Het nijlpaard
21/12/'08
Graffiti
Ook na het nijlpaard gaat de weg gewoon verder.
* * *
’s Ochtends. De deurbel gaat te vroeg. Ik lig nog in bed. De bel gaat nog eens. Ja, ja, ik kom al! Ik loop naar het raam en zie beneden een jongeman. Ik roep dat ik eraan kom en sluit het venster. De bel gaat opnieuw, en opnieuw. Hela, ik ben niet doof hoor! Ik open de deur. De jongeman staat voor me met een map paperassen onder de arm. Als hij begint te praten, begrijp ik geen woord. Na een paar zinnen wordt me duidelijk dat hij doof is en me iets wil verkopen.
Ik kan hem nog altijd niet verstaan. Hij toont me een folder met uitleg. Ik probeer de woorden te ontcijferen, maar omdat ik te snel naar beneden ben gelopen, zit m’n bril niet op m’n neus. Ik zie alleen wat wazigheid en probeer de jongeman uit te leggen dat ik zonder m’n bril niets kan lezen. Hij begrijpt me niet. Ik wijs naar mijn beide ogen en teken denkbeeldige cirkels met de wijsvinger rond mijn pupillen. Tegelijkertijd articuleer ik de vier letters van het woord ‘bril’ en wijs naar boven: “Ik ga mijn bril halen! Dan weet ik wat er op jouw folder gedrukt staat!” Terwijl ik mij omdraai, zie ik de ontgoocheling in zijn ogen en merk dat hij me niet begrepen heeft en denkt dat ik de deur voor hem wil sluiten.
Ik probeer het nog eens met gebarentaal, maar we raken geen stap verder. Ik zie hem weggaan en bij de buren aanbellen. Hopelijk vindt de dove straks iemand die kan zien.
* * *
“’Mijlpaal’, klinkt dat niet een beetje zoals ‘nijlpaard’?” Mijn oudste vindt van wel, mijn vrouw is niet overtuigd. Ik probeer het ook eens andersom: “’Nijlpaard’, dat lijkt toch op ‘mijlpaal’, niet?” Stilte...
Ik ben aan m’n column bezig. De eerste na m’n duizendste van vorige week. Het kost me wat moeite om een nieuw thema te vinden, zo kort na die verjaardag, na die mijlpaal. In mijn hoofd probeer ik alfa met omega te breien, zoals m’n vriend Jean-Pierre dat zo mooi zegt. Maar ik geraak nu nog niet veel verder dan alfa met bèta of gamma te verbinden...
Het incident met de dove jongen, daar zit een onderwerp in, maar ik weet nog niet precies wat. Het woord ‘spraakverwarring’ komt me voor de geest. Dat hou ik als voorlopig thema klaar, misschien willen de gebeurtenissen van de week wat meewerken om de column te helpen vollopen. Of wordt het misschien iets over nijlpaarden? Een mens weet nooit hoe een koe (nijlpaard hier) een haas vangt...
* * *
In een documentaire op de Nederlandse tv zit een mevrouw in een klein bootje op een reusachtige rivier. “Hier komen de Witte en de Zwarte Nijl samen”, legt ze uit. Plots merkt ze dat er vlakbij in het water twee grote dierenogen naar haar staren. “Kijk, een nijlpaard,” roept ze verbaasd: “Is dat geen verrassing?” Waar had ze anders verwacht een nijlpaard te zien? In de Maas misschien?
* * *
Mijlpaal. Het woord ‘mijl’ komt van het Latijnse ‘mille’, dat ‘duizend’ betekent. In die zin was het stukje van vorige week wel degelijk een mijlpaal. Vandaag is het aflevering ‘duizend-en-één’ - ook een mooi getal, dankzij de bekende sprookjes. Maar het is geen mijlpaal. Er moeten eerst duizend stukjes bijkomen voor de volgende paal. Twintig jaar...
* * *
Enkele lezers vroegen me hoe ik die duizend stukjes bijeen heb kunnen schrijven - een vraag die van de veronderstelling uitgaat dat ik aan duizend stukjes begon te schrijven toen ik columnist werd. Zo is het natuurlijk niet gegaan. Van één stukje werden het er twee, en van twee, drie, enzovoort. Een bouwvakker metselt een muur ook maar een baksteen per keer.
Ik herinner me dat ik me na enkele maanden al afvroeg hoe lang ik dat zou kunnen volhouden. Aan honderd zag ik het even niet meer zitten, maar dan ontdekte ik het geheim van de columnist – vandaag verklap ik het u.
Ik zie het vaak in de krant. Wanneer ik merk dat een columnist het te ver begint te zoeken – hij vindt zijn onderwerp bijvoorbeeld in een herinnering uit een ver verleden - vrees ik altijd dat zijn dagen geteld zijn. Het geheim om het vol te houden bestaat erin dat je het onderwerp voor de column moet vinden in wat zich die week heeft aangediend/aangemeld. Pas daarna kan je er ook dingen bijhalen die langer geleden gebeurd zijn. En zo ga je dan makkelijker van vijftig naar eenenvijftig columns, of van honderd naar honderd en één.
* * *
Ook na de mijlpaal gaat de weg gewoon verder.
* * *
Vanavond op de radio vertelde een man van de vakbond bij Fortis hoe verwarrend de toestand in zijn sector is: “Wij weten niet meer van welke pijl houten maken.” Een overtuigend pleidooi.
* * * Mijn zoon wilde samen zinnetjes oefenen voor zijn examen Nederlands. Van een reeks werkwoorden moest hij de verleden tijd geven.
Ik las hem de eerste zin voor: “Het nijlpaard (glijden) in het water.” M’n zoon vulde in: “Gleed.” Goed. Volgende: “Het nijlpaard (aanvallen) de zwemmer.” Hij: “Viel de zwemmer aan.”
Omdat ik me wat moe voelde – de dove jongeman had me die ochtend te vroeg wakker gebeld – maakte ik me er gemakkelijk af door de lange zinnen stevig in te korten en als onderwerp van elke zin in de lijst telkens ‘Het nijlpaard’ te gebruiken. In het begin ging dat nog: “Het nijlpaard (bezwijken)”, en: “Het nijlpaard (verslinden)”. Mijn zoon vond het wel wat vreemd dat er zoveel zinnen over een nijlpaard gingen. Toen ik verder ging met: “Het nijlpaard (begrijpen) onmiddellijk dat zijn toestel werkte” en: “Het nijlpaard (roepen) om hulp”, proestte hij het plots uit van het lachen.
* * *
Ook na het nijlpaard gaat de weg gewoon verder.
Good luck en tot ziens.