Sport
20/05/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1117 - Op de tv werd het niet uitgezonden en de website lag
plat. Gelukkig bestond er nog radio.
Ik wilde de voetbalfinale graag vanuit m’n luie zetel
volgen en tikte op de ‘digibox’ het nummer in van Radio 1.
Was een beetje wennen om naar een donker scherm te kijken
en toch stemmen uit de tv te horen komen, daarom vulde ik
een sudoku in terwijl ik luisterde - zo hadden mijn ogen ook
iets om zich mee bezig te houden.
Zelfs zonder beeld bleef het een zeer spannende match. Na
de goal van Standard en het uitblijven van de gelijkmaker
die Genk recht op de landstitel zou geven, begon ik me
zwaarmoedig te voelen - dat de radiocommentatoren al van
Standard als de titelwinnaar begonnen te spreken, hielp niet
echt. Ik zocht naar een moeilijkere sudoku en probeerde zo
mijn bloeddruk wat omlaag te krijgen.
* * *
“Een column over sport deze week? Echt waar?” vroeg m’n
zoon een beetje verbaasd. Hij weet dat ik vaak op tv naar
sport kijk - van wielrennen en atletiek tot snooker en biatlon -
maar er zelden over schrijf. Sport boeit me, maar ik heb
vaak meer oog voor de fenomenen in de rand dan voor het
spel zelf. Enkele weken geleden was ik met de zonen naar de
match Club Brugge/KRC Genk geweest - mooi voetbal, maar
het gedrag van de Brugge-supporters die als roofdieren de
omheining invlogen, fascineerde me evenzeer.
Toen ik in Los Angeles woonde, ging ik regelmatig naar
baseball, basketbal of Amerikaans voetbal kijken en schreef
daar ook in deze column over. Sport, je kan er in de States
niet aan ontsnappen - van iedereen wordt verwacht dat hij
het volgt. Misschien komt het omdat de mensen daar niet
genoeg andere dingen te doen hebben, bij een gebrek aan
hechte kleinere gemeenschappen en een rijk verenigingsleven
zoals wij dat kennen.
* * *
Als kind stelde ik me vragen over de herkomst van woorden -
waaraan een ‘aardappel’ zijn naam te danken had was duidelijk
als je zag hoe het ding in de aarde groeide, maar van
andere woorden liet de reden voor de naam zich moeilijker
raden. ‘Sport’ was zo’n woord. Het klonk in mijn oren alsof
het niet in onze taal paste. Eerder iets Russisch, dacht ik,
misschien omdat in die tijd de Sovjet-Unie zo sterk was op
de wereldsportscène.
In mijn ‘van Dale Etymologisch Woordenboek’ lees ik dat
‘sport’ van het Engels komt. En het Engels heeft het woord
aan het Oudfrans ontleend - ‘desport’ dat op haar beurt van
het Latijnse ‘disportum’ komt. Je herkent er het woord ‘port’
in van ‘portare’: dragen, brengen, vervoeren. In ‘desport’ of
‘sport’ zit dus de betekenis van ergens naartoe gebracht worden
- sport kan meeslepend zijn, ons in ver-voering brengen,
ons uit onze dagelijkse sleur halen, dingen even doen vergeten.
De première van het woord ‘sport’ had rond het jaar 1440
plaats, toen het in een versregel van het gedicht ‘The Lyfe of
Ipomydon’ verscheen. Dat weet ik van mijn ‘Oxford English
Dictionary’ (O.E.D.). Ik heb het loodzware woordenboek
van het schap gehaald om het op te zoeken - gewichtheffen,
ook een sport. Meer dan drie volledige bladzijden staan er
in over de herkomst van het woord ‘sport’ in de zogenaamde
‘compact edition’ van het woordenboek. Tussen haakjes,
geweldig naslagwerk, die ‘O.E.D.” - hij wordt met een sterk
vergrootglas geleverd omdat de letters met opzet te klein gedrukt werden zodat de twintig volumes in één enkel deel
konden geperst worden.
Volgens het woordenboek betekent ‘sport’ oorspronkelijk:
‘pleasant pastime; entertainment or amusement; recreation;
diversion’.
* * *
And of hys comyng she was glad,
And moche joye of hym she made.
Whan they had take hyr sporte in halle,
The kynge to counselle gan hyr calle
Uit: ‘The Lyfe of Ipomydon’,
Hue de Rotelande
* * *
Dat Genk de finale heeft gewonnen, werd ook bij ons thuis
gevierd. Al weken volgen we de uitslagen op de voet en toen
Standard plots in het klassement weer gelijk kwam, begon
ik het ergste te vrezen.
Ik ben weliswaar Hasselaar - stad waarmee Genk graag
rivaliseert - maar eigenlijk ook een beetje Genkenaar. Dat zit
zo. Als kind woonden we op een boogscheut van de grenspaal
met Genk. Omdat in die tijd het leidingwater van Hasselt niet
tot bij ons raakte wegens een te groot hoogteverschil, kregen
we kraantjeswater van Genk. Mijn hele jeugd lang heb ik
dus dagelijks met Genks water mijn dorst gelest. Mijn prille
lichaamscellen laafden zich aan water van Genk. Als dat van
mij niet een beetje Genkenaar maakt...
* * *
Een passage in Shakespeare met het woord ‘sport’ erin,
is me altijd bijgebleven. In de tragedie ‘King Lear’ maakt Gloucester, die er erg aan toe is, zijn beklag over het lot van de
mens: ‘As flies to wanton boys, are we to the gods, - They kill
us for their sport.’ Zoals kwajongens vliegen doodmeppen,
zo doden de goden mensen voor hun vermaak.
* * *
Vermaak, vertier, ontspanning... het is de bedoeling van
sport - van sport op z’n best. Maar als sport ten koste gaat van
mensen, dan mist het de bal, bij wijze van spreken. Ik denk
dan bijvoorbeeld aan het bloederige ‘vertier’ in de Romeinse
circussen van weleer of aan het dodelijke balspel van de
Maya waarbij de verliezers hun leven verloren, maar ook
aan moderne sporten met doping, genetische behandelingen,
gesjoemel, omkoperij of het verkopen van een trap in het
gezicht van een tegenspeler. Dan brengt sport niet meer in
vervoering, biedt het geen bevrijding uit de dagelijkse sleur
en kan het niet helpen om even aan problemen en moeilijke
omstandigheden te ontsnappen. Integendeel, dan worden de
problemen en de moeilijke omstandigheden uit het leven in
de sport geïntroduceerd en gaan de geluksmomenten en het
vertier onherroepelijk verloren.
* * *
Ik toonde mijn zoon deze column. Nadat hij hem gelezen had
vroeg hij me: “Gaat dat nu wel écht over sport?”
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT