Kunstvervalsing
17/07/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1027 - De mensen geloven niet dat een suikerpot een lichaam heeft, en
een ziel. Zo’n voorwerp verandert dagelijks. Je moet weten hoe
je ze vast moet pakken, hoe ze te paaien, die heertjes. Glazen,
borden, die praten met elkaar.
Paul Cézanne (1839-1906)
* * *
Al jaren passeren we Aix-en-Provence op weg naar de Middellandse
Zee. En al jaren zeg ik aan mijn reisgezellen dat ik
die stad ooit wil bezoeken. Na meer dan twintig jaar gelooft
niemand me nog. Maar afgelopen maandag heb ik er eindelijk
werk van gemaakt.
* * *
Die oude olijfboom is een levend wezen, ik hou van hem als van
een oude vriend. Hij weet alles over mij en geeft mij steeds goede
raad. Ik zou later aan zijn voet willen worden begraven.
Paul Cézanne
* * *
In 1901 kocht Cézanne een stuk grond buiten de stad, vanwaar
hij een mooi zicht had over Aix-en-Provence en omliggende
gebieden. Bij het zien van de oude olijfboom in de tuin, was hij
onmiddellijk op de plek verliefd geworden. Cézanne bouwde
er een bescheiden huisje waarin hij op de bovenverdieping
zijn atelier onderbracht. De studio lag ongeveer halfweg z’n
appartement in de stad en de plek vanwaar hij ‘zijn’ berg, de
Mont Sainte-Victoire, kon schilderen.
Het huisje met de oude olijfboom zou het laatste atelier zijn
waarin de schilder gewerkt heeft. Tot aan zijn dood in 1906
maakte hij hier een aantal van zijn beroemdste doeken.
* * *
In het parkeergebouw ten noorden van de oude stad kon
ik mijn auto kwijtraken. Toen ik buitenstapte, wijzigde ik
onmiddellijk mijn reisplannen bij het zien van een wegwijzer
met daarop: ‘Atelier Paul Cézanne’.
De zon stond hoog en het was heet in de straat. De klim
bergop kostte me zweet. Stel dat het atelier gesloten was? In
het slechtste geval kon ik hopelijk nog altijd een kiekje van
de buitenkant van het huis schieten, troostte ik mezelf.
* * *
Ik stond met een handvol bezoekers naar de uitleg van het
meisje over het atelier te luisteren. Geld voor een moderne
museumruimte ontbrak hier duidelijk. Het plafond vertoonde
vochtplekken en akelige barsten, overal lag stof en als je
dat wilde, kon je persoonlijke voorwerpen van de schilder
gewoon aanraken.
Op de schappen zag ik de suikerpotten, kannetjes en vazen,
bekend van Cézannes meesterwerken. De reusachtige ezel
waarop hij zijn ‘Grandes Baigneuses’ - doeken van meer dan
twee meter - had geschilderd, domineerde de kamer.
Het meisje legde uit dat Cézanne als oude man geen jonge,
naakte vrouwen als model had durven te gebruiken. Ze wees
naar een houten popje op een tafel tegen de muur, daar had
de grote schilder zich mee moeten tevreden stellen... Geen
wonder dat de ‘baigneuses’ er stijf en onnatuurlijk uitzagen,
legde ze uit, terwijl ze met haar rechterhand de mooie ronde
heuplijn van haar eigen aantrekkelijke lichaam volgde.
* * *
Er hing een bordje aan de ingang: fotograferen verboden. Dat
een flash niet mag gebruikt worden, daar kon ik begrip voor
opbrengen omdat het scherpe licht schade aan kleuren kan
toebrengen. Met mijn toestel dat geen flash heeft en uiterst
stil kiekjes maakt, schoot ik er toch stiekem enkele.
Toen de gids haar uitleg gedaan had en de andere bezoekers
de kamer verlaten hadden, wilde ik het eerlijk spelen en
vroeg ik haar of ik misschien enkele foto’s mocht nemen.
Ze zei eerst neen. Toen ik me verontschuldigde glimlachte
ze terwijl ze rondkeek om te zien of de kust veilig was: “Doe
maar, ik weet van niets!”
Ik nam een kiekje van het ‘Baigneuses’-popje, van enkele
potten, van de drie beroemde schedels die in Cézannes laatste
schilderijen voorkomen en van de kapstok waaraan enkele
bestofte jasjes van de schilder, zijn verkleurde baret en een
bolhoed hingen. Ontroerend. Ik bedankte het meisje met het
lichaam van een sierlijke baadster.
* * *
Heel wat rondgelopen in Aix. Vele mooie dingen gezien. Op de
terugweg naar het parkeergebouw, passeerde ik een bushokje
met een bank waarop een zuster zat te wachten. Achter haar
hing een poster voor een Franse film: ‘Tricheuse’ (bedriegster).
Ik kon niet aan de verleiding weerstaan en schoot stiekem een
stout kiekje van het nonnetje tegen díe achtergrond.
Een eind verderop begon mijn geweten te knagen. Ik besloot
om terug te gaan en haar gewoon eerlijk te vragen of ik
een portret van haar mocht nemen. Ze keek verrast op en
zei dat ze niet begreep waarom iemand van haar - ze wees
naar zichzelf - een foto wilde nemen. Daar stond ik. Kon
ik haar iets zeggen over die ‘Tricheuse’-poster? Van de ene
gewetensvraag was ik in de andere gesukkeld. Ik stamelde iets
over mijn belangstelling voor foto’s van religieuze personen
en zo. Pure leugens. Tegen een nonnetje! Gelukkig stelde zij
voor dat ik toch een foto van haar mocht nemen, maar pas
als haar bus zou arriveren: “Dan heb je een foto van een zuster die op de bus stapt, dat is toch wat interessanter.” Ik
stemde in.
De bus liet op zich wachten. Een gesprekje kwam op gang.
Zij wilde weten waar ik vandaan kwam. Ik probeerde haar
- zonder veel succes - uit te leggen hoe dat zit met de gemeenschappen
in België. De zuster bleef denken dat de Walen de
Nederlandstalige bevolkingsgroep uitmaken...
Eindelijk was de bus daar. De zuster stapte op. Ze poseerde
voor me en had kennelijk plezier in de enscenering van mijn
foto: ‘Franse zuster stapt op bus’. Mijn ‘model’... Ze wuifde
nog enthousiast naar me vanuit de bus.
Terwijl ik de laatste meters naar het parkeergebouw aflegde,
en weer een poster voor ‘Tricheuse’ zag, werd me duidelijk dat
ik hier de ‘bedrieger’ was. Ik dacht dan aan de glimlach van de
zuster en had toch goede hoop dat zij het mij zou vergeven.
* * *
Toen ik achteraf over Cézannes merkwaardige relatie met
zijn suikerpotten, glazen en vazen zat te lezen, over hoe hij
die ‘heertjes’ moest paaien om ze goed op doek te kunnen
vastleggen, bedacht ik dat een kunstenaar vaak gedwongen
is om een beetje buiten de lijntjes te kleuren om zijn model
te verleiden en voor zich te winnen. Dat geldt zowel voor een
schilderij als voor een foto. Beetje ‘bedrog’, maar niet te veel.
Kunstvervalsing, maar dan door de kunstenaar zelf.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT