Licht werpen
14/10/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1137 - Naast ons bed staat een oud kastje. Er
liggen boeken en een paar pennen
op en enkele dingen van de kinderen
die ze ooit voor een verjaardag of vaderdag
gemaakt hebben. Tien jaar al zie ik dat kastje
als ik het nachtlicht aan- of uitdoe, maar er
écht naar kijken deed ik pas voor het eerst
enkele ochtenden geleden.
Het is geen kostbaar meubel, dat kastje.
We kregen het van mijn schoonmoeder
toen we pas getrouwd waren - nog iets van
haar schoonmoeder, onze ‘grandma’ die in
Nebraska gewoond had vóór ze naar LA
verhuisd was, herinner ik me.
In het licht van de spaarlamp die langzaam
op volle kracht kwam, zag ik de golvende
lijnen in het hout van het kastje. Hout van een
boom die meer dan een eeuw geleden ergens
in Amerika groeide. Dat die voor het kastje
gebruikt werd, zette me aan het denken - het
hout had evengoed voor de blokhut van een
trapper kunnen dienen, of als spoorbalk
onder de rails van een treinverbinding tussen
de Amerikaanse oost- en westkust, of
gewoon als brandhout voor een vuurtje in
een wigwam. Eigenlijk een klein mirakel dat
het kastje vandaag in onze slaapkamer stond,
aan de andere kant van de wereld.
* * *
M’n vrouw en ik zaten tegenover elkaar in
het restaurant van Rik. Waarom we het plots
hadden over handen geven, herinner ik me
niet precies.
Van de meeste mensen blijft na een begroeting
de herinnering aan hoe hun hand aanvoelde
niet zo lang hangen. Maar van anderen
vergeet je hun hand nooit. Zoals die koude
hand waarvan geen spier bewoog - het voelde
aan alsof ik een klomp vastnam. Of die hele
slappe hand die wat bleef naplakken - ik keek
er tegenop om die hand een volgende keer
weer te moeten schudden.
Mijn vrouw en ik gaven elkaar over de tafel
verschillende soorten handen als voorbeelden
- zo’n hele slappe en zo’n stijve en enkele
soorten tussenin. Ik zag Rik lachen toen hij
ons bezig zag.
Vervolgens probeerde ik haar een hand te
geven zoals ik dat normaal met mensen doe.
Moet een kwarteeuw geleden zijn dat ik mijn
eigen vrouw nog een hand gegeven heb. Toch
vreemd dat de persoon met wie je zo lang tafel
en bed deelt iets niet over je weet waarvan
elke Jan, Piet of Klaas wel op de hoogte is.
Het viel mijn vrouw op dat ik mijn begroeting
met een gulle handkneep begin, maar dan
nogal snel loslaat. Zij begroette mij daarna
op haar manier en hield mijn hand opvallend
langer in de hare. Ik legde uit dat ik dat zelf pas
doe als ik iemand goed ken, dan haal ik er soms
zelfs mijn linkerhand ter ondersteuning bij.
Onze ontdekking over handen wierp nieuw
licht op onze relatie.
* * *
Lichthonger - daar
klom ik de broodtree
mee op,
onder de blindenklok
Paul Celan, uit: ‘Ademkeer’(1967)
* * *
‘s Vrijdags ga ik bij m’n moeder eten. Ik kijk
altijd uit naar wat ze heeft klaargemaakt.
Het is vooral haar soep die ik bijzonder
lekker vind. Als ik die met dezelfde ingredienten
thuis probeer na te maken, komt mijn
‘productie’ nooit in de buurt van haar soep.
‘Moedersoep’, altijd lekkerder.
Mijn moeder legt uit dat als je iets eet dat je
niet zelf hebt moeten klaarmaken, het steeds
beter smaakt omdat je neus niet de hele tijd
boven de kookpot heeft moeten hangen. Dan
kunnen de verse soepgeuren je aangenaam
verrassen.
Soep is altijd een lievelingsgerecht van me
geweest, maar ‘vrijdagsoep’ neemt een bijzondere
plaats in, misschien omdat ik ook
goede herinneringen heb aan de vrijdagsoep
van m’n oma. Als kleine jongen ging ik naar
een school die niet ver van het appartement
van mijn grootouders lag. Mijn opa en oma
waren uit Brugge afkomstig en wat bij hen
in de keuken klaargemaakt werd was soms
verrassend anders dan thuis - zo herinner ik
me op vrijdag een soep die bestond uit warme
karnemelk met daarin wat gekookte rijst en
enkele schijfjes appel. Eigenlijk smaakte
die soep een beetje als een dessert. Ik vond
het ongelooflijk lekker. Achteraf heb ik die
karnemelksoep ook zelf proberen te maken,
maar het leek in de verste verte niet op wat
mijn oma op tafel zette. Als ik op het internet
googel, hoop ik dat iemand in ‘de Vlaanders’
ooit het geheim van de karnemelksoep zal
prijsgeven. Tot nu blijft het tasten in het
donker.
* * *
Ik zou er na al die jaren aan gewend moeten
zijn, maar toch blijft het me ergeren. Dat
Amerika altijd het beste, het meest vooruitstrevende
en machtigste land ter wereld
is, krijgt elke Amerikaan met de paplepel
binnengelepeld. Tijdens ons familiebezoek
in Los Angeles afgelopen zomer, ging haast
geen dag voorbij zonder dat wij een variatie
op dat nationalistische thema te horen
kregen. Zo hadden m’n schoonmoeder en
schoonbroer het over de mogelijkheid dat
binnenkort spaarlampen in Californië verplicht
zullen worden. Toen ik vertelde dat
wij dat in België al lang hebben, zei de man
van m’n schoonmoeder: “Kijk eens aan, er is
dus iets waarin jullie vóór zijn op Amerika.”
Hij had het echt als een compliment bedoeld.
* * *
Ik deed het licht in mijn bureau aan en vroeg
aan mijn oudste om met zijn rug te gaan staan
tegen de deurlijst waarop ik al twaalf jaar
lang regelmatig de lichaamslengtes van mijn
zonen noteer. We zagen het al enkele weken
aankomen, maar nu is het officieel - hij is
groter dan mij. Dat ik dat heel fijn vind,
verbaasde hem een beetje.
* * *
Ik vertelde aan m’n vrouw dat ik het deze
week in m’n stukje over het kastje van haar
oma heb. Ze wist niet waarover ik het had.
“Grandma, Nebraska”, legde ik uit.
Blijkt dat ik verkeerd zat. Haar moeder kreeg
het kastje gewoon van iemand cadeau die
ervan af wilde... De waarheid aan het licht...
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT