Graffiti
Frans Baert ziet zichzelf als een strandjutter. Wekelijks laat hij zijn blik over het zand glijden, vindt iets - een vreemde steen, graffiti op de muur, een woord van een dichter, wijsgeer of bloedeigen zoon - en pleegt er een poëtisch, beschouwend stukje over.

Het Epicentrum

18/06/'09 Graffiti Aflevering nr. 1020 - Onder de boom zit een oude man op een vouwstoeltje. Hij praat tegen een groep schooljongens en -meisjes. Ik versta niet wat hij zegt, maar uit zijn gelaatsuitdrukking en armbewegingen kan ik opmaken dat hij een moeilijke tijd beschrijft.

De leraar van de klas legt me uit dat de man zeventien was toen het gebeurde. Zijn leerlingen noteren vlijtig in hun schriften wat de oude man vertelt. Een van hen stelt beleefd een vraag. De oude man antwoordt door een beetje gras uit de grond te trekken en de pluk in zijn mond te steken. Ik versta geen woord Japans, maar van de pijn die hij met dit gebaar beschrijft, ontgaat me geen woord. Nadat de bom gevallen was, heeft hij om te overleven gras moeten eten.

Ik bevind me bij het epicentrum van de atoombomontploffing van Hirosjima.

* * *

Na een bezoek aan het museum en het Vredespark van Hirosjima, heb ik volgens mijn reisgids zowat alles gezien in deze stad, behalve de reconstructie van het middeleeuwse kasteel en een Chinese tuin.

Ik trek op mijn eentje verder door de brede, rechte straten. Niet toevallig doet het me hier aan steden in Duitsland denken. Geen enkel gebouw ouder dan zestig jaar. Schone lei...

Als ik de toren van het kasteel op de berg eindelijk bereik, ben ik bekaf. Het is tropisch heet. Ik krijg te horen dat ik te laat ben om de toren binnen te mogen. Op de trede onder de poort die voor me dichtgetrokken wordt, zie ik een bordje: ‘Please drop the mud of the shoes bottom with the mat and enter’.

* * *

Ik wandel wat in het parkje rond de kasteeltoren. Dennenbomen, gras, een duif en overal granieten steenblokken. Enkele traptreden die nergens naartoe leiden. Een hoeksteen waar niets zwaarder op rust dan wat mos. Een uit steen gehouwen gootje.

Op een verweerd bord lees ik dat het Japanse militaire opperbevel hier destijds gevestigd was. Na de atoombom bleef er niets van over. Zo’n symbool van Japanse agressie werd na de oorlog niet heropgebouwd.

* * *

Goed geslapen in Hirosjima, op 800 meter van het epicentrum. Geen nachtmerries met beelden van het leed dat in het museum van Hirosjima getoond werd. Wel wakker geworden met een droom met een verrassende verzoeningsscène in mijn persoonlijk leven.

Vóór ik in slaap viel vond ik op het internet nog wat informatie over de ginkgoboom van Hirosjima. Was dat echt gebeurd? Amper enkele maanden na de ontploffing - toen de omgeving van de bom nog steeds door radioactiviteit dodelijk vergiftigd was - zouden uit de wortelresten van een ginkgo, op 1.130 meter van het epicentrum, al de eerste groene scheuten verschenen zijn. In geen enkele reisgids stond daar iets over. Maar op het net vond ik de verhalen van getuigen en het adres van de boom.

De tram reed langs de bekende ruïne met de koepel - de ‘Industrial Promotion Hall’. Aan de Tera-machi-halte sprong ik eraf. Ik volgde mijn neus op goed geluk door de straatjes van de stille buurt. Herkende de boom dadelijk van de foto. Vandaag is hij een reus geworden, met een brede kruin. Ik legde mijn hand op zijn verweerde bast, voelde grote eerbied voor deze overlevende. Op de grond vond ik wat afgevallen blaadjes die ik mee naar huis nam.

Ik nam afscheid van de boom en wandelde naar het Yokogawa station voor de trein naar de haven, en vandaar de veerboot naar Miyajima Eiland.

* * *

Vanop de boot zag ik de oesterkwekerijen waarvoor het eiland bekend is. Ik had over de oude tempels op Miyajima gelezen en vroeg me af of het eiland - op amper twintig kilometer van het epicentrum - ook door de atoombom getroffen werd. Een vraag waarmee ik bleef rondlopen terwijl ik op het strand naar de beroemde ‘torii’ van Miyajima wandelde - een reusachtige, oranjerode, houten poort die er al enkele eeuwen in zee staat, symbool van de grote zuiverheid van het eiland. Op Miyajima mag daarom ook niemand geboren worden of sterven.

Ik kon niet weerstaan aan wat strandjutten, en vond een mooi verweerd stukje bamboe. Een mevrouw uit India vroeg of ze een kiekje van mij mocht nemen: “Your red shirt looks so good against the color of the torii.” Aan de andere kant van de baai klom ik aan wal. Overal liepen tamme hertjes. In een boeddhistische tempel ontving ik van een monnik met wie ik probeerde te praten, een rituele rijstlepel waar het eiland voor bekend staat. Een stukje bamboe en een lepel... het regende cadeautjes op Miyajima.

Verderop, op een winkelbord, ontdekte ik het woord ‘information’ tussen een hoop Japanse schrifttekens. Aan de man achter het bureau stelde ik mijn vraag over Miyajima en de A-bom. Hij sprak uitstekend Engels. Had zeven jaar in Boedapest gewoond. Hij was zelf in Hirosjima geboren, vertelde hij, zes maanden na de bom. Zijn moeder was toen zwanger van hem, maar hij had zich in zijn leven toch altijd gezond gevoeld. Drie jaar later stierf zijn moeder wel, aan kanker. Een oudere man in de winkel herinnerde zich dat ze de afschuwelijke wolk boven Hirosjima zagen, maar het eiland bleef miraculeus van radiatie en ‘zwarte regen’ gespaard. In de daaropvolgende dagen dreven er honderden lijken vlak vóór het eiland op zee.

“Misschien werd het eiland door de torii-poort beschermd?” vroeg ik. Hij lachte. Duidelijk dat hij daar niet in geloofde. We wisselden kaartjes uit. “Ik ben ook schrijver!”, zei hij, en haalde een mooi boek uit zijn bureau: “Je gaat er wel niets van begrijpen, want het is in het Japans geschreven, maar wat geeft dat?” Op de titelpagina van de roman schreef hij iets voor me. We babbelden nog, over geschiedenis, oorlog en vrede, bij hem en bij ons. Vóór ik afscheid nam, vertelde ik hem hoe erg ik het vond, van zijn moeder. Hij: “Het is niet erg meer, maar elke dag nog probeer ik om er niet aan te denken.”

Een uurtje later zag ik hoe hij zich aan de andere kant van het eiland naar zijn auto repte. “Hi Frans!” riep hij van ver. Mijn derde en vierde geschenk van het eiland: een boek en een vriend.

* * *

Ik zag dat de lucht dichttrok. Bij mijn eerste bezoek aan de ginkgo had ik iets fouts gedaan - mijn foto’s niet in ‘RAWmode’ geschoten. Ik móest terug. Liefst vóór het begon te regenen. Pas toen ik ’s avonds terug in mijn hotelkamer zat, begon het buiten te gieten - de regen striemde tegen het raam.

Good luck en tot ziens.

Dr. Frans Baert

Alles over

Reageer als eerste op dit bericht
  • Jongen (9) die onder heftruck terechtkwam overleden jongen 9 belandt onder vorkheftruck kritiek in ziekenhuis

    09:00 Update   Gingelom (3890) De negenjarige jongen die zaterdagnamiddag in Muizen (Gingelom) onder een vorkheftruck terechtkwam, is overleden. Volgens de brandweer van Sint-Truiden gebeurde het dramatische ongeval toen …

  • Twee dodelijke slachtoffers na crash op Sezoensrally sezoensrally eist dodelijk slachtoffer

    19/05 Bocholt (3950) Op de Sezoensrally in Bocholt zijn twee rallyrijders om het leven gekomen. Een van de piloten reed na een stuurfout tegen een boom. Daarbij kwamen beide inzittenden van de wagen om het leven. Het …

  • Vier gewonden bij ongeval op E314 in Genk vier gewonden bij ongeval op e314 in genk

    07:41 Genk (3600) Vanochtend verloor omstreeks 6.30 uur op de E314 om een nog onbekende reden een bestuurder de controle over zijn wagen en kwam tegen de vangrails terecht. Daarbij raakte vier inzittenden gewond. …