Mistaken Identity
30/09/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1135 - Ik zocht een plaatsje in de schaduw voor mijn auto. De zomer
was gearriveerd, maar met zo’n drie maand vertraging - zelfs
bij het spoor zouden ze dat lang vinden.
Zoals iedereen heb ook ik mijn beklag gemaakt over de sombere
zomer, maar nu voelde ik me gelukkig met elk uur zonneschijn
dat ons nog gegund werd. Voor hetzelfde geld waren we vandaag
al onze warme truien en jassen uit de kast aan het halen.
Buiten was het bijna dertig graden. Volgens de weerman is het
sinds 1921 geleden dat er zo laat op het jaar nog zo’n warme
dag is geweest.
In het grootwarenhuis stond de airco aan. Tussen de bakkerij-
en de vleesafdeling zag ik een versierde tafel met daarop
namaaksneeuw, een pop van een kerstman en kerstboomballen.
Ik vroeg aan de juffrouw van de kassa of zij dat ook merkwaardig
vond terwijl het buiten volop zomerde. “Straks doen ze
gewoon Kerstmis het hele jaar door”? antwoordde ze nuchter.
Op het internet las ik enkele weken geleden dat het Londense
Harrods in de maand augustus al kerstballen aan klanten had
verkocht. In Los Angeles ken ik ‘Christmas shops’ die in elk
seizoen kerstversiering verkopen. In Amerika haalt ook niet
iedereen na de kerstperiode de versiering van hun huis - het
blijft het hele jaar door hangen.
* * *
In woordenboeken en op het internet tevergeefs naar een Nederlandse
vertaling van het begrip ‘mistaken identity’ gezocht.
Het woord ‘identiteitsvergissing’ staat niet in van Dale en ook
niet in het Groene Boekje. Of gewoon in het Engels laten?
‘Mistaken identity’.
* * *
Ik ben gek op hoeden. Voor elke gelegenheid en elk soort weer
heb ik er wel een. Als ik in de zomer ga stappen draag ik een
katoenen exemplaar met een brede rand - ’Handcrafted with
Canadian persnicketiness’ staat op de binnenkant.
Omdat ik bijna elke dag ga wandelen, herken ik soms andere
wandelaars die mijn pad kruisen. We groeten elkaar dan
hartelijk maar kort: “Geniet ervan!” Ook de vissers rond de
visvijver zijn geen onbekenden. Een van hen ken ik zelfs al een
halve eeuw, van toen hij daar al als jonge tiener zat te vissen.
Vandaag vist Nest samen met zijn kleinzoon. Die is nu zo oud
als ik was, toen ik Nest 45 jaar geleden een reusachtige karper
uit de vijver zag halen.
Enkele dagen geleden zat aan de andere kant van de visvijver
een bende jongemannen - sigaretten, flesjes, tentje. Beetje intimiderend.
Ik groet altijd de mensen die ik passeer. Na mijn
‘goeiedag’ hoorde ik achter me een stem die zei: “Dag Pater
Damiaan!” gevolgd door gegrinnik van de groep. Mijn ronde,
brede hoed had die reactie uitgelokt. Ik vond het eigenlijk een
leuke opmerking, draaide me om en zag een jongeman die
zich betrapt voelde. Ik bedacht vlug iets als repliek: “Dat was
een heilige!” Ik wist eigenlijk zelf niet precies wat ik daarmee
bedoeld had, maar was blij toch iets gezegd te hebben.
* * *
BBC-reportage gezien over een zwarte buschauffeur uit Londen
die enkele weken bij een arme familie in Manilla op de
Filippijnen doorbracht. Op zeker ogenblik zag je mensen eten
klaarmaken op straat. Het zag er best smakelijk uit tot je leerde
waar het vandaan kwam. Uit vuilnisbakken van fastfoodrestaurants
haalden heel arme mensen etensresten - stukken
hamburger, verslenste sla - waarmee ze plastic zakken vulden.
Die etensresten wasten ze, maakten ze schoon en verkochten ze verder aan eethuisjes op straat. De klanten wisten goed waarom
hun maaltijd zo goedkoop was - het ‘gerecycleerde’ eten heette
‘pakpak’ als ik me goed herinner. Een van de klanten vertelde
dat ze ‘pakpak’ het lekkerste eten vond.
* * *
De oude dorre boom,
in de vorm van een vlam.
Knooppunt van het landschap.
De kraaien weten het.
Hij is hun uitverkorene.
Niet onmogelijk
dat deze boom het enige echte
in dit landschap is.
De rest? Storingen.
Lars Gustafsson, ‘De stilte van
de wereld voor Bach’, 2007
* * *
Ons harmonium-kamerorgeltje stond meer dan tien jaar lang
tegen dezelfde muur. Twee weken geleden verhuisde mijn vrouw
het naar de andere kamer. Waar het muziekinstrument stond
is de stenen vloer nu wat lichter van kleur.
De eerste dagen stapte ik rond de plek alsof het instrument er
nog was. Maar sinds een paar dagen durf ik door te lopen, is
het ‘fantoom-harmonium’ uit de kamer verdwenen. Het zal
wel nog wat langer duren voor de lichte vloertegels zo donker
als de rest worden.
* * *
Op de terugweg van m’n wandeling vroeg ik me af of de
bende jongelui nog aan de visvijver zou zitten. Misschien
ging een van hen opnieuw iets zeggen als ik passeerde. Een
wandelaar heeft tijd zat om over dergelijke dingen lang en
zorgvuldig na te denken.
De jongemannen zaten er nog. Ik verwachtte een opmerking,
maar er gebeurde niets toen ik langsliep.
Aan de andere kant van de vijver stond een vrouw met haar
zoontje - een baasje van een jaar of vijf - naar een visser te
kijken. Terwijl ik passeerde riep de jongen dat hij me zou
volgen. De moeder lachte tot ze merkte dat het haar zoontje
menens was. Ik liep snel verder omdat ik op tijd thuis wilde
zijn. Maar de kleine bleef me volgen, gierde het uit van de
pret. Zijn moeder riep hem terug, maar hij wilde niet luisteren:
“Ik ga tóch met hem mee!”
Over m’n schouder zei ik dat hij beter naar zijn moeder zou
luisteren. Even leek het alsof hij me begrepen had en bleef
hij staan, maar daarna rende hij weer naar me toe en bleef
me op de voet volgen.
Ik was bijna aan een onbewaakte spoorweg en zei tegen
hem dat het hier gevaarlijk was en hij op zijn mama móest
wachten. Hij zag de bezorgdheid in mijn gezicht en liet me
eindelijk gaan. Eens over het spoor keek ik nog eens achter
me, maar kind en moeder waren verdwenen.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT