De kip
22/07/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1126 - Op weg naar een boekenzaak in Studio City passeer ik
iemand die verkleed is als een kip. Hij staat voor een
tatoeagezaak met een bord te zwaaien: ‘Don’t be a
chicken, get a tattoo or piercing’. De Amerikaanse uitdrukking
‘being a chicken’ of ‘being chicken’ betekent: bang zijn.
Terwijl ik verder rij bedenk ik dat ik eigenlijk wel graag een
kiekje van de verklede man zou willen nemen. Ik parkeer m’n
auto voor de boekenzaak en wandel terug. Maar de man in
het kippenpak staat er niet meer.
Door de open deur van de ‘tattooshop’ zie ik stoere bonken
zitten - de armen blauw van de tatoeages. Ik ben in mijn
leven nog nooit in een tatoeagezaak geweest en aarzel om
te vragen waar de kippenman naartoe is. Ik oefen enkele
openingszinnen in mijn hoofd en vraag me af hoe ze daarop
zouden reageren.
* * *
In de tatoeagezaak is het lekker koel. Ik schraap al mijn moed
bij elkaar en hoor mezelf zeggen: “Zo’n man verkleed als kip
zien we niet vaak waar ik vandaan kom. Zou ik een kiekje
van hem mogen nemen?”
De eigenaar van de zaak werpt een blik op mijn blote armen
en bespeurt onontgonnen gebied. Commerciële mogelijkheden,
zie ik hem denken.
“Hij is aan het uitrusten”, zegt de eigenaar, en wijst naar een
jongeman met bezweet voorhoofd die achter zijn laptop zit en
niet opkijkt. “It’s hot to be a chicken, man”, legt hij uit. Hij
stelt voor dat ik ergens een kop koffie ga drinken en binnen
een half uurtje terugkom, als de kip uitgerust is.
* * *
Ik wandel terug naar de boekenzaak. Heb geen trek in koffie.
Ik kan evengoed in de boekenzaak iets gaan lezen. Terwijl ik
tegen een boekenrek leun, lees ik iets van Raymond Carver,
meester van het ‘short story’-genre. Het kortverhaal ‘Are
these actual miles?’ (oorspronkelijke titel: ‘What is it?’) gaat
over een koppel op de rand van het bankroet. Ze moeten
hun auto verkopen. Het verhaal stamt uit de jaren ’70 maar
is nog zeer actueel. Omdat ik niet te laat wil zijn voor de kip,
lees ik sneller dan ik normaal doe.
Als het half uur is verstreken, wandel ik terug naar de tatoeagezaak,
maar zie geen kip. De winkeldeur is gesloten. Ik durf
niet naar binnen te gaan - wil niet opdringerig zijn. Ik wacht
buiten. Het is heet op het zonovergoten trottoir.
Ik begin me af te vragen of de eigenaar misschien over mijn
vraag heeft zitten nadenken en nu niet meer wil dat ik een
kiekje van de kip neem. Misschien wil hij zelfs dat ik ervoor
betaal? Of in ruil een (hopelijk kleine) tatoeage laat zetten?
Mijn verhitte geest begint rare dingen te denken.
Na een kwartier wachten nog altijd geen kip. Ik maak wat
notities in mijn boekje. Het is te heet om kip te zijn, maar
ook om op een trottoir te wachten. Ik sta voor een dure
lingeriezaak, een beetje verder is een dure schoenenzaak,
nog verder een dure kledingzaak. Ik bedenk hoe de tijden
veranderd zijn - vroeger moest je naar het schipperskwartier
voor een tatoeage...
* * *
Ik denk eraan om terug te gaan naar m’n auto. De kip laat te
lang op zich wachten. Ik begrijp dat hij niet meer in de hete
zon wil staan. Het gaat vandaag niet meer gebeuren, denk
ik. Ik kom volgende week nog wel eens terug.
* * *
De deur van de tatoeagezaak is nog altijd gesloten. Wat heb
ik te verliezen? Ik klop aan, stap binnen en vraag aan de
eigenaar, die me na een kort moment van twijfel herkent, of
het nog altijd te warm is om kip te zijn.
Hij lacht gelukkig en wijst naar zijn collega achter de laptop.
Die kijkt op: “Ik trek het pak hier wel even voor u aan. Buiten
is het te heet. Is dat oké voor u?”
Ik mag kiekjes nemen van de man in de verschillende fasen
van zijn ‘Verwandlung’ - zijn metamorfose van man tot kip.
Terwijl hij ‘klauwschoenen’ aantrekt, vraagt hij me waar ik
vandaan kom. “Van België? Echt waar? Mijn schoonbroer
komt van België, spreekt zeven talen.”
De eigenaar die bezig is met het bewerken van de gespierde
arm van een klant met een brommend apparaat, onderbreekt
hem: “It’s Tuesday, this must be Belgium!”, de titel van een
bekende film uit 1969. “Ah, de film”, merk ik op.
“Daar sta je van te kijken, hé?” vraagt hij trots.
Schaamteloos antwoord ik dat ik gedacht had dat hij te jong
was om zich die film te herinneren. Ik denk dat ik me nog
steeds niet echt op mijn gemak voel in de tatoeagezaak en
me daarom aan vleierij schuldig maak. Ik vrees nog altijd
dat hij misschien straks wil dat ik betaal, of een tatoeage laat
zetten... Ik laat daarom ‘en passant’ nog even horen dat ik
écht te ‘chicken’ ben voor een tatoeage. Heeft iets met mijn
karaktertype te maken, leg ik uit. Kan ik niets aan doen. Mijn
vrouw nam me ooit mee naar een acupuncturist, maar ik was
zelfs te bang voor één enkele naaldenprik - de acupuncturist
had daar alle begrip voor, zei dat het met mijn karaktertype
te maken had.
Mijn verhaal maakt weinig indruk in de tatoeagezaak - er
wordt niet op gereageerd. Maar de atmosfeer blijft gelukkig
goed.
* * *
De jongeman heeft zijn pak eindelijk aan en is zelfs bereid
om ook even buiten voor me te poseren. Hij zwaait met
zijn ‘Don’t be a chicken’-bord zoals ik hem dat twee uur
geleden zag doen. Ik heb veel tijd in dit kiekje geïnvesteerd.
Mensen passeren met hun auto’s en wuiven. Een voorbijganger
vraagt de kip om wat uitleg over piercings. “De piercings,
die doe ik, de eigenaar doet de tatoeages”, legt de kip uit, en
vlucht terug naar binnen, naar de koelte van de kamer met
airco. Het is echt veel te heet om kip te zijn.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT