Het meisje op de fiets
26/06/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1024 - In Schiphol was ik een van de laatste passagiers die aan
boord stapte. Het vliegtuig zat vol. Rij na rij Japanse mensen
met gezichtsmaskers keken mij allemaal bezorgd aan voor
de lange reis. De afstand tussen mezelf en hen voelde heel
groot aan.
* * *
Opvallende week geweest. Veel bekende mensen die plots uit
het leven zijn verdwenen. Toevallig las ik deze week in de krant
ook - met meer aandacht dan anders - de overlijdensberichten
van ‘normale’ mensen. Hoe oud is die meneer of mevrouw
geworden? Nog zo jong? Hoe erg.
Twee dagen voor mijn vader stierf droomde ik dat we samen
op een bus zaten. De bus stopte aan een halte. We namen afscheid
van elkaar. De bus reed verder. Ik was plots alleen.
Het leven, een reis. Soms reizen we alleen, soms met reisgezellen.
Sommige ontmoetingen met mensen duren amper enkele
seconden, soms zijn we heel lang samen.
* * *
Terwijl ik ergens boven Siberië vloog, bedacht ik dat ik de
volgende weken heel wat mensen zou ontmoeten.
De schooljongen naast me op de trein, die Engelse zinnen
van buiten probeerde te leren; de Japanse in het theater, die
me een Haags hopje gaf; het meisje op de fiets - met het gek
opgestoken haar - die amper twee seconden lang m’n leven
binnenfietste. Ik kende toen nog geen van hen.
* * *
In het station van de luchthaven wachtte ik op de trein voor
Tokio. Ik zat ermee in dat ik na de lange reis niet lekker
rook. In mijn rugzak vond ik een staaltje eau de cologne dat
ik in een winkel gekregen had. Ik wilde enkele druppels op
me doen, maar per ongeluk liep het hele flesje op m’n hemd
leeg. Toen ik op een bankje ging zitten, begonnen de Japanse
meisjes een beetje verderop te giechelen.
* * *
Het treinspoor liep door rijstvelden en bossen. Boeren tot
aan de knieën in het water. Tussen de rijstvelden af en toe een
kerkhofje. Dichter bij de stad oude huizen met dakgoten die
in de hoeken opkrulden. Mijn ogen konden er niet genoeg
van krijgen. Ik was in Japan. Geen twijfel mogelijk!
* * *
Ik paste de slofjes in mijn hotelkamer. M’n hiel stak er helemaal
uit. Op de radio vond ik gelukkig Bach en voelde me
helemaal thuis.
* * *
In het metrostation hing een stratenplan. Leek helemaal niet
op mijn stratenplan van Tokio. Hoe kon dat?
Dan merkte ik dat de pijl op het metro-stratenplan niet naar
het noorden wees. Overal in Japan zou ik met dit fenomeen
geconfronteerd worden. De pijl wees alle richtingen uit, maar
het noorden lag nooit boven...
Zo begreep een man aan wie ik in Hirosjima de weg vroeg,
niets van mijn Europese kaart van zijn stad. Pas toen hij de
kaart ondersteboven hield, klaarde zijn gezicht op en kon
hij me helpen.
* * *
Op de trein zat ik naast een schooljongen - de leeftijd van
mijn oudste dacht ik. Hij had een schoolboek op de schoot
en leerde Engelse zinnen van buiten - ‘A bright boy would not
do such a foolish thing’. Geen wonder dat Japanners geen
Engels kennen, met zo’n taalmethode.
* * *
Na een week merkte ik tot mijn vreugde dat – toevallig – mijn
reisroute vaak samenviel met die van de dichter Basho in zijn
beroemde dichtbundel ‘De Reis naar het Binnenland’.
* * *
In een taxi in Kyoto vroeg de chauffeur me wat ik doe.
Ik begreep hem eerst niet. Hij wees naar zijn neus en zei:
‘taxidriver’.
Later hoorde ik dat als Japanners naar zichzelf wijzen, zij dat
doen met de wijsvinger naar hun neus, niet naar de borst.
* * *
In de metro, tram of trein vaak in de wagon achter de machinist
gezeten. Door een venstertje kon ik volgen hoe hij
zijn trein bestuurde. Japanse treinbestuurders doen vreemde
dingen. Om de halve minuut of zo wijzen ze met hun wijsvinger
naar iets voor hen, buiten de trein. Soms roepen ze dan
ook iets. Als je het zelf eens wilt zien, bekijk dan deze beelden via YouTube:
* * *
In Kyoto zat ik als enige niet-Japanner in een Kabuki-theater.
Begreep er geen snars van, maar genoot toch met volle teugen
van het spektakel. Kabuki is een soort combinatie van toneel,
circus en opera. Tijdens de eerste pauze bood de Japanse naast
me, me een snoepje aan. Bleek een Haagse hopje te zijn! Ze
sprak ook Engels - zo zeldzaam in Japan. Een gesprek kwam
op gang. Ze vertelde me dat ze boeken over kabuki schrijft,
voor een Engelstalig publiek. Ze zou me in de volgende uren
veel uitleggen over deze oude kunstvorm. Duizend Japanners
in de zaal en net deze mevrouw toevallig naast me...
* * *
Enkele maanden geleden kocht ik in Aken een boek van de
fotograaf Hiroshi Sugimoto. Prachtige zwart-wit foto’s van
zeewater en een reeks foto’s van beelden van Kannon - de
godin van het mededogen - met verrassende aurastralen
rond het hoofd. Maar waarom stond op elke pagina - zestien
bladzijden lang - precies dezelfde foto van een vijftigtal
identieke beelden? Intrigerend. Als ik ooit in Japan was wilde
ik die beelden zien.
Op een regenachtige dag in Kyoto had ik geen zin om kletsnat
te worden en bezocht daarom een tempel vlak naast mijn
hotel waar ik anders niet geweest zou zijn. Kyoto telt meer
dan duizend tempels... Tot mijn stomme verbazing stonden
net in die tempel de beelden uit het boek van Sugimoto! Ik
had op een paar honderd meter ervan geslapen.
Het mysterie van de identieke bladzijden was vlug opgelost. In
de grote zaal van de Sanjusangendo-tempel stonden namelijk
duizend-en-één beelden van Kannon die in niets van elkaar
verschilden. De fotograaf had zestien bladzijden nodig om
ze allemaal met zijn camera vast te leggen.
* * *
In Nara hoorde ik plots een kinderstem achter me roepen.
Ik keek om en hoopte - heel even - een van mijn jongens te
zien. Een Japans ventje riep naar zijn vader.
* * *
In Osaka schoot ik kiekjes van voorbijgangers in de wat
groezelige buurt van het Kyobashi treinstation. Een man die
noedels at van een kraampje. Een meisje met gek opgestoken
haar op een fiets - als ik niet heel snel had afgedrukt stond
ze niet op mijn foto.
Afbeeldingen van duizend-en-één mensen op een digitale
kaart ter grootte van een postzegel. Weken later zou ik ze
nog regelmatig bekijken en bestuderen. Hoe oud zou die
meneer of mevrouw zijn? Wat doet hij in Osaka? Na een tijdje
begonnen die mensen er niet meer Japans uit te zien. Allemaal
dezelfde mensen als bij ons. De bezorgde moeder met haar
kind. De man die moe van zijn werk naar huis stapt. Een
vrouw met prachtige benen. Een jongen die iets in zijn mond
stopt. Een meisje op een fiets, met gek opgestoken haar.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans Baert