Einde van een verhaal
17/10/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1038 - Dit jaar is er met onze dahlia’s iets misgelopen. Had ik ze in de lente te diep geplant? De eerste grote bloemen ontloken pas twee weken geleden.
We keken ernaar uit om nog wat plezier aan de late dahlia’s
te beleven, maar de nachtvorst heeft anders beslist. Geen
vuurwerk van kleuren meer, maar bijna alle dahlia’s verslenst,
bruin.
De bloem-dagen in onze tuin zijn bijna voorbij.
* * *
Las in de krant dat Osama bin Laden ook wat met de bloemen
in zijn tuin heeft.
De eerste vrouw van de Al-Qaedaleider heeft samen met
haar zoon een boek over hem geschreven - ‘Growing up bin
Laden’. Het moet niet verwonderen dat Osama bin Laden
als een huistiran beschreven wordt. Zo doodde hij ooit het
huisdier van zijn kinderen omdat het volgens hem een Jood
was die door God in een aapje veranderd werd.
Maar blijkbaar had Osama ook een meer tedere kant. Zo kon
hij geweldig van de zonnebloemen in zijn tuin genieten.
* * *
Met mijn jongste oefen ik Latijnse woordjes zoals ik dat
twee jaar geleden ook met zijn oudste broer gedaan heb. Als
een woordje er moeilijk ingaat, verzin ik een beeld om het te
helpen onthouden. Hoe krankzinniger, hoe beter. Voor het
werkwoord ‘debere’ (moeten, verschuldigd zijn) bedacht
ik: ‘De beren moeten hun winterslaap doen, dat zijn ze aan
zichzelf verschuldigd’. M’n zoon lachte: “Die vergeet ik
niet meer!”
Na lange lijsten van woordjes die hij al heel goed kende,
wilde het bijwoord ‘ita’ (zo) er niet meer ingaan. Ik vertelde
hem dat ‘ita’ aan Italië doet denken: “Weet je dat ze in Italië
een mooie zoo hebben?” Het duurde even voor hij hem had.
Hij maakte het verhaal zelf af: “En in die zoo lopen zebra’s
rond met rode en witte strepen, zoals die van spaghetti met
tomatensaus!”
Enkele dagen later kwam hij een nieuw woordje met ‘ita’
tegen: ‘itaque’, dat als ‘en zo’ vertaald wordt. Ik keek naar
hem met een uitnodigende blik. Hij begreep me en vond vlug
zelf het ezelsbruggetje: “Ik denk dan aan mijn ‘nonkel Enzo’,
die is Italiaan en hij houdt ook veel van de zoo, zeker als er
zo’n rood-witte zebra in rondloopt.”
Het lijkt erop dat ik binnenkort mijn ontslag als ‘zebrabruggetjes-
bedenker’ mag nemen. Einde van een verhaal.
* * *
Afwezig stond hij naar de enkele overlevende bloemen voor zijn
voeten te staren.
Hans Fallada, ‘Altes Herz geht auf die Reise’, 1936
* * *
Ik heb hem eindelijk uit, de roman van Hans Fallada waar ik
weken geleden aan begonnen was. Ik had het hier al eerder
over de schandelijke vertaling in het Engels van de titel van
dit boek. ‘Jeder stirbt für sich allein’ werd: ‘Alone in Berlin’...
Op de kaft staat ook dat het een ‘astonishing wartime thriller’
is. Een thriller? De commerciële afdeling van de uitgeverij
heeft duidelijk haar best gedaan om met deze ‘packaging’
een groter publiek te bereiken...
‘Jeder stirbt für sich allein’ (1947) is het laatste boek van
Hans Fallada. Zijn eigen ervaringen hielpen hem om de
terreur en paranoia uit de nazi-tijd te beschrijven. Na een
incident waarin hij ladderzat - Fallada was een hopeloze
dronkaard - tijdens een ruzie met zijn vrouw een revolverschot
op haar loste, zonder haar te doden, kwam hij in een door
nazi-dokters gerunde mentale instelling terecht en ondervond
hij aan den lijve wat het lot was van mensen die in die tijd
ongewenst waren.
Niet bepaald een opwekkend verhaal, en zeker geen thriller,
maar de auteur spreekt met gezag en veel wijsheid over
de relaties tussen mensen in die afschuwelijke tijd. Echt de
moeite waard.
* * *
de laatste dahlia
staat op het punt te verwelken
hij is prachtig
Santoka (1882 – 1940)
* * *
Afgelopen zomer in een boekenzaak in ‘Little Tokyo’ - de
Japanse buurt van Los Angeles - een mooi boekje gevonden.
‘For all my walking’ is een reisverslag en een verzameling
haiku’s van de beroemde Japanse dichter Taneda Santoka
(1882-1940). Tijdens de zomervakantie in één ruk uitgelezen
in een tuin aan zee die wel vol prachtige dahlia’s stond...
Santoka was elf jaar toen hij het lichaam van zijn moeder zag
die door in een waterput te springen zelfmoord had gepleegd.
Een trauma dat hem tot het einde van zijn leven zou blijven
achtervolgen.
Aan de universiteit bleek dat hij een begaafd dichter was.
Door drankmisbruik kon hij zijn studie niet afmaken. Bij een
incident waarbij hij dronken op de rails ging staan vóór een
aankomende tram, bracht hij het er door de snelle reacties
van de trambestuurder levend van af. Daarna besloot hij om
in een zen-orde te treden. Als bedelmonnik trok hij op lange
reizen door Japan en maakte haiku’s over wat hij onderweg
beleefde. Dat hij het moeilijk bleef hebben met de drank
blijkt uit de notities in zijn bekende reisverslag: ’28 december
1931. Ah - sake, sake, sake - tot nu toe heb ik alleen maar
geleefd voor sake, en kijk eens naar het resultaat! - duivel of
Boeddha, gif of geneesmiddel?’
Op 6 oktober 1940 noteerde Santoka zijn laatste woorden,
vier dagen later was hij dood: ‘Het is al laat in het seizoen,
een libel is plots tevoorschijn gekomen en vliegt rond me.
Vlieg zolang je kan, libel - je vlieg-dagen zullen spoedig
voorbij zijn.’
* * *
Fallada’s roman eindigt verrassend met een hoofdstuk dat hij
als volgt inleidt: ‘Maar wij willen dit boek niet beëindigen met
de dood, want het is een werk dat opgedragen is aan het leven,
het onsterfelijke leven, het leven dat altijd over vernedering
en tranen, over ellende en dood triomfeert.’
Korte tijd na het beëindigen van het manuscript, begaf zijn
hart het.
* * *
De bloem-dagen in onze tuin zijn bijna voorbij. Tijd dat ik
de dahlia-knollen opgraaf om ze in de kelder te bewaren, tot
in de lente. Ik mag ze dan niet te diep in de grond planten,
moet ik onthouden.
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT