Herhaling
03/06/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1.119 - ‘Rood-rood’, daar had ik nog nooit van gehoord. Ik
verkeerde in de overtuiging dat met gewoon ‘rood’
het maximum op de schaal van alarmfases bereikt
was. Maar blijkbaar bestond tijdens het weekend de behoefte
om een scherpere waarschuwing te formuleren en werd in de
herhaling van het woord ‘rood’ een manier gevonden om de
alarmvolumeknop nog wat hoger te zetten. Hopelijk zal de
nood nooit zo groot zijn dat op een ‘alarmfase rood-roodrood’
een beroep moet worden gedaan.
Door die ‘alarmfase rood-rood’ werden alle natuurparken van
Limburg voor het publiek gesloten wegens groot brandgevaar.
Toen ik afgelopen zondag naar Bokrijk wilde wandelen,
stuitte ik op een hekken dat in wit-rode tape gewikkeld was.
Er hing een gelamineerd A4’tje aan met de boodschap dat
Bokrijk wegens brandgevaar voor het publiek gesloten was en
indringers streng zouden beboet worden. Enkele wielrenners
hadden de waarschuwing aan hun laars gelapt en waren door
het lint gereden.
Ik wandel al m’n hele leven lang door Bokrijk. De vijvers
en bomen zijn oude, dierbare vrienden van me. Ik stond een
poosje achter het hekken naar het stille bos te kijken - een
nieuwe kant van het domein liet zich onverwacht kennen.
Bos zonder mensen.
* * *
Het is al een hele poos geleden dat onze zonen hun eerste
communie deden. We zijn het ontgroeid, de tijd van uitgedoste
kinderen, vol-au-vents met zwezeriken, kinderchampagne
en communietaarten. Maar donderdag, Hemelvaartsdag,
hadden we de kans om het allemaal nog eens opnieuw te
beleven, voor de eerste communie van m’n petekind.
De kerk zag er ‘jaren 60 modern’ uit - het tabernakel had
iets weg van een miniatuur ‘Sagrada Familia’ uit Barcelona.
Andere kerk, andere mensen, maar in essentie een herhaling
van de communies die we eerder beleefd hadden, met
trotse ouders en grootouders die een traan wegpinkten als de
ontroering te groot werd, dezelfde preek die net iets te lang
duurde, dezelfde opluchting toen de dienst erop zat zonder
al te veel haperingen of valse noten.
* * *
O mocht ik
o mocht ik
voor ’t heilig tabernakel staan,
o mocht ik
o mocht ik
daar brandend als een keerse staan,
o mocht ik
o mocht ik,
ontsteken daar en uitgegaan,
o mocht ik
o mocht ik
naar Hem en in de hemel gaan!
Guido Gezelle, (KL.I,31)
* * *
Door het zoeken naar synoniemen vermijdt een auteur om in
herhaling te vallen. Dat wordt door zijn publiek gewaardeerd.
En toch kan te gepasten tijde de herhaling ook doeltreffend
zijn. Denk bijvoorbeeld aan Obama’s ‘yes we can’ of
Churchills redevoering van 4 juni 1940: We shall fight on the
beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in
the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall
never surrender...
* * *
Beetje ongewone scène thuis afgelopen weekend. Omdat
het in hun kamers te warm was, zaten de zonen aan de grote
eetkamertafel te studeren - de een moest herhalingsoefeningen
maken voor zijn examen wiskunde, de ander voor Latijn.
Ik had zelf de volgende dag mijn examen Japans. Omdat mijn
bureautafel te klein was voor woordenboeken, schriften en
werkwoordlijsten, was ik als derde man/student bij de zonen
aan tafel gaan zitten. Met ons drieën samen studeren - een
onvergetelijk fijn moment.
* * *
Een jaar geleden passeerde ik in Amsterdam een affiche van
een man die dankzij Photoshop acht ogen had gekregen. Ik
nam er een kiekje van.
Als ik naar die foto kijk, zie ik nooit die acht ogen tegelijk.
Mijn brein elimineert ogenblikkelijk de herhalingen van de
oogparen en focust op slechts één enkel paar ogen.
Zo ervaar ik het ook als verwarrend als ik een plaatje met
het hoofd van een cycloop zie - zo’n wezen met slechts één
oog. Dan lijkt het alsof het gezicht helemaal geen ogen heeft,
want één oog, dat past niet in mijn gewoon wereldbeeld.
Hetzelfde met afbeeldingen van goden uit India met zo’n
derde oog - dat ziet er uit als een soort sieraad, nooit als een
oog om mee te zien.
* * *
Nog nooit in alle jaren dat ik in Bokrijk wandel, werd me de
toegang tot mijn dierbare vijvers ontzegd.
Zelfs als baby namen mijn ouders me al mee naar de Moffert,
de grote visvijver van het domein. De afgelopen maanden
wandel ik elke avond door Bokrijk om mijn conditie op peil
te houden. Toch kostte het me geen moeite om me bij het toegangsverbod neer te leggen, omdat een brand door onvoorzichtigheid
van een bezoeker veel erger zou zijn dan mijn
kort ongemak.
Ik moest mijn wandelroute aan de gewijzigde omstandigheden
aanpassen, maar vond dat eigenlijk niet zo erg. Het betekende
wel dat ik precies dezelfde weg terug moest volgen en mijn
geliefde vijvers niet kon zien.
De volgende dag wandelde ik opnieuw langs de grenzen van
het domein en mocht weer niet binnen. Iemand had de wit-rode
linten weggetrokken en het gelamineerde A4’tje beschadigd
en weggegooid. Niet iedereen aanvaardde blijkbaar het toegangsverbod.
Ik stapte opnieuw langs precies dezelfde weg
terug naar huis.
De volgende dag hoopte ik dat door de regen die gevallen was,
de toegang weer vrij zou zijn, maar tegelijk had ik het gevoel
dat hetzelfde identieke parcours opnieuw afleggen ook zijn
mooie kanten kon hebben. Zo herkende ik dag na dag bepaalde
bomen, de kapotte tennisbal in de gracht, de netelstruik die me
de weg wilde versperren - die dingen begonnen tot mijn intieme
wereld te behoren. Elke dag was ik een beetje nieuwsgierig hoe
het met hen was gesteld. Het was helemaal niet verschrikkelijk
om dagelijks dezelfde wandeling te herhalen, bedacht ik, zelfs
als ik mijn vijvers dan niet kon zien.
Terwijl ik zo mijmerde, had ik de ingang van het domein
bereikt. De versperring en waarschuwing waren weggehaald.
Door alles dat ik had bedacht over de meerwaarde van een
identieke dagelijkse route, begon ik even te twijfelen of ik wel
verder wilde... maar stapte dan toch binnen. In mijn Bokrijk.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT