Smelten
07/01/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1100 - Terwijl ik buiten kiekjes van de sneeuwmannen nam, zag ik ze voor mijn ogen wegsmelten. Om het kwartier veranderde
hun vorm – nu een paardenkop, even later de muil van een
gevaarlijk beest, uiteindelijk niets.
Enkele dagen geleden brak ik voor ons huis nog met een
spade grote plakken aangekoekt sneeuwijs om de weg vrij
te maken. ‘Russische toestanden’. Nooit zo lang sneeuw en
ijs in onze straat zien liggen.
* * *
Bij ons was het woensdag al begonnen met dooien, maar in
Düsseldorf vroor het nog stevig. In de winter is het altijd
wat kouder in Duitsland, heb ik ervaren, zelfs even over de
grens.
Op de Königsallee - de dure winkelstraat in het centrum van
Düsseldorf - lag nog sneeuw en ijs. Mijn zonen maakten
opmerkingen over de dames in bontjassen. Een oude man
stond naast een tafeltje waarop hij beeldjes te koop aanbood
- eenvoudige dingen die hij met de figuurzaag uit een plank
had gezaagd. Hij had postgevat voor een Cartier-winkel. Geen mens leek voor zijn waren belangstelling te hebben.
Naast zijn tafeltje stond een bord: ‘Arbeiten ist besser als
Betteln’. De man stond met de handen in de zakken voor
zich uit te staren. Onze blikken vonden elkaar voor een korte
seconde. Ik begreep niet wat ik in zijn ogen zag. Even verder
om de hoek sloeg de wind ons in het gezicht. Het was plots
nog kouder geworden.
* * *
Als kind heb ik een paar keer met mijn ouders Düsseldorf
bezocht. Ik herinner me daar vandaag weinig van behalve dat
de Rijn toen grote indruk op me had gemaakt – zo’n brede,
statige rivier had ik nog nooit gezien - en dat het lang rijden
was om tot daar te geraken.
Eind jaren negentig leerde ik de stad beter kennen. Ik volgde
toen een cursus Duits en was met mijn klas naar de Rijnstad
gereisd. Een stadsgids had ons over het belang van de Slag
bij Woeringen verteld, over de historische rivaliteit tussen
Düsseldorf en Keulen, en de merkwaardige figuur van Jan
Wellem. Ik leerde toen ook over Düsseldorf als cultuurstad,
met belangrijke musea en concertgebouwen, met figuren
als Heinrich Heine voor de literatuur, Robert Schumann
voor de klassieke muziek en Joseph Beuys voor de plastische
kunsten.
Enkele jaren geleden heb ik ook de Japanse kant van Düsseldorf
ontdekt. Rond de Immermannstraße is er een Japanse
buurt met tientallen restaurants, met boekenzaken,
supermarkten, bakkerijen, hotels. En even buiten de stad
ligt een boeddhistische tempel met Japanse tuin – ook een
bezoek waard.
Je kan in Düsseldorf heel lekker Japans eten. Wij hebben al
een handvol Japanse restaurants in de buurt van de Immermannstraße
uitgeprobeerd, maar gaan nu altijd naar ‘Yabase’,
een gezellig eethuisje in de Klosterstraße. In het weekend zit
het er vol gezinnen met kinderen, op werkdagen vol Japanse
zakenlui. Alles is er supervers en authentiek Japans. Ik moet
in ‘Yabase’ altijd even in mijn arm knijpen om te beseffen dat
ik in Duitsland, niet in Japan ben.
* * *
In de Königsallee een ‘Saturn’ binnengesprongen. Ik had
gehoord dat er in die mediawinkel een goede muziekafdeling was. Door iTunes zijn grote cd-afdelingen bijna overal
verdwenen, maar in de ‘Saturn’ stond ik nog voor meters cd’s
alleen al voor Bach, idem voor Beethoven, Schubert... Ogen
(en oren) tekort. Onder de letter ‘M’ vond ik zelfs een cd van
de wat vergeten Vlaamse componist Lodewijk Mortelmans.
In Duitsland! Waar zou die bij ons in een winkel liggen?
* * *
We kwamen in het donker thuis van ons dagje Düsseldorf. Het
ijs in de oprit was nog niet gesmolten. Op de hard bevroren
sporen hadden mijn banden het moeilijk. Ik moest voorzichtig
manoevreren om mijn ijsbrokkenberg te ontwijken.
Mijn vrouw was thuisgebleven omdat ze door de griep
geveld was. Ze luisterde met belangstelling naar de zonen
die vertelden dat we ‘natto’ en ‘mochi’ in de Japanse winkel
gekocht hadden.
‘Mochi’ is een kleverig snoeppasteitje. Het wordt gemaakt
door met mokerhamers op rijst te slaan tot een elastische
massa ontstaat waar nog enkele ingrediënten aan toegevoegd
worden. Op Nieuwjaar eten Japanners mochi als geluksbrenger
- een levensgevaarlijke traditie want jaarlijks sterven oude
mensen omdat het goedje in hun keel blijft plakken en ze het
niet doorgeslikt krijgen.
We kopen altijd mochi in Düsseldorf. Het is lekker en het
smelt in de mond. Maar ‘natto’ is een ander verhaal. Ik denk
dat je Japanner moet zijn om het lekker te vinden. ‘Natto’
zijn gefermenteerde sojabonen die als ontbijt gegeten worden
en zeer goed voor de gezondheid zouden zijn. Vorig jaar
had een Japanse leerkracht een bakje naar de les gebracht
om ons te laten proeven. Het goedje zag er weerzinwekkend
uit - de kleverige bonen leken in het rag van een spinnenweb
gewikkeld te zijn. Bovendien was de geur afstotend – net
zweetvoeten. Ik had er toen niet van durven proeven en
was achteraf teleurgesteld over mezelf. In de zomer waren
we in Düsseldorf en kochten zelf een bakje ‘natto’ - bijna
dagelijks waren we van plan om ervan te eten, maar het kwam
er nooit van. En toen de houdbaarheidsdatum verstreken
was, hebben we het met een schuldgevoel in de vuilnisbak
gegooid... Afgelopen woensdag hebben we opnieuw ‘natto’
gekocht. Iedereen was erbij toen mijn zoon het openmaakte.
De geur sloeg ons in het gezicht, Ik trok een enkele boon
uit de kleverige massa en stak hem in mijn mond. Eigenlijk
smakeloos, vond ik. Mijn zonen wilden het uitspuwen, zo
vies. Maar mijn vrouw vond het lekker! Ergens iets Japans
in haar genen? Of nog altijd wat last van de griep...
* * *
Wekenlang hebben we met de winter strijd gevoerd. Overal
zag je mensen zwoegen en zweten om stoepen en paden vrij
te houden. De bergen met ijsbrokstukken werden dagelijks
hoger. Maar op amper enkele uren is het allemaal weggesmolten.
Er blijft nu niets van over. In mijn geest duikt een
zinnetje op: ‘Een illusie armer’. Bekende woorden, maar
vandaag betekenen ze iets meer.
Good luck en tot ziens
Dr. Frans BAERT