Koloniale waren
02/07/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1074 - Woordje uitleg bij de foto. Links zie je de ‘Torre de
Belém’ (‘Belém’ is Portugees voor ‘Bethlehem’) - een
versterkte burcht in zee, aan de monding van de
Taag, gebouwd begin 16de eeuw om vijandelijke zeemachten
de toegang tot de haven van Lissabon te verbieden. De burcht
staat vandaag op de lijst van Unesco werelderfgoed.
Vooraan een priester en een knaap met veel acne. Ze turen in
de lucht om de para’s te zien die net uit een militair vliegtuig
gesprongen zijn. Het zijn leden van de Katholieke organisatie
‘Arautos do Evangelho’ (‘Herauten van het Evangelie’), in
2001 opgericht.
Tussen de twee ‘herauten’, op zee een Portugese oorlogsbodem,
waarvan de kanonnen net een reeks eresalvo’s afgevuurd
hebben ter gelegenheid van de nationale feestdag. Op het dek
een rij in het wit geklede matrozen in formatie, die de groet
brengen.
Achter mijn rug honderden oud-militairen in hun beste kostuum,
medailles en eretekens op de borst gespeld, baretten in
alle mogelijke kleuren op het hoofd. Tussen hen opvallend veel
zwarte oud-soldaten - waaronder enkele vrouwen - die tot de
Anjerrevolutie van 1975 in Angola en Mozambique gevochten
hebben en daarna in Portugal hun heil moesten zoeken.
Portugal was het eerste globale rijk in de geschiedenis. Het
begon met de verovering van Ceuta (in Marokko) in 1415
en eindigde met het verlies van Macau aan China in 1999.
Brazilië, Afrika, India, Japan, China, Indonesië, de Portugezen
zaten overal.
Het koloniale verleden van Portugal vertoont gelijkenissen
met dat van België. Beide waren kleine Europese landen die
reusachtige gebieden van Afrika als wingewesten inpalmden.
Beide beroofden hun kolonies van bodemschatten en
natuurlijke rijkdommen. Beide namen het niet zo nauw met
de mensenrechten van de inheemse bevolking - de Portugezen
organiseerden de slavenhandel, in het Congo van Leopold II
kwamen tussen 1885 en 1908 tien miljoen mensen om door
ziektes uit het Westen, uitbuiting en foltering. Vreemd genoeg
hoorden we enkele weken geleden nog een Waals politicus
over Leopold II als een held voor België spreken.
Het woord ‘kolonie’ komt van het Latijnse ‘colere’ dat ‘bebouwen,
bewonen, verzorgen, vereren en respecteren’ betekent.
De Portugese en Belgische vertalingen wijken daar duidelijk
van af.
Hun charisma voert hen tot het streven naar volmaaktheid;
hierbij zoeken zij steeds naar de schoonheid in al hun dagelijkse
werkzaamheden, zelfs in die van hun privéleven.
(Website van de ‘Herauten van het Evangelie’)
Geen enkele voorouder in mijn familie is ooit in Afrika zijn
geluk gaan beproeven. Mijn grootvader had een vriend die
hem lang geleden vanuit Congo een houten stoeltje en een
prachtig beeldje van een negerin meebracht. Dat beeldje
spreekt mijn leven lang al tot mijn verbeelding. Door de
ouderdom is er een flinke barst in ontstaan die dwars door
het torso loopt. Anatomisch gezien klopt het beeldje niet
- het lichaam van de negerin is te lang, de beentjes te kort.
Ze heeft een reusachtige navel. Haar handen rusten op haar
kleine borsten en met haar vingers houdt ze haar tepels vast.
De kunstenaar beeldhouwde haar schaamstreek zonder iets te
verbergen - in zijn cultuur bestond daar duidelijk geen enkele
gêne rond. Het beeldje is van een ontwapenende schoonheid.
De afbeelding van de godin van de evenaar.
Deze week heel wat reportages over de vijftigste onafhankelijkheidsviering
van Congo gelezen en bekeken. Ergens denk ik dat
ik daar niets mee te maken heb omdat mijn familie noch ikzelf
ooit in Congo geweest zijn. Dat is natuurlijk niet waar.
Congo was toen eigenlijk overal in ons leven aanwezig, zonder
dat wij er ons bewust van waren, of beter: bewust van wilden
zijn.
In onze centiemstukken en deurklinken zat koper uit
de mijnen van Katanga, het tropisch hardhout voor onze
huizen en meubels werd in de oude wouden van Congo
gekapt. We verzamelden zilverpapier, kochten lotjes van de
‘Koloniale Loterij’ en ‘koloniale waren’ bij de kruidenier. We
luisterden met plezier naar de verhalen van missionarissen
over de simpele, primitieve mensen die als kinderen moesten
behandeld worden. We begrepen dat zwarten die goed hun
best deden het in het beste geval tot het niveau van ‘évolué’
konden brengen - de term alleen al...
Ik las met plezier ‘Kuifje in Congo’ (later werd dat ‘Kuifje in
Afrika’) en ‘De Erfenis van Nero’, waarin de held een neushoorn
neerschiet. Tussen haakjes, een Congolees vliegveld
in die strip, draagt het opschrift: ‘Champ d’Aviation/Pour les
Flamands la même chose’.
Ik herinner me de dag dat we als kleuters over moorden op de
zustertjes in Congo hoorden en van al dat geweld tekeningen
maakten. Op de radio klonken voor het eerst vreemde namen
als Kasavubu en Lumumba - namen om nooit te vergeten
- en hoorden we gruwelverhalen over ‘simba’s’, rebellen die
geloofden dat ze onsterfelijk waren en dus voor niets terugdeinsden.
- Dag pa, hebt u wat tijd?
- Jawel jongen, wat is er?
- Gisteren kwam er een broeder op school. Die heeft verteld over
de arme negertjes. De broeder vroeg geld voor de missie.
- Zo jongen, en nu wilt ge hem wat geven? Hier hebt ge twee
frank.
- Ja vader.
Uit: ‘Ons Leesuurtje’, mijn leesboekje van de
‘Broeders van Liefde’, in het tweede leerjaar in 1962.
Ik bekijk opnieuw de foto die ik in Belém nam, haven vanwaar
Vasco da Gama wegzeilde en eeuwenlang de Portugese
karvelen die de verste uithoeken van de wereld zouden
ontdekken. Op mijn foto lijken de verschillende onderdelen
van de compositie in een geheimzinnige alliantie met elkaar
verbonden.
Belém op de nationale feestdag - ik was er heel toevallig. Plaats
voor een ontmoeting van mensen die met elkaar verbonden
zijn door een duistere geschiedenis - het Portugese leger,
een Katholieke organisatie die ‘naar volmaaktheid streeft’,
Afrikaanse mannen en vrouwen die samen met de koloniale
bezetter tegen hun eigen onafhankelijkheidsbewegingen
gestreden hebben.
Ik waande me een vreemde eend in die bijt, voelde me onschuldig
in het verhaal over de kolonisatie van Afrika. Nu
weet ik beter.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT