Inerte gassen
28/08/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1033 - In de wei maakt een flink uit de kluiten gewassen stier gekke
sprongen. Op amper een metertje of twee voor zijn briesende
kop staat een reiger met de vleugels wijd open te flapperen.
De stier springt boos naar zijn plaaggeest, maar de reiger kan
door enkele vleugelslagen net op tijd ontsnappen. Een eindje
verder herhaalt zich de gekke dans tussen reiger en stier.
De andere koeien en stieren in de wei grazen rustig voort
– helemaal geen belangstelling voor die twee.
* * *
Ik hoor twee West-Vlamingen gemoedelijk met elkaar praten.
Zegt de ene tegen de andere: “Tussen ik en joen.” Ik noteer
het vlug in mijn notitieboekje, anders gelooft me hier straks
niemand.
* * *
In het fastfoodrestaurant zitten een oudere man en vrouw
met hun twee kleinkinderen aan een tafeltje. De hamburgers
en cola’s zijn op. De kinderen spelen ieder met hun eigen
gameboy. De oma leest uit een roddelkrant voor: “Kijk,
een hond die 36 jaar oud is, da’s toch wel heel oud voor een
hond hé?”
Haar man kijkt automatisch de andere kant uit als zij hem
aanspreekt. Hij doet of hij haar niet gehoord heeft. Zijn blik
gaat in mijn richting, met ogen die lijken te zeggen: ‘Kijk eens
waar ik hier mee opgescheept zit.’
De oma laat zich niet ontmoedigen, ze heeft al opnieuw een
wetenswaardigheid in haar krant gevonden: “Zij wilde hem
niet meer, zegt ze hier.” Opnieuw gaat de blik van de man
mijn richting uit, en weer die ogen.
Die mensen hebben geen ruzie met elkaar, maar het gebrek
aan belangstelling van de man voor zijn vrouw en die blik, dat
is eigenlijk veel erger dan ruzie. Zo oud moeten worden om in
een kale hamburgertent te zitten en je vrouw en kleinkinderen
proberen te verdragen... Helemaal geen ‘ik en joen’ meer...
Ik kan er niet aan uit.
* * *
‘An inert gas is any gas that is not reactive with elements.’ (Wikipedia)
* * *
Van de joodse filosoof Martin Buber heb ik wel wat gelezen,
maar nooit het boek waarvoor hij beroemd geworden is - ‘Ich
und Du’. Ik schaam me er een beetje voor want ik word er
regelmatig over aangesproken. Mensen zeggen me dan: “Hoe
is het mogelijk dat jij dat nog niet gelezen hebt!” Hoe meer
dat gebeurt, hoe meer aversie ik voor het boek ontwikkel. Ik
heb dat ook met bestsellers en kaskrakers. Als ik iets ‘moet’
gelezen of gezien hebben, dan vergaat mij de lust. Dan voel
ik geen ‘ik en joen’ meer met dat boek of met die film.
* * *
In het ‘Museum of Contemporary Art’ van Los Angeles
vraag ik aan een museumwachter wat hij zelf vindt van het
kunstwerk dat voor ons op de grond ligt/staat. Een tiental
stapels kranten, met op elk pak een neonlichtje in de vorm van
een cijfer. Het eerste wat mijn aandacht trekt is de onlogische
volgorde van die cijfers. Ik kan er niet aan uit. Interessant vind
ik dat de kranten exemplaren zijn van de ‘Los Angeles Times’
- vandaag failliet - uit de jaren tachtig. Amper twintig jaar
oud, maar ze zien er nu al uit als middeleeuws perkament.
De museumwachter is niet gelukkig met mijn vraag. “No
comment,” antwoordt hij, terwijl hij angstig rondkijkt alsof
hij bang is zijn baan te verliezen als hij me durft te vertellen
wat hij zelf van het kunstwerk denkt. Ik zeg hem dat ik er
persoonlijk niet veel van snap, maar omdat hij het elke dag
kan zien, ontdekte hij er misschien wat meer in. Opnieuw
angstig: “No comment.” Hij draait me de rug toe.
* * *
Op het internet las ik enkele regels uit ‘Ich und Du’ van Buber:
‘Den Menschen, zu dem ich Du sage, erfahre ich nicht. Aber
ich stehe in der Beziehung zu ihm, im heiligen Grundwort
Ich-Du. Erst wenn ich daraus trete, erfahre ich ihn wieder.
Erfahrung ist Du-Ferne.’
Ik kan er niet aan uit, maar het klinkt wel interessant. Ik ga
het toch eens lezen, dat boek. Tussen mezelf en ‘Ich und Du’,
dat wordt misschien nog ooit een ‘ik en joen’ verhouding.
* * *
In het museum loopt ook de tentoonstelling ‘The Americans’,
van Robert Frank, de Zwitserse fotograaf die in 1955
negen maanden lang met zijn Leica door Amerika reisde. Hij
schetste een rauw portret van het harde leven in de nieuwe
wereld. Een Franse uitgever publiceerde de foto’s in het boek
‘The Americans’. In Amerika bestond aanvankelijk weinig
belangstelling voor de ontnuchterende reportage van Frank.
Maar de foto’s zijn ondertussen heel herkenbaar en beroemd
geworden. Ik voel er persoonlijk ook veel ‘ik en joen’ mee.
Ik kreeg de toelating om in het museum kiekjes te schieten.
In de zaal die naar de foto’s van Frank leidt, neem ik enkele
foto’s van gewone Amerikanen die naar kunst staan te kijken,
zoals Robert Frank dat misschien ook zou gedaan hebben.
Een jonge museumwachter rept zich naar me toe: “U mag
hier geen foto’s van mensen trekken! Hebt u misschien ook
een foto van mij genomen? Dat is verboden! Ik draag een
uniform!” Hij wijst naar het logo van het museum op zijn
jas. Best grappig eigenlijk.
Ik probeer de toon van onze ‘ik en jij’ relatie wat te verlichten
door hem te vragen waar hij vandaan komt, omdat ik een
Brits accent dacht te horen. “Van Ghana,” zegt hij, maar dan
merk ik dat hij spijt heeft op mijn ouverture te zijn ingegaan
en loopt hij weg.
* * *
In het fastfoodrestaurant leest de oma opnieuw iets voor,
iets over de persoonlijke problemen van een of andere
soapfigurant. Weer kijkt de opa weg. Ik bedenk plots dat
die reactie mij doet denken aan iets uit de scheikunde en in
mijn notitieboekje noteer ik: ‘inerte gassen’.
De man ziet mij wat opschrijven. Op ‘inerte gassen’ reageert
hij vreemd genoeg wel... In zijn ogen lees ik voor het eerst
wat belangstelling voor iemand. Tussen mij en hem ontstaat
er een heel klein beetje ‘ik en joen’. Misschien straks ook met
die anderen?
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT