Stad door een bril
18/06/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1072 - Op de vlucht naar Lissabon nam ik m’n bril af om een
dutje te doen. Toen ik wakker werd en hem terug
wilde opzetten, merkte ik dat de linkerpoot van het
frame was losgeraakt.
Ik vroeg de stewardess voor wat kleefband. Het was strikt
tegen regulatie om mij daar wat van te geven, zei ze: “Wij
hebben die nodig in geval van een noodsituatie.” Blijkbaar
niet voldoende dat ik me als individu in een noodsituatie
bevond om een stukje tape voor me af te knippen.
De stewardess legde uit dat er trouwens geen schaartje aan
boord was om een stuk voor me af te knippen, omdat zo’n
schaartje in de handen van een terrorist als wapen kan gebruikt
worden. Waar zijn we in godsnaam mee bezig, bedacht
ik, maar bleef toch vriendelijk & beleefd.
In het EHBO-kistje vond de stewardess een dikke kleefpleister
waarmee ik de poot terug aan mijn bril kon proberen te
plakken. In de spiegel van het toilet leek ik op iemand van
een drugskartel die pas een knokpartij achter de rug heeft.
Gelukkig moest ik in Lissabon geen douane of politie passeren.
Terwijl ik na de landing op m’n koffer wachtte, voelde ik de
bril van m’n oor glijden - EHBO-kleefpleister is rekbaar en
dus niet geschikt voor een solide hechting tussen plastic en
metaal.
In de bus van de luchthaven naar het hotel, had ik geen oog
voor de mensen, huizen en straten van een stad die ik nooit
eerder had bezocht, maar wel voor brillenzaken waar ze mij
misschien konden helpen.
De conciërge van m’n hotel gaf me het adres van een goede
opticien. Het was nog maar tien uur ’s ochtends - ik was
met de vroegste vlucht naar Lissabon gevlogen om zoveel
mogelijk op korte tijd te kunnen zien. Als ze mij in die brillenwinkel
snel konden helpen, schoot er hopelijk nog een
stukje ochtend over.
De mevrouw in witte jas wilde mijn bril niet vastnemen - ze
keek ernaar alsof hij besmettelijk was. Ik begon de kleefband
los te maken, maar zij hield me tegen: “Die bril is gebroken,
dat weet ik zo, laat die kleefband er maar opzitten.” Hoe kon
zij een diagnose vellen zonder de ‘patiënt’ te zien? In plaats
van de kleefband er af te halen, plakte zij er zelfs nog wat
doorschijnende bij.
Ik had plots een ingeving: “Mijn zonnebril heeft ongeveer
hetzelfde frame als mijn kapotte bril; kunnen we misschien de
gebroken poot vervangen door de poot van m’n zonnebril?”
Zij begreep m’n vraag: “De technicus is straks om één uur
hier, je kan het hem vragen.”
Ik zocht in de buurt tevergeefs naar een andere opticien.
M’n bril bleef alleen op m’n neus zitten als hij scheef stond.
Daardoor zag ik niet goed – het standbeeld in de verte, was
dat van iemand op een paard, of zonder paard?
Om één uur stipt stond ik terug in de brillenzaak. De technicus
vertelde me dat mijn bril niet gebroken was. Ik had alleen
een nieuwe veer nodig, maar die had hij niet. Maar hij kon
wel de poot vastlijmen en dan kon ik voorlopig verder tot ik
een nieuwe veer vond.
Ik was opgetogen met mijn geplakte bril. Ik keek in de spiegel
en merkte dat wat lijm gemorst was - er hing een hele klodder
aan de voorkant van het frame. Na wat ik die ochtend al had
meegemaakt, trok ik me daar niets van aan.
Ik had nog enkele uren om de buurt verder te verkennen en
hoopte dat mijn reisje gered was.
In een bakkerszaak lagen taartjes te koop waarvan ik gehoord
had dat ze een specialiteit van Lissabon zijn. Ze leken op
rijsttaartjes, maar ze waren bijna allemaal zwart verbrand.
Blijkbaar stoorde niemand zich daar aan. Ik probeerde er
enkele kiekjes van te nemen, maar telkens als ik mijn camera
tegen mijn bril zette, kwam er druk op het frame en dus op
het frêle been.
Voor de bakkerij zat een groepje Afrikanen ongestoord drugs
te dealen. We bevonden ons op een bekend toeristisch plein in
hartje Lissabon. De dealer toonde zijn klanten plastic zakjes
met de illegale inhoud. Niemand die rondom keek om te zien
of er politie aankwam. Geen politieagenten op straat gemerkt
in Lissabon, behalve als ze in een busje zaten. Buiten East
Los Angeles heb ik in mijn leven ook nooit zoveel graffiti op
huizen, openbare gebouwen, monumenten en standbeelden
gezien als in Lissabon.
Prachtige oude trams hebben ze in de Portugese hoofdstad,
maar ook die zaten vol graffiti. Een Frans koppel op de tram
vertelde me dat ik moest opletten met mijn tas - iemand
was er met al hun geld en papieren vandoorgegaan. Op de
Franse ambassade probeerde men hen te helpen om terug
thuis te raken.
Toen ik mijn bril even afnam, merkte ik dat de lijm die de
technicus gebruikt had elastisch bleef, niet wilde drogen. Ik
keek naar mijn horloge en repte me terug naar de winkel - als
de zaak gesloten was moest ik voor de technicus opnieuw
wachten tot één uur de volgende namiddag.
Ik was er gelukkig net voor sluitingsuur.
Een andere technicus had een idee. Hij trok de donkere glazen
uit het frame van m’n zonnebril en verving ze door die van
m’n kapotte bril. De glazen pasten wel niet perfect, maar
zaten er vast genoeg in, verzekerde de man me. Toen ik terug
op straat stond, probeerde ik mijn hoofd zo weinig mogelijk
te bewegen omdat ik bang was dat de glazen uit m’n bril
zouden vallen.
Voor de bakkerij zaten de Afrikanen nog altijd te dealen. Ik
was blij dat ik het standbeeld beter kon zien - neen, er was
geen paard.
Ik stopte in een kleine supermarkt en kocht enkele flesjes bier.
In m’n hotelkamer kon ik naar Portugese tv-programma’s en
naar nieuwszenders kijken. Volgens wat ik door m’n bril kon
zien, was het nog altijd doffe ellende in de wereld. Ik maakte
mijn eerste bierflesje open.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT