Saalkretnis
07/12/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1046 - Bij ons dit jaar geen schoenen meer voor de haard. De tijd van
de heilige man uit Spanje is een afgesloten hoofdstuk. De zonen
zijn bereid hun hoop op speelgoed en lekkers enkele weken
uit te stellen, in de verwachting dat ‘de concurrentie’ wel iets
voor hen onder de kerstboom zal leggen.
Veertien jaar lang heeft de heilige man op zes december zijn
paardje op ons dak geparkeerd. Elk jaar opnieuw vroegen de
kinderen me hoe de sint alles door de nauwe schouw kreeg.
Een raadsel, antwoordde ik dan.
* * *
Ik vond dat ze oud genoeg waren om een wat kunstiger film te
zien dan het cinematische voer dat ze normaal voorgeschoteld
krijgen. De prent die we samen zagen was ‘The Enigma of
Kaspar Hauser’, de Engelse titel van ‘Jeder für sich und Gott
gegen alle’(1974) van Werner Herzog. De film vertelt het waargebeurde
verhaal van een 16-jarige jongen die in 1828 op een
plein in Nürnberg aangetroffen werd. Hij kon niet praten, niet
lopen, was volledig verwaarloosd. Kaspar Hauser kwam bij
verschillende mensen terecht en leerde communiceren op een
hem zeer eigen manier.
Nieuwsgierigen kwamen van heinde en ver om hem te zien. Ook
filosofen - zoals Feuerbach - toonden belangstelling voor de
jongen. Op éénentwintigjarige leeftijd stierf hij in mysterieuze
omstandigheden. Op zijn grafsteen kwam een tekst te staan in
het Latijn: ‘Hic jacet Casparus Hauser, aenigma sui temporis’
(hier ligt Kaspar Hauser, een raadsel van zijn tijd).
In de psychologie gebruikt men vandaag de diagnose ‘Kaspar
Hauser-syndroom’ nog altijd voor gevallen van zware
kindermishandeling.
De zonen waren zeer de indruk van de film - aan het trage
tempo moesten ze wat wennen, maar achteraf vonden ze het
toch zeer de moeite waard.
Ik moest nog even uitleggen dat ‘enigma’, ‘raadsel’ betekent.
Mijn oudste herkende het woord van ‘enigma-machine’, de
Duitse coderingsmachine uit WO II. De rekenmachines die de
Engelsen ontwikkelden - onder leiding van Alan Turing - om
de Duitse codes te ontcijferen, zouden de eerste computers
worden.
* * *
Met opzet heb ik de wat enigmatische titel ‘Saalkretnis’ gekozen
- gewoon het woord ‘Sinterklaas’ achterstevoren. Je weet
nooit of een jonge lezer - als de titel duidelijker was geweest
- nieuwsgierig zou worden en de waarheid over de sint en zijn
handlangers van mij zou te weten komen. Wil ik niet op mijn
geweten hebben.
Het woord ‘handlanger’ is een beetje overdreven, maar ergens
is het toch een goede beschrijving van wat mijn vrouw en ik
veertien jaar lang voor sint & zonen gedaan hebben. Een
job met uitdagingen, maar waar we zelf ook veel plezier aan
hebben beleefd. We gaan het missen.
Zoals die keer dat we in Düsseldorf een prachtig tafelvoetbalspel
in een etalage hadden gezien - zo’n solide, ouderwetse van hout. Een cadeau waar de kinderen met hun tweeën mee
kunnen spelen is altijd een bonus. We kochten het spel en
met de hulp van de winkelbediende probeerden we het in de
grote koffer van mijn vrouw te stouwen. Maar hoe we het
ding ook draaiden of keerden, langs alle kanten stak er altijd
vijf centimeter te veel uit. Ook toen we de poten eraf wilde
schroeven, merkten we dat de stangen met de spelertjes nog
altijd in de weg zaten. Na wat meetwerk zagen we dat zelfs
gedemonteerd, de doos met onderdelen niet zou passen.
Enkele dagen later reed ik met mijn eigen auto terug naar
Düsseldorf - met neergeklapte achterzitjes paste de doos wel
in mijn koffer.
Maar een nieuw probleem stelde zich - ik kon onmogelijk het
voetbalspel thuis in elkaar steken zonder ontdekt te worden.
Mijn moeder vond het gelukkig niet erg om het spel een paar
weken onderdak te bieden.
Het monteren kostte me heel wat tijd. De ene keer zaten de
veren van de stangen fout en moest alles opnieuw losgeschroefd
worden, een andere keer stonden de voetbalmannetjes achterstevoor...
Sinterklaasnacht was ik er eindelijk mee klaar.
Het voetbalspel woog een ton. Mijn vrouw kwam me in het
holst van de nacht met de auto halen. Ik zou de voetbalbak
zo ver mogelijk in de koffer stouwen en dan achter de traag
vorderende auto stapsgewijs volgen, terwijl ik het stuk van de
bak dat uitstak droeg. Zo gezegd, zo gedaan.
M’n vrouw reed met een slakkengangetje zodat ik kon blijven
volgen zonder te moeten lopen. Toen we op de openbare weg
waren, wilde mijn vrouw een tegenligger laten passeren en gaf ze iets te veel gas. Ik moest plots hard lopen om te vermijden
dat de bak op straat ging terecht komen! Ik riep heel hard dat
ze moest stoppen. Ze remde te bruusk en ik vloog een eindje
de koffer in... Of ik toen even gevloekt heb?
De volgende ochtend kwamen de jongens me wakker maken:
“Papa, we denken dat Sinterklaas zich vergist heeft, een tafelvoetbalspel,
dat stond niet in onze brief.” Raadselachtige
man, de sint...
* * *
We liepen wat rond in Leuven. Op een muur hing een A4’tje
met de foto van een verloren huisdier: ‘Heeft iemand mijn
duif gezien?’ Foto’s van katten en honden zien we wel vaker,
maar van een duif ?
Thuis stuurde ik een e-mail naar de man:
‘Zaterdagnamiddag wandelde ik door Leuven en zag uw poster
met de vraag of iemand uw duif heeft gezien. Mijn eerste
reactie was er een van: arme man die zijn duifje verloren heeft.
Dan las ik de poster opnieuw en bedacht dat ongeveer elke duif
er ‘voornamelijk grijs’ uitziet en dat ze allemaal - als ze niet
doof zijn tenminste - naar ‘ROEKOE’ luisteren... Het maakte
me nieuwsgierig. Wat is uw bedoeling? Of hebt u werkelijk die
duif verloren? Zou u weten dat het om uw duif gaat als ik u
een grijs exemplaar breng dat naar ‘ROEKOE’ luistert? En
heb ik dan recht op die 50 euro? Ik kijk ernaar uit om iets van
u te horen! Met duifvriendelijke groet, FB.’
Twee weken later. Nog altijd niets gehoord. Raadselachtig...
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT