Geloven
04/02
Graffiti
Aflevering nr. 1152 - Voor ik naar huis kon rijden, moest ik voor het eerst deze winter het ijs van m’n ruiten krabben. Tot een week geleden leek het alsof het dit winterseizoen niet meer zou vriezen. Maandagavond werd het natuurlijke evenwicht dus hersteld.
Na de Japanse les stonden we met een tiental collega’s die ook naar huis wilden, op de parking onze ruiten schoon te krabben. Een ongemak maar eigenlijk tegelijk ook een geruststelling - de afgelopen jaren had ik bijna het gevoel gekregen dat het ijsverwijderingsritueel bij mijn Japans diploma hoorde en ik zonder krabben misschien ‘een buis’ zou krijgen in juni. Terwijl ik naar huis reed, dacht ik aan de dingen die we die avond hadden geleerd. Uit een geluidsopname van twee razendsnel babbelende Japanners moesten we opmaken welke vormen van bijgeloof er in de Japanse cultuur bestaan. Ik had het moeilijk om alles te volgen maar dacht verstaan te hebben dat voor Japanners het zien van een spinnetje in de ochtend geluk brengt. Als ze daarentegen ’s avonds hun nagels knippen, dan betekent dat ongeluk. Ik meende ook begrepen te hebben dat het zien van een lijkwagen gunstig is, maar dan moet je wel je duim in je hand wegsteken of zoiets. Bijgeloof...
* * *
Geloof en bijgeloof, ze zijn niet altijd gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. De een zijn geloof kan de ander zijn bijgeloof zijn.
Geloof is als begrip een ingewikkelde zaak. Indien er zekerheid zou bestaan, is er - per definitie - geen plaats voor geloof. Volgens de Franse wijsgeer René Descartes (1596-1650) is zekerheid echter onbestaande, omdat de mogelijkheid dat we in een soort droomwereld leven - zonder realiteitswaarde - niet weerlegd kan worden. Dat ik een lichaam heb, dat ik deze column schrijf, het kan allemaal in twijfel getrokken worden. Slechts één opmerking ontsnapt aan die radicale twijfel: dat ik van mezelf mag zeggen dat ik een ‘denkend ding’ ben - ‘je pense, donc je suis’. Op die vaststelling na, berust álles in dit leven op geloof. Ik geloof dat ik dit schrijf, dat mijn column in de krant verschijnt, dat iemand ‘m leest. Dat dit ook waar zou kunnen zijn? Betwijfelbare zaak...
* * *
De Nederlandse winnaar van een schaatswedstrijd werd geïnterviewd. Op de vraag of hij dacht nog een andere wedstrijd volgende week te kunnen winnen, antwoordde hij wijs en nuchter: “Je moet zijn waar je bent, op het moment.”
* * *
Op weg naar de autokeuring was ik behoorlijk zenuwachtig. Afgelopen jaren kreeg m’n auto er steevast een ‘buis’. Mijn garagist maakt nochtans enkele dagen ervoor de auto klaar voor de keuring. Helpt geen moer. Het zijn blijkbaar altijd de lichten waarvoor ik moet terugkomen. Frustrerend. Het lijkt alsof de meetapparatuur van de keuring en die van de garage anders afgesteld zijn. Die auto van mij heeft elk jaar ‘tweede zit’...
Ik zat mijn beurt af te wachten. Dankzij een reservering op het internet zou ik niet lang moeten aanschuiven. Links van me - in het rijvak voor tweedehandsverkoop - stond een grote Amerikaanse auto. Een lijkwagen warempel! Moest ook gekeurd worden. M’n Japanse les van de avond voordien kwam me voor de geest. Was benieuwd of het me geluk zou brengen dat ik net een lijkwagen had gezien...
De man van de keuring wuifde heel vriendelijk om te zeggen dat het mijn beurt was. Ik was er klaar voor.
* * *
De grote Japanse dichter en zen-meester Dogen Zenji (1200-1253), geloofde dat bergen kunnen wandelen - dat zoiets niet door menselijke ogen en hersenen begrepen kan worden, besefte hij natuurlijk ook. Hij wilde hiermee duidelijk maken dat niets is wat het lijkt, dat je ziet wat je gelooft.
Hele bladzijden schreef Dogen over bergen - over bergen die wandelen (op hun tenen!), over bergen die in bergen zitten, over groene bergen (die kunnen harder dan de wind rennen). Bergen zijn de eigendom van hen die van hen houden. Als je niet begrijpt dat bergen wandelen, zo schreef hij, dan begrijp je ook niet dat je zelf kan wandelen.
* * *
Donderdagavond naar het concert van Philippe Herreweghe in Hasselt geweest. Tijdens de dansende passages in de 9de van Schubert deed de dirigent af en toe een soort pirouette op zijn schavotje. Zijn ogen ontmoetten even die van het publiek aan de linkerzijde van de zaal, alsof wij ook deel uitmaakten van het orkest en door hem gedirigeerd werden. Ik keek naar mijn vrouw en fluisterde de vraag in haar oor of zij dat ook gedacht had. Ze glimlachte lief om mijn interpretatie van wat er net gebeurd was, maar kon het eigenlijk zelf niet geloven.
* * *
geloof nu in die mens tegenover je
sluit je ogen een beetje voel de diepe liefde
Ikkyu (1394-1481)
* * *
Tijdens de keuring werd mijn wagen grondig nagekeken. Daarna mocht ik naar de kassa. Ik herkende de dames achter het glas die me de afgelopen jaren zo vriendelijk geholpen hebben, en ik kreeg van hen goed nieuws: mijn auto was geslaagd. Ik sloeg een vreugdekreet. Daar kwam nog wat goed nieuws bovenop. Omdat ik nog geen 100.000 kilometer op de teller had en mijn auto tijdens ‘eerste zit’ was geslaagd, moest ik volgend jaar niet naar de keuring terugkomen, maar pas in 2014.
Ik had geen idee hoeveel kilometer mijn auto erop had zitten. Ik keek het na op het document van de keuring: 99.908 kilometer. Het scheelde dus maar 92 kilometer! Als ik de laatste keer dat ik met mijn vrienden in het Antwerpse was gaan quizzen, voorgesteld had om die avond zelf te rijden, moest ik volgend jaar terug naar de keuring.
De dames van de kassa waren ook blij met mijn geluk: “Vandaag moet ge op de Lotto spelen!” In het naar buiten gaan, hoorde ik de blonde dame nog naroepen: “Komen we dan misschien in de krant?” Ik: “Ik beloof niets!”
Ik had een brede glimlach op m’n gezicht - de hele weg van de keuring tot thuis. Onderweg passeerde ik nog een andere lijkwagen.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT