet veel meer gezegd.
* * *
Op de website van de BBC staan foto’s van voorwerpen
die uit de puinhoop van het WTC getrokken werden. Het
dubbelgeplooide stuur van een BMW, een verschroeide
handtas, de verwrongen telecommunicatiemast die op de
toren stond. De handtas behoorde toe aan Marisa Di Nardo
en werd een jaar na de ramp teruggevonden en aan haar
moeder geschonken. De moeder van Di Nardo vertelt hoe
zij en haar dochter de avond voordien haar verjaardag in een
restaurant op de top van het WTC gevierd hadden. Marisa
werkte als trader in het WTC. Haar moeder probeerde haar
te overtuigen om een dagje vrij te nemen omdat het zo laat
geworden was. Haar dochter zei dat ze een vergadering had
die ze niet mocht missen en verloor door die beslissing het
leven. Crystal Cattano, een jonge vrouw die de ramp wel heeft
overleefd, vertelt hoe ze in het gebouw was toen de toren
ineenstortte. Ze zag mensen die in brand stonden. Door de
grote hitte had het beton zelfs vuur gevat.
* * *
Omdat ik de afgelopen tien jaar regelmatig in Amerika
ben geweest, heb ik kunnen zien hoe het land op die tijd
veranderd is. Het zijn vooral de reacties op 9/11 door de Bushadministratie
die hun stempel op het land gedrukt hebben:
de oorlogen in Afghanistan en Irak waar vele duizenden
mensen sneuvelden, het verlies van persoonlijke vrijheden
in ‘The Land of the Free’, het aanwakkeren van een extreem
patriottisme, Guantanamo, het toelaten van folteringen bij
ondervragingen...
De eindeloze, dure oorlogen hebben de economie van de VS
ondermijnd. Het land heeft de afgelopen jaren enorm veel energie in de bestrijding van het terrorisme gestopt zonder
daarbij vragen te stellen over het waarom van de aanval. Een
gemiste kans.
* * *
Enkele jaren geleden trok ik in het ‘Museum of Contemporary
Art’ van Los Angeles een kiekje van het kunstwerk
‘Pepsi Cola Sign’ van Claes Oldenburg uit 1961. Het is de
afbeelding van een wegsmeltend reclamebord met de roodwit-
blauwe kleuren van de Amerikaanse vlag - het rood ziet
eruit als druipend bloed. Het had een voorwerp kunnen zijn
dat uit het puin van het WTC werd gehaald. Het kunstwerk
voorspelde het verval van Amerika, bedenk ik nu.
Op tien jaar tijd zijn de VS hun hoofdrol in de wereld verloren.
Als je vandaag door het land trekt, zie je de teleurgang
van Amerika - dichtgetimmerde winkelramen, leegstaande
fabrieken, bruggen en wegen die niet meer onderhouden
worden, Irak-veteranen die op straat moeten leven.
* * *
Over tien jaar zal 9/11 opnieuw herdacht worden. Hoe zullen
Amerika en de wereld er dan uitzien? Onmogelijk om daar
nu iets zinnig over te zeggen. En toch... Als een kunstenaar in
1961 de toekomst van zijn land wist te voorspellen, kunnen we
vandaag het antwoord misschien vinden bij de kunstenaars,
de profeten van nu.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT