Stuk
21/01/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1102 - De traditie van de Japanse theeceremonie wil dat
in het vertrek waar de thee gedronken wordt een
bloemvaasje staat. De beroemde theemeester Sen no
Rikyu (1522-1591) bedacht als eerste om een stuk van een
holle bamboetak als vaasje te gebruiken. Dat bamboevaasje
van Rikyu is vandaag beroemd en van onschatbare waarde.
Het staat beter bekend als de ‘Onjoji-vaas’ en wordt zoals
een kostbare Stradivariusviool van de ene generatie naar de
andere overgedragen.
Na verloop van tijd ontstond er een barst in de ‘Onjojivaas’.
Een dienaar van Heer Fumai (1751-1819) - toenmalige
eigenaar van het beroemde kleinood - merkte dat er door de
barst water uit het vaasje wegliep en wilde iets waterdichts
vinden om het in te plaatsen. Maar zijn meester droeg hem
op om het te laten zoals het was: “Die barst behoort tot het
essentiële wezen van het vaasje."
* * *
M’n zoon kwam met zijn iPod aangelopen: “Kijk, papa.
Een mirakel!” Ik zag dat het scherm van het dure apparaatje
versplinterd was. Hoe kon zoiets een mirakel zijn, vroeg ik
hem.
Hij was helemaal overstuur. Hij heeft destijds lang moeten
wachten voor hij die iPod kreeg en het is de laatste jaren zijn
absoluut lievelingsding. Dat zijn iPod na een val op de stenen
vloer nog werkte - ondanks een gebroken scherm - vond hij
goed nieuws...
* * *
Wat hing er in de lucht? Twee dagen eerder kreeg ik van vriend
Hedley uit Michigan een e-mail waarin hij me vertelde dat
hij de namiddag vrij had genomen om wat te bekomen. Op
enkele uren tijd was eerst zijn plasma-tv ontploft en daarna
de harde schijf van zijn computer gecrasht – het een had niets
met het ander te maken, dacht hij. Beide kostelijke apparaten
waren onherstelbaar, en moesten vervangen worden.
De volgende dag vertelde collega Philip me in de Japanse
les dat op enkele dagen tijd drie elektrische apparaten bij
hem thuis de geest gegeven hadden - ze waren amper twee
jaar oud.
’s Anderendaags - terwijl ik op mijn auto wachtte die in de
garage gerepareerd werd - liep ik naar de pizzazaak om de
hoek om een koffie te drinken. De kelner excuseerde zich:
“Mijn espresso-apparaat heeft het zonet begeven. Sorry,
geen koffie.”
Toen ik enkele uren later thuiskwam ging de garagepoort
niet open - ook iets stuk.
Ik moest even gaan zitten om wat na te denken. Was dit een
soort epidemie aan het worden? Zou ik m’n computer wel
durven aan te zetten? M’n tv? De cd-speler? M’n iPad?
Ik greep veiligheidshalve naar m’n krant - er zijn nog altijd
zekerheden in deze onrustige tijden.
* * *
Ik had het vroeger nooit goed begrepen, mensen die spelletjes
op hun gsm spelen. Voor mij te veel gefriemel - mijn vingers
zijn er te dik voor en mijn ogen te slecht.
Ik las dat ‘Angry Birds’ op dit ogenblik het meest populaire
spelletje voor de iPhone is. Ik had de gratis-versie al eerder
als ‘app’ gedownload, maar er nog nooit mee gespeeld. Mijn
zoon toonde me woensdagnamdiddag hoe het spelletje werkt.
Op een paar minuten tijd was ik hopeloos verslaafd. En op
de iPad met groter scherm was het nog veel leuker, merkte
ik. Het was een stuk in de nacht toen mijn batterij bijna leeg
was en ik met spelen stopte. Dat ‘Angry Birds’ zo populair
is... geen mysterie meer voor mij.
Om ‘Angry Birds’ te spelen, moet je vogels - die boos zijn
omdat de varkens hun eieren gepikt hebben - als projectielen
met een katapult naar varkens die zich verborgen houden
schieten. Wie bedenkt het? De bedoeling is de varkens uit te
schakelen door de gebouwen waarin ze zitten te vernielen.
Daar komt een aardig stukje nadenken over ballistiek bij
kijken. Pas als je de zwakke plek van een constructie vindt,
kan je met een goed gemikt projectiel het hele gebouw naar
beneden halen. Het verbaasde me hoeveel genoegen ik in
dergelijk vernietigingswerk kon scheppen.
* * *
De geschiedenis van het bamboevaasje van Rikyu - over hoe
dingen die stuk gaan kostbaarder kunnen worden - kwam
me voor de geest toen ik enkele jaren geleden in Hirosjima
een kiekje van het gebroken horloge van ene mijnheer Kengo
Nikawa schoot. Hij had het ooit van zijn zoon als geschenk
gekregen en droeg het elke dag. Toen op 6 augustus 1945 de
atoombom die de stad in puin legde tot ontploffing kwam,
bevond Kengo Nikawa zich op anderhalve kilometer van het
epicentrum. Hij werd zwaar verbrand en bezweek twee weken
later aan zijn verwondingen. De bom kwam om kwart na acht
’s ochtends neer – precies het tijdstip waarop het horloge van
mijnheer Nikawa het begaf.
* * *
Hoe leuk iets stuk maken kan zijn ervaarde ik als jongeman
in het Tivoli-pretpark van Kopenhagen. Een van de attracties bestond uit een kraam van de ‘Royal Copenhagen’ porceleinfabriek,
met borden en kopjes die door een fabricagefoutje
onverkoopbaar waren geworden. Met een bal mocht je proberen
om het porselein aan diggelen te smijten – opwindend
om na een leven van voorzichtig zijn plots toelating te krijgen
hele serviezen te breken.
* * *
In mijn kelder staat nog een fiets van mijn vader zaliger.
Zijn laatste fiets. De kilometerteller is op 842,4 kilometer
blijven hangen. Toen ik aan mijn fietsenmaker vroeg om
het rijwiel wat op te knappen, drukte ik hem op het hart die
kilometerteller te laten zoals hij is. Ik wilde dat hij stuk bleef
omdat hij het geheugen van de laatste fietskilometers van
mijn vader draagt.
* * *
Dat het bamboevaasje gebarsten was en geen water meer
kon houden, was naast de kwestie, legde de Heer Fumai aan
zijn dienaar uit.
In de dingen die stuk zijn herkennen we de broosheid en de
vergankelijkheid van ons bestaan. Hoe ouder, hoe meer barsten
en scheuren. Na verloop van jaren houdt een gebarsten
vaas geen water meer, maar wel – precies omdat hij stuk is
- een dieper inzicht over onszelf.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans Baert