Ongewenst
30/07/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1078 - Afgelopen zomer had ik de plantjes al eens in het gazon
gezien. Ze waren mooi, maar ik wilde ze niet overal in
mijn gras. ‘Mooi plantje’ doopte ik om tot: ‘onkruid’
- een beslissing met gevolgen voor het ongewenste gewas.
Toen ik het onkruid wilde uittrekken ontdekte ik dat het
stevig verankerd zat. Het kostte me veel moeite om de wortels
uit de grond te krijgen. Maar mijn inspanningen werden
beloond, de plantjes lieten zich niet meer zien. In het gazon
was alles weer gras, en alleen maar gras.
Maar dit jaar doken de plantjes weer op, en er waren er
meer! Misschien moest ik het anders aanpakken? Op het
internet zocht ik tevergeefs naar de naam van mijn onkruid
- enkele plantensoorten leken er wel op, maar hun wortels
zagen er toch anders uit.
Ik nam het besluit om de onkruidwortels dieper uit te graven.
Na wat spitwerk legde ik er een bloot en trok er dan met
alle macht aan. Het was even schrikken toen ik zag hoe ver
vertakt de dikke wortel van zo’n klein plantje verspreid
zat. Dat een plantje van niks zo’n complex onderaards
leven leidde wekte verbazing. Mijn jongste kwam kijken
en vond het geweldig: “Net iets uit zo’n horrorfilm waarin
buitenaardse planten de aarde overnemen.”
* * *
Enkele dagen geleden arriveerde de schoonfamilie uit Californië
voor hun tweejaarlijks bezoek. We zaten al maanden
naar hun komst uit te kijken. Dat het bij hun aankomst
bakken regende vonden ze schitterend - een toeristische
bonus voor mensen die jaar in jaar uit in een woestijnstad
leven.
Het is altijd wat puzzelen met bedden en matrassen als het
bevolkingsaantal onder ons dak plots verdubbelt. Dat mijn
zonen samen in één bed moesten slapen vonden ze minder
prettig, maar het was een prijs die ze graag betaalden om
twee weken met hun Amerikaanse nichtjes te kunnen spelen.
Van vorige bezoeken herinnerde ik me het gesnurk van mijn
schoonbroer - een kettingzaag is er stil bij. Deze keer was
het niet anders. Onbegrijpelijk hoe mijn schoonzus bij zo’n
kabaal de slaap kan vatten.
Het is aanpassen voor iedereen als het huis overbevolkt is,
maar omdat we genieten van onze tijd samen en de ongemakken
maar twee weken duren, vindt niemand het erg.
* * *
Deze week raakte bekend dat het bevolkingsaantal van de
EU nu meer dan een half miljard bedraagt. Ergens in een
Europese lidstaat zou in de afgelopen maanden een baby’tje
moeten geboren zijn dat de teller van 499.999.999 naar
500 miljoen deed overslaan. De demografen van ‘Eurostat’
zeggen dat het waarschijnlijker is dat een immigrant voor
die toename heeft gezorgd.
Ook in België steeg de bevolking aanzienlijk. We leven
nu met 10,82 miljoen inwoners op dit lapje grond. De elf
miljoen is in zicht. Van de 77.000 nieuwe Belgen zijn er
55.000 immigranten. Daarmee ligt de bevolkingstoename
in België een stuk hoger dan in de rest van Europa.
* * *
Om een goede indruk op haar zus te maken, wilde mijn
vrouw dat ik mijn bureau wat opruimde. In een te hoge
stapel boeken vond ik een dun, vergeten dichtbundeltje
dat ik vorig jaar op de boekenbeurs had gekocht – een
Nederlandse vertaling van de Roemeense gedichten van
Paul Celan.
Met veel belangstelling begon ik de inleiding
van het boekje te lezen – het opruimen van de stapel kon
nog wat wachten... Ik leerde dat de dichter in april 1945 uit
zijn geboortestad Cernauti, hoofdstad van de landstreek
Bucovina, naar Boekarest gevlucht was. De streek werd
bij het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk
aan Roemenië toegewezen, en zou uiteindelijk door de
Sovjet-Unie opgeslokt worden.
In Celans geboortestad kon je Roemeens, Oekraïens, Duits, Jiddisch en Zwabisch in de
straten horen spreken. Met de inval van Russische troepen in
juni 1940 en hun bezetting van de streek, veranderde er veel.
De sovjets traden zeer hard op tegen de bevolking. In hun
waanzin beschuldigden ze de joden zelfs van collaboratie
met de nazi-Duitsers! Paul Celan - een jood wiens ouders
in nazi-werkkampen waren omgekomen - moest voor zijn
leven naar Boekarest vluchten. Daar publiceerde hij enkele
opmerkelijke gedichten in het Roemeens, een taal die hij op
school had geleerd.
Na de communistische machtsovername kwam hij uiteindelijk in Parijs terecht, stad waar hij voor
de rest van zijn leven zou blijven, en waar hij zijn gedichten
in het Duits schreef, zijn moedertaal.
* * *
...en het leven is de sloep aan de oever, zonder roeispanen.
Paul Celan, Uit: ‘Gisternacht’, vert. Jan H. Mysjkin
* * *
Wat maken van het verhaal van de honderden Franse zigeuners
van ‘Vie et Lumière’? Het begon met hun bezetting van
een wei in Nieuwpoort zonder toelating van de eigenaar, en
de daaruit voortvloeiende overlast. Uitleg van de zigeunerwoordvoerder:
“Als we toelating hadden gevraagd, zouden
we die toch niet gekregen hebben.” Mooi argument.
Er worden vragen gesteld of het hier wel om bonafide zigeuners ging - de luxueuze auto’s (er werd zelfs een Porsche Cayenne gesignaleerd) en duur campingmateriaal deden
twijfels rijzen.
De ‘zigeuners’ waren ongewenst, moesten vertrekken.
Daarna probeerden ze het nog eens in Wingene, dan in
Dour.
* * *
Ik kan geen gastvrijheid verwachten, ook dat weet ik, maar
waar kan ik stoppen, behalve daarboven? [...] Opnieuw wordt
ik teruggewezen. Er zit niets anders op dan mijn weg voort te
zetten, maar mijn krachten zijn getaand en ik sluit mijn ogen
op zoek naar een man met een sloep.
Paul Celan, Uit: ‘Prozagedichten’, vert. Jan H. Mysjkin
* * *
Maurice bekeek het onkruid. Maurice weet véél meer over
bomen en planten dan ik. Hij wees naar mijn dierbare,
oude kerselaar een paar meter verderop: “Jouw onkruid,
dat zijn scheuten uit de wortels van die kerselaar!” Hij had
verdorie gelijk! Dat verklaarde waarom de wortel van het
plantje zo dik was..
.
‘Onkruid’ doopte ik nu om tot: ‘mooi plantje’. Het onkruid
- de ‘ongewenste indringer’ - was al veel langer thuis in deze
oude tuin dan ikzelf. Indringer, ik...
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT