Leeg
19/08/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1129 - Donderdag.
Ik was m'n column aan het schrijven, toen er buiten een
afschuwelijk onweer losbarstte. Ik zette m'n computer uit om
in geval van een stroompanne m'n tekst niet te verliezen. De
column ging over ons bezoek vorige week aan Berlijn en over
de vijftigste verjaardag van de bouw van de muur.
Toen de hemel buiten groen werd, hagel tegen de ramen sloeg
en ik de wind grote takken uit de bomen zag rukken, gingen
mijn gedachten dadelijk naar de zestigduizend jongeren op
Pukkelpop, een kilometer of drie hier vandaan.
M'n moeder belde bezorgd dat er in de tuin van m'n zus
veel bomen gesneuveld waren. M'n zus belde met andere
zorgen - ze wist dat de dochters en zonen van onze broers op
de Pukkelpopwei in Kiewit waren en kon hen niet bereiken.
Of ik meer wist, vroeg ze me.
De website van de krant lag plat, de VRT had het over één
dode, een andere website over zes.
* * *
Vóór het onweer had ik nog piano gespeeld. Buiten was het
te zwoel om te gaan wandelen en er dreigde regen. Van de
Pukkelpopwei hoorden we weinig. Afgelopen jaren, als de
wind uit het westen blies, was het alsof het podium in onze
tuin stond, maar we hadden daar alle begrip voor, en het was
toch maar voor enkele dagen.
De nieuwsberichtgeving liet veel te wensen over. De stilte werd
ondraaglijk als ik eraan dacht dat de dodelijke slachtoffers
jonge mensen waren die naar de wei waren getrokken om
dolle pret te beleven. De stilte werd nog ondraaglijker als ik
aan de ouders van de getroffen jonge mensen dacht.
* * *
Middernacht. Buiten regent het opnieuw dikke, zware druppels.
Ik hoor alleen de regen, af en toe ook een ambulance.
Er is nu sprake van één dode, andere bronnen hebben het
over drie, sommige zes.
* * *
Op de website van de krant verschijnen scherpe reacties van
voor- en tegenstanders voor het opschorten van Pukkelpop.
Buurtbewoners vrezen voor relletjes als aan 60.000 jongeren
zal verteld worden dat ze naar huis moeten. Blijkbaar was er
al misnoegen van festivalgangers over het stilleggen van de
optredens donderdagavond, terwijl rondom hen ambulances
en brandweer levens probeerden te redden.
* * *
Kwart voor twee. Het regent niet meer, ik zie één enkele ster
in de hemel. In de verte klinkt nog wat gerommel van onweer.
* * *
Een week geleden sprak ik nog met iemand over hoe de
ene ramp die het nieuws domineert op enkele dagen tijd al
vergeten wordt omdat er een nieuw drama is dat alle aandacht
opeist.
* * *
Ik word wakker met vragen in m'n hoofd, en met één uitgesproken
woord: 'leed'.
Tussen de vragen over het aantal slachtoffers en of het festival
zal opgeschort worden, begint dat woord naar andere,
verwante woorden te leiden. 'Leed' wordt 'ledig', 'leeg'.
* * *
Op de website van de krant kan ik Twitter volgen over de
gebeurtenissen op de Pukkelpopwei. Het ene berichtje na het
andere van mensen die nog altijd niets van hun kind, broer
of zus gehoord hebben.
* * *
Een week geleden reed ik naar de begrafenisdienst van de
vader van een oude vriend. M'n jongste zat naast me in de
auto - ik zou hem eerst naar zijn vriend brengen en daarna zelf
naar de kerk doorrijden. Hij maakte een opmerking over een
stukje muziek op de radio - doet hij zelden of nooit - terwijl
mijn gedachten op iets anders stonden.
"Hoor eens hoe ongelooflijk mooi dat is, papa." Ik luisterde.
Hij had gelijk. Ik herkende de melodie, maar was de componist
vergeten. Het klonk als Schubert, maar ik zat er helemaal
naast. Bleek van Mozart te zijn - het 'andante' uit de sonate
voor piano en viool (K377), met de wonderlijke Mitsuko
Uchida aan de vleugel.
Enkele dagen geleden vertelde ik aan m'n zoon dat ik de cd
had gekocht, hij glimlachte. Op YouTube is een versie met
Arthur Grumiaux te horen: http://www.youtube.com/watch
?v=6gdTfiMIugo&feature=related
Terwijl ik vannacht iets probeerde te schrijven over het drama
dat zich drie kilometer van ons huis afspeelde, luisterde ik
naar de cd met de muziek die m'n zoon zo prachtig vindt. De
leegte werd er een beetje draaglijker door. "Hoor eens hoe
ongelooflijk mooi dat is, papa."
* * *
Twee dagen geleden hebben we m'n jongste op de bus voor
een zomerkamp in Zwitserland gezet. Moeilijk om hem voor
tien dagen weg te zien gaan, om hem toe te vertrouwen aan
mensen die we niet kennen.
* * *
Terug thuis voel ik een grote leegte. In zijn kamer liggen, naast
een onopgemaakt bed, wat boeken op de grond.
* * *
Terwijl ik halfwakker de gebeurtenissen van de nacht probeer
te plaatsen, word ik door de postbode uit m'n bed gebeld.
Hij heeft een pakje mee met een loodzwaar boek - een museumcatalogus
die ik besteld had omdat ik hem in niet in mijn
koffer wilde meeslepen.
Toen ik vorige week met de zonen in Berlijn was, bezochten
we het 'Käthe Kollwitz Museum' in de Fasanenstrasse. We
waren zeer onder de indruk. Vooral de 'moeder en kind'
houtskooltekeningen raakten ons diep. Ik kende Kollwitz
van het militaire kerkhof in Vladslo, West-Vlaanderen, waar
haar zoon die sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog begraven
ligt. Zij maakte de bekende beelden van de rouwende vader
en moeder op het kerkhof. Ik heb er ooit tientallen kiekjes
van gemaakt. Perfect voor deze column, dacht ik, maar ik
kon ze deze ochtend niet terugvinden en koos daarom voor
een winterfoto van het treinspoor naar Kiewit.
* * *
Ik lees in het voorwoord van de catalogus iets uit een brief
die Käthe Kollwitz aan een vriendin stuurde die in de Tweede
Wereldoorlog een zoon had verloren. Ze beschrijft hoe zij het
nieuws van de dood van haar eigen zoon vernam: 'Da kam
am Mittwoch ganz still Hans zu mir herein und nahm mich in
seine liebevollen Arme, und ich wußte alles.'
* * *
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT