De Paarden van Mongolië
12/11/'09
Graffiti
Aflevering nr. 1042
Een jaar geleden had ik ze nog geteld, het aantal kruiwagens
met bladeren die ik had bijeengeharkt. Ik weet
niet meer hoeveel precies, maar het waren er veel.
Toen ik enkele weken geleden naar de bomen keek en merkte
dat de bladeren begonnen te kleuren, zag ik - bij wijze van
spreken - kruiwagens in de kruinen hangen.
Maar het valt best mee dit jaar. Logischerwijs zouden er elk
jaar meer bladeren in de bomen moeten hangen, omdat bomen
en hun takken blijven groeien. Maar toch leek het alsof
er dit jaar minder bladeren waren, minder kruiwagens.
Misschien viel de taak me ook lichter omdat onze hond me
gezelschap hield. Ze hapte naar de neerdwarrelende bladeren,
rolde als een gek op haar rug en rende rond me in kleiner
wordende cirkels. Af en toe riep ik iets naar haar en dan liep
ze kwispelstaartend naar me toe. En als ik de volle kruiwagen
naar buiten duwde, liep ze braaf met me mee.
Met zo’n hond kan je praten, maar zij praat niet terug natuurlijk.
Een half gesprek, of een halve stilte. En toch komen
er signalen van de hond, in die bijzondere taal die je alleen
maar kan begrijpen als je je hart opent.
* * *
De zogenaamde ‘World Series Baseball’ zit erop. Enkel teams
uit de VS speelden mee. Andere baseball-landen zoals Japan,
Cuba of de Dominicaanse Republiek - waar op hetzelfde
niveau gespeeld wordt als in de States - kunnen niet meedoen.
In baseball zijn de VS dus ‘the world’... Als symbool van de
Amerikaanse eilandmentaliteit kan het tellen.
Ondanks die wrevel, vind ik de ‘World Series’ geweldig leuk
om naar te kijken. Elke nacht heb ik de wedstrijden opgenomen
en de volgende dag bekeken. Dat bood ook het voordeel
dat ik door de reclame kon ‘fastforwarden’. Terwijl de beelden
voorbijflitsten viel het geluid weg. Mensen huppelden rond,
vertelden elkaar dingen die we niet hoorden. De wereld kreeg
er een filosofische dimensie bij. Mensen als mieren. Waar zijn
ze mee bezig? Wat stelt het allemaal voor?
* * *
Ik was drie, vier dagen alleen thuis, zonder vrouw en kinderen.
Het was stil. Enkel de afwezigheid van stemmen liet zich
horen. Gelukkig had ik nog altijd Noola, onze retriever. Haar
aanwezigheid maakte een groot verschil.
* * *
Op het internet gevonden, de naam van de stad Lawa’i - klinkt
een beetje zoals het woord ‘lawaai’. Op 21° 55’ noorderbeedte
en 159° 30’ westerlengte, op het eiland van Kaua’i in Hawaï.
Iemand beschrijft het stadje als bijzonder vredig en stil om
in te wonen, ondanks de aanwezigheid van een vulkaan. What’s in a name?
* * *
Ik hoorde lawaai in de keuken. Iets gevallen?
Als je alleen bent in huis, valt elk geluid op dat je niet zelf
gemaakt hebt.
Ik zag nog net de staart van de hond achter het keukenblok
verdwijnen. Op de grond een natte vlek. Niet de eerste keer
dat een stuk vlees of een taart van het keukenblok verdwijnt
als Noola de kust vrij ziet.
Ik maakte me boos op haar, sprak dreigende taal. Terwijl ik
naar haar kant van het keukenblok stapte, zag ik haar staart
weer verdwijnen. Slim beest - ik probeerde nog eens en weer
was ze me te snel af. Ik kon mijn lach niet inhouden.
* * *
Naar de boekenbeurs geweest. Voor de zonen een feest. Ik
twijfel of ik nog alleen zou gaan. Na twee uur in het lawaai
en de drukte van de slecht verluchte, hete zalen, voel ik me
altijd als een uitgewrongen dweil wanneer ik buitenkom.
Ik keek naar Urbanus die - zoals hij dat al jaren doet - voor
de kinderen tekeningetjes maakte. Duizenden moeten het er
al geweest zijn. Voor elk kind tekent hij iets moois, zegt iets
liefs. Bewonderenswaardig.
De humor van Urbanus choqueerde vroeger, maar vandaag
heeft Vlaanderen het niet langer moeilijk met hem. Af en
toe doet hij misschien nog een meisje blozen, maar verder
gaat dat niet.
Enkele jaren geleden heeft mijn vrouw Urbanus kunnen doen
blozen! Het was op de boekenbeurs - op de koppen lopen.
De rij met kinderen die een tekeningetje wilden was te lang
om nog te blijven wachten met onze kroost. Mijn vrouw riep
van ver naar hem, zo hard ze kon: “Urbanus! I love you!” Hij
keek verbaasd op en zijn wangetjes kleurden rood.
* * *
Het is wel heel bijzonder, een paar dagen helemaal alleen zijn
met mezelf. ‘Mezelf’ is mijn gezelschap; ‘mezelf’ is met wie
ik praat; ‘mezelf’ is diegene aan wie ik vragen stel: ‘Hoe gaat
het met je, m’n beste?’; ‘Wat heb je nu van je leven gemaakt?’;
‘Wat kan beter?’; ‘Waarom kom je niet vaker uit je huis om
eens iets met je vrienden te doen?’...
Maar als het wat te lang stil voor me is, zet ik de tv aan.
Toevallig een film over Mongolië, een rustige, stille plek waar
de mensen ook veel met hun ‘mezelfs’ lijken te praten.
Noola komt bij me liggen en kijkt mee. Wat ziet zij eigenlijk?
Geen idee, maar het boeit haar blijkbaar meer dan als er
andere dingen op het scherm verschijnen.
Plots ziet Noola paarden op de steppe lopen en dan is het
hek van de dam. Ze blaft hard op de televisie. Die paarden
moeten weg! Indringers!
Ik zorg daarvoor door even naar iets anders te zappen. Ze
kijkt tevreden en doet teken dat ze nu wil gaan slapen.
Ik loop met haar naar de achterkeuken. Ze wil niet gaan
liggen. Wat nu? Ik kijk naar haar dekentje en begrijp het
probleem - het is fout gevouwen, met een plooi in het midden.
Dat ligt niet lekker, ook niet voor een hond. Ik strijk het
dekentje glad en Noola gaat liggen. Nog een knuffel. Dan
sluit ik de deur achter me voor de nacht.
Nu wordt het pas heel stil in huis. Zelfs de paarden van
Mongolië kijken er van op, zie ik.
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT