Carnavalisme
11/03/'11
Graffiti
Aflevering nr. 1108 - Het mooiste kwam pas aan het eind van de dag, toen
we op weg naar huis plots honderden trekvogels in de
lucht ontwaarden. M’n oudste dacht eerst dat het een
wolk spreeuwen was, maar toen we de v-vormige formaties
zagen wisten we dat het kraanvogels waren. De volgende dag
stond in de krant dat er 25.305 kraanvogels boven Limburg
geteld werden.
* * *
Voor de krokusvakantie had ik beloofd dat we ergens naartoe
zouden gaan. Dagje Antwerpen, Brussel, Aken of nog eens
naar Düsseldorf? Omdat Düsseldorf een Japans kwartier
heeft met Japanse restaurants, boekhandels en voedingszaken,
viel de keuze op die stad. Voor we vertrokken keek ik
nog even op het internet of ons geliefde restaurant wel op
maandag open was.
Bij het naderen van Düsseldorf werd alle verkeer vóór de
Rijnbrug afgeleid. Wegenwerken, het kan overal gebeuren.
Een kilometer of twee, drie verder konden we weer niet over
de Rijn - pas aan de derde brug lukte het wel, maar daar
mochten we dan niet de stad in.
Toen ik op de stoep een jongen in piratenpak zag, viel mijn
euro eerst niet omdat zoiets voor kinderen doodgewoon is,
maar toen ik zag dat zijn vader ook als zeerover verkleed was,
begon me een licht op te gaan. Een mevrouw liep als aardbei
verkleed - we zouden die dag nog tientallen ‘aardbei-vrouwen’
zien. Was helemaal vergeten dat het ‘Rosenmontag’ was - dé
hoogdag van het carnaval. Wat een vergissing vandaag naar
Düsseldorf te komen - alles was beslist gesloten.
Van overal doken mensen op in carnavalspak - een vrouw
als kip, een man met een reusachtige vork op zijn hoofd, en
opnieuw enkele ‘aardbei-vrouwen’... Opvallend hoe netjes
iedereen er uit zag - het leek alsof de mensen een uniform
hadden aangetrokken.
We vonden de feestelijke drukte eerst leuk, maar dan irritant
toen bleek dat de ene straat na de andere voor het verkeer
gesloten was en we na bijna een uur rondrijden nog altijd niet
in de buurt van de Japanse wijk geraakt waren.
Aan het station vond ik eindelijk een toegangsweg naar de
Japanse buurt. Opvallend dat hier geen verklede mensen
rondliepen. De wijk genoot blijkbaar een zekere immuniteit.
Toch één Japanse gezien die als aardbei-vrouw verkleed liep
- het was geen gezicht. Alle winkels en restaurants waren ook
hier gesloten. We stierven van de honger. Het was al na twee
uur en ik hoopte nog ergens een open McDonald’s te vinden.
Teleurgestelde gezichten op de achterbank.
Na wat verder rondjes rijden, zag ik mensen in een verlichte
Japanse sushizaak zitten, maar ik vond nergens een parkeerplaats
en de parkeergarages waren ook gesloten. Ten einde
raad zette ik mijn auto op een plek waar het niet mocht, maar
waar ik niemand hinderde. Als iedere inwoner van Düsseldorf
op Rosenmontag verkleed rondliep, zo redeneerde ik, dan
was de kans groot dat de mensen die parkeerbonnen schreven
die dag hun uniform van controleur ook voor dat van een
zeerover of een aardbei verwisseld hadden.
Ik was opgelucht toen we na het restaurantbezoek geen
parkeerbon achter onze ruitenwisser vonden. Het zien van
de kraanvogels die over Limburg trokken maakte ook veel
goed.
* * *
Ik ben altijd jaloers geweest op mensen die zich voor carnaval
helemaal kunnen laten gaan. Maar ik denk dat je uit een nest van ‘carnavalisten’ moet komen om het te kunnen. Ik ben
misschien te bang voor wat er kan gebeuren, of liever: kan
misgaan. Ik herinner me dat iemand me ooit trots vertelde
dat een van de hoogtepunten uit zijn leven een bezoek aan
Rio was - hij had zo hard gefeest dat hij daarna nog een dag
in een goot had gelegen om weer bij bewustzijn te komen.
Het was het hem allemaal waard geweest.
Bij de mensen die ik in de straten van Düsseldorf zag, ontbrak
dat wilde van Rio. De Duitsers hadden voor de gelegenheid
hun schoonste carnavalspakken aangetrokken - ‘schoon’ ook
in de betekenis van gewassen & gestreken. Alles was door
de ordediensten opvallend goed georganiseerd. Ook op de
Duitse tv zijn de carnavalshows tot in de puntjes georganiseerde
spektakels. Dit sterk in tegenstelling met de beelden
van carnaval uit Aalst - als ik ‘voil jeanetten’ zie dan schrik
ik altijd hoe vuil ‘voil’ kan zijn. Het is precies zoals het moet
in de geest van carnaval - deelnemers zijn bezeten door een
wildheid die de rest van het jaar onder een zwaar deksel
gehouden wordt.
Het doet me denken aan het onderscheid dat de filosoof
Friedrich Nietzsche maakte tussen het apollinische en het
dionysische. Het eerste - genoemd naar de Griekse god Apollo
- staat voor schoonheid, redelijkheid, orde en harmonie;
het tweede - naar de god Dionysius - voor onredelijkheid,
chaos, driften en wildheid. De twee krachten zijn elkaars
tegengestelde maar komen samen in het leven voor. Volgens
Nietzsche is het belangrijk dat er naar een evenwicht tussen beide gezocht wordt, en een vergissing dat in onze cultuur
het rationele het wilde domineert. Een cultuur die het ongeremde
verwaarloost, verliest haar kracht, haar voeling met
de werkelijkheid, dacht hij.
* * *
Ik vond dat ik iets goed te maken had na de mislukking van
Düsseldorf, dus riskeerden we opnieuw een tochtje. Naar
zee. Weg van drukte en herrie. Stil genieten.
Wandelend op straat aan zee, hoorden we een lawaai dat
horen en zien verging. Waarschijnlijk zo’n auto met discoboxen,
dacht ik. Een politieman kwam er aan op zijn motor.
Hopelijk ging de overtreder op de bon. Maar de politie deed
niets. Een reusachtige tractor kwam aanzetten met daverende
luidsprekers die op doodskisten leken. Achter de tractor
volgde een pover versierde carnavalswagen met een handvol
jongelui die hun best deden te doen alsof er een feestsfeer
heerste. Geen mens die naar hen keek. Plots werd de stekker
uit de muziek getrokken - na de trommelvliestergende decibels
klonk nu de allerstilste stilte.
Carnaval was afgelopen. Op weg naar huis zocht m’n zoon
tevergeefs naar een kraanvogel in de lucht. De vasten was
begonnen.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans Baert