Breuklijnen
13/08/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1080 - Ik luisterde naar de eerste geluiden van de ochtend - een keffend hondje, het trieste koeren van een duif, het brommertje
van de postbode.
Ik zag dat mijn vrouw ook wakker was. “Hoor je dat?” vroeg
ik haar: “Wie is dat in de gang?” Mijn vrouw luisterde, dacht
dat het de vriend van onze oudste was die was blijven slapen.
Ik luisterde opnieuw. Het was m’n oudste zelf, maar hij klonk
als iemand anders. Gisteren nog had hij de stem van een kind,
vandaag klonk hij zwaarder - baard in de keel.
Ik wist niet of mijn zoon het ook van zichzelf had gehoord.
Hij maakte zich al een tijdje zorgen dat zijn stem misschien
nooit zou breken.
Breuk van de stem, breuk met de kindertijd.
* * *
Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar voor mij (en
m’n tuin) is het zomerweer van de afgelopen weken perfect
geweest. Geen ‘hondsdagen’ voor ons dit jaar. Vaak beleven
we de heetste tijd van het jaar in de periode waarin de ster
Sirius van het sterrenbeeld van de ‘Grote Hond’ gelijk met de
zon opkomt – ongeveer van 20 juli tot 20 augustus.
Is het omdat wij verlost werden van de hondsdagen dat de
Russen er nu mee zitten? Al weken lang heersen daar helse
temperaturen, gaan wouden en bossen in rook op en is de
smog in Moskou levensbedreigend voor mens en dier.
De weerspatronen lijken muurvast te zitten. In Pakistan
zijn miljoenen mensen op de vlucht door overstromingen
na aanhoudende moessonregens. In Portugal blijven hevige
bosbranden woeden. In Rusland zouden de veengebieden nog
maanden kunnen branden. En bij ons worden al wekenlang
regenvlagen door perioden met zonneschijn gevolgd. De
weerkaart van gisteren lijkt op die vandaag, en op die van
morgen.
* * *
(...)der Herr brach das Brot,
das Brot brach den Herrn
Paul Celan, ‘Tau’ - uit: ‘Fadensonnen’(1968)
* * *
Meteorologen tekenen op de weerkaarten van onze wereld
de lijnen tussen koud en warm, tussen nat en droog.
Enkele weken geleden stuurde iemand me een ‘link’ voor
het weer in Limburg. Zelfs in een klein weersgebied bestaan
die breuklijnen - soms zie ik op een wolkenfoto dat het in
Tessenderlo bakken giet, maar dat je aan de Maasoevers nog
wat van de zon kan genieten.
Als kind zat ik op een hete zomerdag in de schaduw van een
eik en vroeg me af waar de grens liep tussen de koelte onder
de kruin van de boom en de hitte van de zon uit de lommer.
Ergens tussen licht en schaduw moest die breuklijn liggen.
Ik bedacht hoe je honderden thermometers aan touwtjes in
die grensstreek zou kunnen hangen en zo heel nauwkeurig
de overgangen tussen warm en koud meten. Bestond er een
abrupt breekpunt, of ging het om een geleidelijke overgang,
was ik nieuwsgierig naar.
Het was misschien tijdens dezelfde zomer dat ik met mijn
ouders langs een brede steenweg stond te wachten. Er was
even geen verkeer. Ik zag een kikker van de andere kant naar
ons toespringen. Er kwam een auto aan. Ik was bang dat hij de
kikker zou doodrijden en wilde het beestje redden, maar mijn
vader was ook bang dat ik zelf door de auto zou gegrepen
worden. De kikker sprong een laatste keer en werd dan door
een autowiel verpletterd. Ik stond erbij en had niets kunnen
ondernemen. Het ene ogenblik was het diertje springlevend,
het volgende... De grens tussen leven en dood, vlijmscherp.
Het maakte een diepe indruk op me. Ik ben de gebeurtenis
nog altijd niet vergeten.
Maar wij waren er nog. Ik liep vol vragen terug naar huis.
Hield de hand van m’n vader wat steviger vast.
* * *
‘Point Omega’, het nieuwste boek van de Amerikaanse auteur
Don DeLillo, begint met een scène waarin iemand naar de
film ‘Psycho’ van Alfred Hitchcock kijkt. De projectie van de
prent gebeurt op sterk vertraagd tempo, zodat het bekijken
van de volledige film vierentwintig uur lang duurt. Elke scène
uit ‘Psycho’ krijgt daardoor de aandacht die het eerder niet
had. Op die manier ontstaan als het ware films in de film
- segmenten die op hun beurt nog eens verder zouden kunnen
opgebroken worden.
De film zou uiteindelijk kunnen vertraagd worden tot de
snelheid die het brein nodig heeft om bewegende beelden te
blijven waarnemen - vierentwintig frames per seconde. Als
de filmprojectie nog trager loopt, blijven er enkel individuele
beelden over. Elke frame, een breuk.
* * *
Mijn jongste heeft gisteren een mondharmonica gekocht. Wil
er blues op spelen. Op ‘Youtube’ staan filmpjes van muzikanten
die tonen hoe het moet. Vergt nogal wat handigheid om
de typisch klagende klanken van de blues voort te brengen.
Omdat hij al jaren piano speelt, is het een heel avontuur voor
hem om de klankwereld tussen de verschillende noten te ontdekken. Op een piano springt hij gewoon met zijn vinger
van een ‘mi’ naar een ‘fa’, maar met zijn kleine harmonica kan
hij tussen twee noten nieuwe klanken maken. De breuklijn,
gebroken.
* * *
In ‘Technopolis’ neem ik altijd een kiekje van mezelf voor
de spiegel die het lichaam in twee delen lijkt te snijden. De
spiegelconstructie verdubbelt de linkerhelft zodat er een
nieuw lichaam tot stand lijkt te komen. Links van de breuklijn
is daardoor hetzelfde als rechts. Een grens, die er geen is.
* * *
De geluiden van de middag. Een daverende vrachtwagen die
te snel door onze straat rijdt. Een ronkende grasmachine in
de verte. De wind in de kruinen van de eiken. Een deur die
dichtvalt. Geen keffend hondje meer, geen koerende duiven
of brommer van de postbode. Wanneer werd de ochtend
middag?
Ik hoor mijn zoon aan de computer met zijn vriend. Hij vertelt
een grapje. Zijn stem zit wat lager dan gisteren – gezakt van
een ‘fa’ naar een ‘mi’, of iets daartussen?
Wanneer wordt de ochtend middag? De jongen man? Of
zijn dat ook grenzen die er eigenlijk geen zijn?
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT