Steentjes
14/05/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1068 - Normaal is de kruin van onze ginkgo rond half april
al met honderden blaadjes gevuld, vandaag kan ik er
amper een tiental tellen. Op z’n takken staan knoppen
waaruit bruingroene dingetjes verschenen zijn die niet
verder willen groeien. Hij heeft het moeilijk.
* * *
Ik zoek graag naar wat dingen en gebeurtenissen met elkaar
gemeen hebben. Soms moet ik wat afstand van ze nemen om
te kunnen ontdekken hoe ze bij of in elkaar passen. Als dat
niet lukt, lijken het steentjes die - zonder verband - op een
hoop liggen. Het spreekt me meer aan als elk steentje verbonden
is met een ander, of deel uitmaakt van iets groters.
* * *
Ik ben naar andere ginkgo’s gaan kijken om te zien of die ook
op de sukkel zijn. De ginkgo voor de pastorie staat volledig
in het blad. Drie weken geleden al zag ik een ginkgo in de
tuin van de boeddhistische tempel in Düsseldorf met zijn
blaadjes pronken.
Ik vraag me af of ik deze winter de tak die tegen een andere
schuurde, wel had mogen snoeien. Op het internet had iemand
nog gewaarschuwd dat je door hem te snoeien een ginkgo
danig van streek kan brengen.
Vorig jaar bewonderde ik in Hirosjima een reusachtige ginkgo
die op 1.130 meter van het epicentrum van de atoombomontploffing
met de grond gelijk gemaakt werd - na een drietal
maanden al verschenen nieuwe scheuten uit zijn wortels
ondanks de hoge radioactiviteit en zijn wel zéér radicale
snoeibeurt. Hoe zou dan het snoeien van één takje van onze
ginkgo hem fataal kunnen zijn?
Het was pas toen ik enkele dagen geleden bij Paul de boomkweker
was, dat ik een ginkgo zag in precies dezelfde staat
als die van ons. Paul stelde me gerust: “Komt door de vorst,
hij moet opnieuw al zijn blaadjes aanmaken.”
* * *
Hoe alles met alles verbonden is, dat boeit me. Voor mij liever
geen ‘steentjes op een hoop’. Ik heb dat zelfs met ‘echte’
steentjes. Op een wandeling zoek ik naar keitjes die bepaalde
trekken met elkaar gemeen hebben - gladde die op een knikker
of een eitje lijken, of van die zwarte waar een streepje
witte vuursteen doorheen loopt. Zelfs mooie scherven van
vloertegels durf ik mee te nemen.
* * *
Ik was bij m’n moeder gaan eten. We babbelden over de lente
- koudste in meer dan honderd jaar zo wordt gezegd - en over
de tragische vliegtuigramp in Libië. Plots veranderde ze van
onderwerp: “Ik ga je iets vragen, maar ik weet al dat je neen
gaat zeggen”, zei ze.
In de opmerking van m’n moeder zat niets beschuldigends,
integendeel. Ze liet me eigenlijk weten hoe goed ze mij kent
- geen mens kan ons langer kennen dan een moeder - en dus
dingen mag zeggen die uit de mond van een ander kwetsend
zouden kunnen overkomen.
“Ik zou nog eens naar de kerk van Kortenbos willen gaan”,
zei ze.
Zonder veel nadenken antwoordde ik dat ik geen tijd had om
naar het bedevaartsoord te gaan omdat ik aan m’n column
moest werken. M’n moeder had dus gelijk dat ik neen zou
zeggen...
Het was Hemelvaartsdag, en m’n vrouw en kinderen waren
ook zonder mij voor een uitstapje vertrokken. Ik wilde thuis rustig aan m’n stukje werken. Mijn moeder begreep het.
Even later vroeg ze of ik al een onderwerp voor m’n column
had. Zij kan gedachten lezen...
“Euh... Iets over de koude lente”, mompelde ik. Terwijl ik
de woorden sprak, begreep ik dat ik eigenlijk nog niets had
om over te schrijven en dat zij dat wist. ‘Kortenbos’ zou
wel eens een oplossing kunnen bieden: “Oké, we gaan naar
Kortenbos. Maar niet te lang hé? Ik moet nog schrijven.”
Iedereen tevreden.
* * *
Takis komt onze piano twee keer per jaar stemmen. Door
centrale verwarming verliest een instrument gemakkelijk zijn
toon. Lente en herfst zijn ideaal voor een stembeurt.
Toen Takis woensdagmiddag arriveerde, was het buiten amper
negen graden... Verwarming op volle kracht. Piano te vroeg
gestemd deze lente...
’s Avonds genoot ik ervan hoe goed het instrument klonk. De
klaterende klanken van een vers gestemde piano - heerlijk. Maar
een plezier van korte duur als het morgen écht lente wordt...
* * *
“We waren heel vroeg opgestaan om te voet naar Kortenbos
te stappen,” herinnerde m’n moeder zich over de bedevaartstocht
met mijn vader. “Het was niet zo heel lang na jouw
geboorte”, legde ze uit. “In Alken begon ik het wat moeilijk
te krijgen. Daar moest ik doorbijten. We arriveerden in de
basiliek van Kortenbos, net voor de mis begon.”
* * *
Ik was vergeten dat de fotobibliotheek van mijn computer
nog op de kiekjes van de lente van 2007 openstond. Ik klikte
op enkele foto’s van m’n vrouw en m’n kinderen. Iedereen
zag er stralend uit. Opvallend zo. Lag het aan de lens die ik
gebruikt had?
Plots merkte ik dat de foto’s drie jaar oud waren - er zat een
kiekje bij van onze ginkgo met volle kruin, van 17 april.
Iedereen - ook de ginkgo - was drie jaar jonger en zag er
stralend uit.
* * *
Onze ginkgo die het moeilijk heeft, een bedevaartritje naar
Kortenbos, de piano die mooi klinkt... er bestaan ongetwijfeld
verbanden tussen, maar voorlopig ontwaar ik niets dat me
de moeite waard lijkt.
Ik leer daaruit dat de dingen eigenlijk ook het recht hebben
om gewoon zichzelf te zijn, en hun betekenis niet enkel aan de
rol ontlenen die ze in een groter geheel spelen moeten. Soms
is iets gewoon wat het is, of wat het zelf wil zijn. Het zit echt
niet te wachten op de betekenis die wij er aan zullen geven.
* * *
“Komt door de vorst, hij moet opnieuw al zijn blaadjes
aanmaken,” had Paul over de ginkgo gezegd. “En als het
binnen een paar dagen opnieuw vriest, dan kan hij weer
helemaal van voor af aan beginnen, maar dat komt allemaal
goed hoor.”
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT