Stille muziek
05/08/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1128 - Het moet een jaar of acht geleden geweest zijn. Ik kon
m’n jongste toen nog op m’n schouders dragen.
We stonden in Los Angeles naar een Japanse straatmuzikant
met een ‘one man band’ te luisteren. De man zat
achter een keyboard op een platform van witte plasticbuizen
en bespeelde een gitaar waarop aan het eind een drumstick
bevestigd was waarmee hij op cimbalen kon slaan en belletjes
laten rinkelen.
Tussen twee nummers sprak hij m’n jongste aan, vroeg zijn
naam, hoe oud hij was, wat hij graag wilde horen. Ik voelde
me daarna verplicht om geld in het bakje te leggen. Mijn
vrouw kon niet geloven dat ik hem maar een geldstuk van
25 cent had gegeven. Ik besefte dat ze gelijk had, maar had
geen zin om terug te gaan - het was heet en die zoon van me
begon zwaar te wegen. Geen Sint-Christoffel, ik.
Achteraf nog vaak moeten horen: het verhaal van ‘Frans
die maar 25 cent aan die arme muzikant had gegeven’...
Een ‘onrechtvaardigheid’ tot het eind mijner dagen in het
gezinsgeheugen gegrift.
Drie weken geleden wandelde ik met mijn zonen in dezelfde
buurt van Los Angeles. En wie zagen we daar? Precies. De
Japanner speelde en zong nog dezelfde liedjes, was niet veel
veranderd, maar de witte buizenconstructie waarop hij zat
was wat groezelig geworden. Ik had hier iets goed te maken.
De man wist niet hoe hij het had toen ik na amper enkele
noten gehoord te hebben al een geldbriefje in zijn bakje
legde. Hij bedankt me. Ik bedankte hem. Hij zal nooit weten
waarom.
* * *
Om de hoek van de plek van de straatmuzikant zagen we
een gedenkteken voor de Japanse shuttlepiloot Onizuka die
door de ontploffing van het Challenger ruimteveer in 1986
het leven liet. Deze week vloog de laatste shuttle en werd het
programma opgedoekt.
Op een oog van Onizuka hing nog een restje van een oude
poster die over het portret was geplakt - het oog van een
ander. Een ‘oog in een oog’ dat verder en dieper leek te kunnen
kijken dan het origineel. Een oog dat niet in ‘outer’, maar wel
in ‘inner space’ blikte. Een ander ruimtevaartprogramma...
* * *
In de boekenzaak van Studio City toonde de winkelbediende
reisgidsen over Argentinië aan de juffrouw van de kassa:
“Ik ben vergeten waar ik ‘Argentinië’ moet steken. Welk
continent is dat?”
Zonder enige aarzeling antwoordde ze: “Da’s in Europa.”
“O ja natuurlijk, in Europa.”
* * *
Mijn nichtje van vijf legt uit waarom ze later geen kinderen
wil: “Ik zou liever veel kippen hebben.”
* * *
De hele schoonfamilie was naar de barbecue gekomen. Gezellige
drukte. Tijdens de maaltijd aan de grote tafel vertelde de
grootvader trots dat een van zijn kleinzonen een baan bij de
populaire tv-show ‘America’s got talent’ had bemachtigd. Zijn
verhaal oogste bewonderende commentaren. Mijn oudste
vond dat het geschikte moment voor een grapje en herhaalde
de naam van de show, gesteld in de vorm van een vraag:
“America’s got talent?” Alsof hij eraan twijfelde dat iemand
in Amerika (een land met bijna 300 miljoen inwoners) talent
had... Ik vond het een goeie, maar de familieleden voelden zich
beledigd in hun nationale trots - je kon een speld horen vallen.
Mijn vrouw vroeg me of ik dacht dat hij zich moest excuseren.
Geen sprake van, zei ik en gaf mijn oudste een knipoog en
een goedkeurende por met de elleboog in zijn arm.
* * *
Op de terugweg van Temecula naar Studio City – een lange
nachtelijke rit door een woestijnlandschap – luisterde ik naar
KUSC-radio op 91.5 FM, het klassieke radiostation van mijn
oude universiteit.
Ik herkende de stem van presentator Jim Svejda die een
jonge pianiste interviewde – ik heb de man ooit tijdens een
signeersessie ontmoet.
Ik hoorde de naam van de pianiste en dacht eerst dat ze Jenny
Lind heette, zoals de ‘Zweedse Nachtegaal’ (1820-1887), de
beroemde operazangeres.
Ik was al enkele weken heel kritisch over het soort klassieke
muziek dat ik tijdens ons familiebezoek aan Californië op
KUSC te horen kreeg – vooral extraverte orchestrale muziek
en weinig of geen solo-uitvoeringen die de ziel konden voeden.
De pianiste verraste me daarom met haar keuze van introverte
pianomuziek – ik had ondertussen begrepen dat ze Jenny Lin
heette, een Chinese achternaam.
Svejda besprak met haar de cd die ze pas had opgenomen,
van de muziek van de Catalaanse componist Federico Mompou
(1893-1987), die ik enkel van naam kende. Muziek met
heel weinig noten maar ondanks de schaarse middelen – of
misschien juist wegens – in staat om de luisteraar in diepe
vervoering te brengen. ‘Música Callada’ – stille muziek –
luidde de titel van het stuk en van de cd.
Stille muziek... om ook maar iets van een andere werkelijkheid
te kunnen onthullen is een componist vaak verplicht om zich
van paradoxen te bedienen.
Ik luisterde naar de in Taiwan geboren pianiste die in Oostenrijk
opgroeide en vandaag in New York leeft en werkt.
America’s got talent.
* * *
Het was een nacht zoals alle andere. Leeg
van alles behalve van herinnering. Hij dacht
dat hij de andere kant der dingen had bereikt.
Maar dat was niet zo. Hij las een beetje
en luisterde naar de radio.
Raymond Carver(1938-88),
uit het gedicht ‘Listening’ (1985)
* * *
Het is een donderdagnacht als alle andere. Ik schrijf en luister
naar de stille muziek van Mompou. Mijn oudste kon niet
slapen en is bij me gekomen. Hij vraagt of hij niet stoort. Integendeel,
antwoord ik. Hij luistert mee naar de stille muziek.
Ik mijmer na over onze reis. Voor mijn geest passeren de
gezichten van Amerikaanse mensen – vertrouwde gezichten
maar ook nieuwe. Ik ben terug thuis en kan hun stemmen
hier niet meer horen. Maar ik versta nu wel beter wat ze me
daar gezegd hebben, en ik begrijp ook beter wat ze verzwegen
hebben. Ik ben hen dankbaar. Ze zullen misschien nooit
weten waarom.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT