Maanavond
19/11/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1093 - Maandagavond wandelde ik na de les naar mijn auto.
Het was opvallend kouder geworden. In de wolkenloze
nachthemel scheen o zo mooi de maan. Wat een
opluchting na vier dagen onafgebroken regen. Vanavond had
het hemellichaam nog de vorm van een brede sikkel - binnen
een week zou het volle maan zijn.
Omdat er voor het eerst sinds lang geen bladeren meer in de
bomen hingen, kon ik de maan op de terugrit onafgebroken
zien – ‘zie de maan schijnt door de bomen’. Volgde ik de maan
of volgde de maan mij?
Terwijl ik naar huis reed, kwam me een versregel van drie
woorden van zenmeester Dogen Zenji (1200-1253) voor de
geest - uit zijn bekend, kort gedicht waarin hij elk seizoen
van het jaar met één enkel woord samenvat. Voor de herfst
verwijst Dogen naar de maan: ‘aki wa tsuki’ (‘wat betreft de
herfst, de maan’). Vanavond, maan-dagavond, meer dan ooit,
begreep ik de woordkeuze van de dichter. Een maan-avond...
Wat een geluk.
* * *
Luchtbeelden van overstroomde velden en dorpen. Straatbeelden
van proestende rioolgaten, brandweermannen in
bootjes, angstige mensen die zandzakjes voor hun deuren
stapelen, water dat overal door vensters en deuren binnenstroomt.
Binnen wanhopig dweilende mensen, verzopen
verwarmingsketels, kasten en tafels die alleen nog als brandhout
kunnen dienen en in de keukenkasten potten en pannen
vol modder.
Het resultaat van vier dagen onafgebroken regen... Wat een
ongeluk.
* * *
In het midden van de nacht ging ik even naar beneden om te
zien of er niets loos was in de kelder. De nieuwsberichten over
de overstromingsramp hadden mij angstig gemaakt. Ik deed
het licht niet aan omdat ik niemand wilde wakker maken.
In de kelder was alles in orde. Al tastend zocht ik mijn weg
terug naar boven, zoals ik al vaak gedaan heb. Plots schrok
ik. Ik had een korte seconde nodig om te beseffen dat ik tegen
de scherpe hoek van een deurgat gelopen was. Ik tastte naar
mijn bril en was opgelucht dat hij nog ongebroken op mijn
neus zat. In de spiegel zag ik dat mijn voorhoofd de klap
minder goed had overleefd. Boven mijn wenkbrauw zat een
gapende spleetwonde waaruit bloed in mijn oog liep. Ik heb
altijd gehoord dat bloedende hoofdwonden er slechter uitzien
dan ze zijn, dus panikeerde ik niet. In de badkamer maakte
ik de wonde schoon en vond in het kastje mijn aluinsteen
die ik voor scheerwonden gebruik - na een minuutje hield
het op met bloeden en behandelde ik de wonde met een
ontsmettingsproduct. Eigenlijk moest ik zo’n wonde laten
hechten om een litteken te voorkomen, begreep ik, maar ik
durfde zelf niet naar het ziekenhuis te rijden met een wonde
die onderweg weer kon beginnen bloeden. Ook wilde ik mijn
vrouw om drie uur ’s nachts niet wakker maken om het voor
mij te doen. Een litteken meer of minder zou het verschil niet
maken, stelde ik mezelf gerust en ging slapen. De wonde zag
er ’s ochtends al een stuk beter uit. Een geluk.
* * *
“Jouw lichaam is toch belangrijker dan jouw bril,” reageerde
mijn oudste bezorgd toen hij hoorde hoe opgelucht ik was
dat mijn bril nog heel was.
* * *
Om op tijd in de luchthaven te zijn, waren we rond half zeven
al de deur uit. Het was nog donker. Mijn vrouw vertrok
voor een bezoek van enkele weken aan haar zus en moeder
in Californië. Het was zondagochtend. Het regende nog
altijd hard.
Niet zo bijster ver van thuis passeerden we een dancing waar
het ondanks het late/vroege uur nog druk was. Een auto kwam
van rechts uit de dancingparking. Tot mijn verbazing reed hij
pal vóór me de weg op. Ik moest op mijn remmen staan en het
stuur naar links omgooien. Op het linkerbaanvak naderde
op hetzelfde ogenblik een tegenligger. Gelukkig reageerde die
ook bliksemsnel en probeerde me met een draai naar rechts te
ontwijken. Zo ontsnapten we beiden aan een frontale botsing,
maar gevaar bestond dat ik hem nog achteraan kon raken.
Ik zigzagde met gierende banden tussen de twee auto’s door.
Ook van de ‘dancingchauffeur’ vreesde ik een klap achteraan.
Ik zette me schrap voor een dubbele crash, maar een botsing
bleef gelukkig uit. Hoe was het mogelijk?
Ik reed met knikkende knieën verder - we waren het er allemaal
over eens dat het een klein mirakel was. Een geluk bij
een ongeluk, of beter: bij een ‘geen ongeluk’.
* * *
“Uw lichaam is toch belangrijker dan uw bril,” reageerde
mijn moeder bezorgd toen ze hoorde hoe opgelucht ik was
dat mijn bril nog heel was.
* * *
De volgende ochtend maakte ik het ontbijt voor de zonen.
Terwijl de jongens hun havermoutpap aten, ging ik even
kijken of er nieuwe e-mails waren. Uit de keuken hoorde ik plots roepen: ‘Papa, een overstroming!” Even paniek omdat ik
aan de ondergelopen keukens van de nieuwsberichten dacht.
Bleek gelukkig veel minder dramatisch te zijn. Ik was vergeten
dat de koffiekan nog vol water zat toen ik de koffiemachine
met water had gevuld, met als gevolg dat de verse koffie langs
alle kanten uitspoot... Klein ongelukje.
* * *
Ik volgde de jongens tot op de straat toen ze met hun fietsen
naar school vertrokken. Mijn oudste stelde me gerust: “Die
havermout was lekker hoor papa.” Mijn jongste: “Zo’n
overstroming van de koffiemachine had ook mama kunnen
overkomen.” Ik wuifde ze uit. Op straat zag ik een muntje
van twintig cent liggen. Klein gelukje.
* * *
Toen ik maandagavond laat thuis kwam van de les, zag ik
dat de jongens nog op waren. Ze voelden zich betrapt en
renden naar hun slaapkamer. Ik riep ze terug. Als de maan
sikkelvormig is kan je zelfs met een gewone verrekijker de
schaduwen van de kraterwanden op het maanoppervlak
prachtig observeren. Zo’n spektakel mochten ze niet missen,
laat of niet laat.
Op een maan-avond met de zonen naar de maan kijken, een
groot, groot geluk.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT