Luchtmijmeringen
08/07/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1124 - Halfweg onze reis naar Californië vliegen we over
Canada - op weg naar m’n schoonfamilie in Los
Angeles. Op het tv-schermpje op de rug van de stoel
voor me volg ik ons traject op de landkaart. In de dunbevolkte
streken van noordelijk Canada dragen de steden namen die
tot de verbeelding spreken, zoals Moose Jaw, Regina en Flin
Flon. Flin Flon?
* * *
Van Wikipedia leer ik dat de stad Flin Flon pal op de grens
van twee Canadese provincies ligt - 5.594 van haar inwoners
leven in de provincie Manitoba, 242 in de provincie Saskatchewan.
De stad werd in 1927 gesticht door het mijnbedrijf
‘Hudson Bay Mining and Smelting’ (HBM&S).
Flin Flon dankt haar naam aan het hoofdpersonage in de
avonturenroman van de Britse auteur J.E. Preston Muddock
(1843-1934) - in zijn tijd even populair als Arthur Conan
Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes. Het verhaal
gaat over een zekere Josiah Flintabbatey Flonatin die met zijn
duikboot de bodem van een meer verkent en onderweg een
vreemde ondergrondse wereld ontdekt.
Tom Creighton, een ‘prospector’ (mijnbouwkundig onderzoeker)
vond het boek van Preston Muddock op een zijn
verkenningstochten ergens in de wildernis - de slotpagina’s
ontbraken. Toen Creighton later in de streek een belangrijke
koperertsader ontdekte, herinnerde hij zich het boek
en noemde zijn kopermijn ‘Flin Flon’s Mine’, naar de held
van het verhaal.
* * *
In het boek dat ik tijdens de lange vlucht lees, ontbreken
gelukkig geen bladzijden. Een jaar geleden kocht ik de roman
‘The Thousand Autumns of Jacob de Zoet’ van David Mitchell,
maar ben er pas enkele weken geleden aan begonnen.
Ik had gehoopt het nog op tijd uit te krijgen, omdat ik niet
met het zware boek op een vliegreis wilde rondzeulen.
Het boek van Mitchell verscheen ook in Nederlandse vertaling,
onder de titel ‘De Niet Verhoorde Gebeden van Jacob
de Zoet’ - hopelijk werd de tekst van het boek getrouwer
vertaald dan de titel.
Het verhaal speelt zich af op Deshima, het kunstmatig
eilandje in de haven van Nagasaki (Japan), dat tussen 1641
en 1859 als handelspost door de Verenigde Oost-Indische
Compagnie (VOC) werd gerund. Japan was eeuwenlang
volledig van de buitenwereld afgesloten. De Japanners hadden
in de zestiende eeuw vervelende ervaringen gehad met
de bekeringsdrang van Portugese monniken en besloten om
hun land tegen vreemde invloeden te beschermen door elk
contact met de rest van de wereld te verbieden. Het zou tot
het midden van de negentiende eeuw duren vooraleer de deur
opnieuw voor betrekkingen met het westen werd opengezet.
Omdat de Nederlanders de shogun in zijn strijd tegen opstandige
Japanse christenen geholpen hadden en bereid waren
om van openlijke geloofsuitingen af te zien, mochten zij
wel handel blijven drijven zolang ze maar geen voet aan wal
zetten. Op contacten tussen westerlingen en Japanners stond
de doodstraf.
Deshima is een zeer dankbare setting voor een verhaal.
Mitchell maakt er goed gebruik van in deze leerrijke, knap
geschreven en spannende roman.
* * *
“Jouw koffie is klaar.” Baert brengt een kom. “Lekker vers.”
Jacob kijkt naar Ouwehand die een ‘ik had het je nog
gezegd’ gezicht trekt.
“Dank u mijnheer Baert, maar vandaag liever niet.”
David Mitchell, The Thousand Autumns
of Jacob de Zoet
* * *
M’n schoonmoeder is een schatje. Terwijl ik deze column
aan haar keukentafel probeer te schrijven, komt ze me om de
vijf minuten iets leuks vertellen. Ze wil niet dat ik me verveel
of uitgesloten voel. Ik heb het hart niet om haar te zeggen
dat ik wat stilte nodig heb om dit stuk op tijd af te krijgen.
* * *
Mijn zonen kunnen hun oren niet geloven als ze horen dat
we voor onze tussenlanding in Zürich, op de luchthaven van
‘Kloten’ zullen arriveren.
Als we na de landing naar de ‘gate’ gaan voor het vliegtuig
naar Los Angeles, moeten we aan een juffrouw onze ‘boarding
pass’ tonen. Ik herken op het plaatje op haar revers de naam
Bernoulli en kan niet aan de verleiding weerstaan om te
vragen of ze familie is van. Ze begint een beetje te blozen: “Ja,
maar dat is van heel lang geleden,” antwoordt ze bescheiden:
“Er zijn er nog maar heel weinig in Zwitserland.”
De Bernoulli’s komen oorspronkelijk uit Antwerpen, vestigden
zich later in Bazel, Zwitserland. De familie telde vele
belangrijke wiskundigen waaronder Johan Bernoulli (1700-
1782) die in Groningen het levenslicht zag en op zijn vijfde
naar Zwitserland verhuisde. Hij is vooral bekend van zijn ‘wet’
uit de aero- en hydrodynamica over het stromingsgedrag van
vloeistoffen en gassen (met dank aan Wikipedia!).
* * *
½pv² + pgh + p = constant
Wikipedia, Wet van Bernoulli
* * *
Toen ik nog in Los Angeles woonde, had ik een ontmoeting
met een bankbediende die ‘Pirandello’ heette. Ik vroeg haar of ze familie was van Luigi Pirandello (1867-1936), de Italiaanse
auteur en Nobelprijswinnaar. Zichtbaar ontroerd
antwoordde ze dat hij haar schoonvader was. Ze woonde al
een jaar of veertig in L.A. en dit was de eerste keer dat iemand
haar die vraag had gesteld.
* * *
Enkele jaren geleden stond een wijze Amerikaan, Benjamin
Franklin, met bewondering naar een luchtballon boven Londen
te kijken. Zijn metgezel wees de ballon af als een speeltje, een
frivoliteit. Hij vroeg aan Franklin: “Waar kan zoiets nu in
godsnaam voor dienen?” Franklin antwoordde: “En waar kan
een pasgeboren kind in godsnaam voor dienen?”
David Mitchell, The Thousand Autumns
of Jacob de Zoet
* * *
Ik heb vandaag geen begeleidende foto die iets met het onderwerp
van deze column te maken heeft. Vond niets over
vliegen en vliegtuigen. In m’n laptop zat nog een kiekje dat ik
vorig jaar in Istanboel schoot. Heeft níets met dit onderwerp
te maken. Alhoewel...
* * *
Ons vliegtuig nadert de landingsbaan. Ik vertel aan m’n zonen
dat als ze goed kijken, ze aan de rechterkant de universiteit
kunnen zien waar ik vele jaren les gaf. Heb vijftien jaar in
deze stad gewoond...
Los Angeles, ver van huis, maar toch nog altijd ook een klein
beetje thuis.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT