Andersom
26/03/'10
Graffiti
Aflevering nr. 1061 - Terwijl ik achter in de tuin de kruin van de lindeboom
snoeide, bemerkte ik naast zijn dikke stam een paaltje
dat tien jaar geleden steun aan de boom moest bieden.
Vandaag heeft hij dat niet meer nodig.
Met een scherp zakmes sneed ik de rubberen band door
die boom en steunpaal verbond. Tot mijn verbazing viel
de paal daardoor om. Het stuk dat in de grond zat was rot.
Hoe lang al steunde de boom de paal, vroeg ik me af. Een
‘steunboom’...
* * *
Mijn zoon kwam van zijn examen Frans thuis en vertelde dat
hij voor een vraag de namen van de verschillende baktijden
van een steak moest kennen. Met ‘saignant’, ‘à point’ en ‘bien
cuit’ had hij geen moeite, maar voor de rauwe staat van het
vlees ontschoot hem het woord. Ten einde raad schreef hij
dan maar ‘mort’ op, maar dat kon het niet zijn. Een logische
gedachtegang - rauw vlees, dood vlees. Net voor het einde
van het examen schoot hem plots uit de verste uithoeken van
zijn brein het woord ‘cru’ binnen. Opluchting!
Ik heb dat ook als ik ga quizzen. Soms moet het antwoord op
een vraag van heel ver komen. Best om dan je gewone manier
van redeneren even te vergeten. Of aan iets totaal anders
te denken en erop te vertrouwen dat je brein ondertussen
- ‘zonder jou’ - zijn werk doet en op de valreep toch nog het
juiste antwoord levert.
* * *
Dat een antwoord op een probleem soms uit een onverwachte
hoek komt, werd deze week andermaal bewezen naar aanleiding
van een oud conflict tussen India en Bangladesh. De
twee landen ruziën al bijna dertig jaar over de controle van
‘New Moore Island’ - Bangladesh geeft het de naam: ‘Zuid
Talpatti’ - een klein rotseilandje in de Golf van Bengalen.
Sugata Hazra - een oceanograaf - verklaarde pas dat het
eiland door de opwarming van de aarde en stijging van het
zeewater volledig onder de golven is verdwenen. Satellietbeelden
hebben het nieuws van de verdwijning bevestigd.
Conflict - letterlijk - opgelost.
* * *
Bij het woord ‘steen’ denk ik onvermijdelijk aan iets dat op de
grond ligt. Om gewone, alledaagse dingen als stenen anders
te leren zien, kunnen dichters ons helpen.
Ik sloeg m’n ‘Verzamelde Gedichten’ van Paul Celan open
en kwam bij een gedicht over stenen terecht, over stenen
zoals alleen een dichter ze zien kan. Stenen, maar ‘een beetje
andersom’.
DE LICHTE
STENEN gaan de lucht door, de fel-
witte, de licht-
brengers.
Ze willen niet dalen, niet vallen,
niet raken. Open
gaan ze,
als de iele
heggenrozen, zo bloeien ze op,
zweven ze
op jou af, mijn zachte,
mijn ware - :
(vert. Ton Naaijkens)
Ik kan het niet uitleggen waarom, maar die beelden van
Celan, van stenen als heggenrozen, van stenen die op je afzweven, ontroeren me. Ik toonde het gedicht aan mijn
oudste die er ook dadelijk door gegrepen werd.
We begrijpen niet echt wat Celan ons vertelt, maar onze
ziel herkent dit, weet precies waar het om gaat. De beelden
wijken zo af van het alledaagse, dat een gevoel van bevrijding
ontstaat dat gelukkig maakt. De wereld zoals hij ook zou
kunnen zijn.
* * *
We hadden om elf uur in zijn hotel afgesproken. Hedley en
ik zijn al meer dan dertig jaar vrienden. Zes jaar geleden
bezocht ik hem thuis in Michigan, in de VS. Te lang geleden
dat we elkaar nog zagen.
Voor zijn zilveren bruiloft had hij een verrassingsreisje met
zijn vrouw naar Parijs gepland. Hij hoopte dat wij hen daar
konden ontmoeten.
Op weg naar zijn hotel liepen mijn vrouw en ik over de ‘Pont
Neuf’ en genoten van Parijs, de meest romantische stad ter
wereld. Het was de eerste zonnige dag van de lente en overal
zagen we koppeltjes arm in arm lopen en elkaar zoenen. Ik
had gelukkig mijn camera mee en schoot kiekjes van al die
verliefde mensen.
In de straat naar het hotel zag ik plots aan de overkant een
fotograaf met een grote telelens die zijn toestel op mij gericht
hield en mij volgde. Ik hield eerst mijn hand voor mijn gezicht
om te tonen dat ik er niet van hield dat mijn foto genomen
werd, maar kwam tot inkeer toen ik besefte hoe de rollen
omgedraaid waren. Ik neem zelf al jaren kiekjes van mensen
- weliswaar discreter, minder ‘in your face’. Ik stak mijn armen
uitnodigend naar hem uit: ‘Doe maar!’ De fotograaf liet zijn
toestel zakken en lachte. Het was Hedley...
Mijn jongste vroeg me of ik hem kon helpen met zijn examen
Nederlands. Iets over ‘kannibalistische uitdrukkingen’. Hij
legde me uit hoe het werkte: ‘Ik lust je wel rauw’ is een uitdrukking
die wil zeggen dat je niet bang bent voor iemand.
Hij moest het ook in de andere richting kennen: dat ‘ik ben
niet bang voor jou’ betekent dat je hem rauw lust. Andersom
vond hij moeilijker.
* * *
Vaak willen we voor onze kinderen wat we zelf vroeger leuk
vonden. Geeft ons een vertrouwd, veilig gevoel. Stel dat wij
zelf met virtuele spelletjes waren opgegroeid en als ouders
merkten dat onze kinderen ons voorbeeld niet volgden,
maar iets anders deden om zich te amuseren. Ze zouden
bijvoorbeeld van ’s ochtends tot ’s avonds kunnen bezig zijn
met het lezen van boeken - iets wat wij als kinderen zelf nooit
deden. Overal kinderen met hun neus in een boek. Verslaafd
aan literatuur. Ik kan me voorstellen dat het ons als ouders
bezorgd en zelfs angstig zou stemmen: “Zouden jullie misschien
eens met jullie Game Boys kunnen spelen?”
* * *
‘DIE HELLEN STEINE gehn durch die Luft, die hellweißen,
die Lichtbringer. Sie wollen nicht niedergehen, nicht stürzen,
nicht treffen. Sie gehen auf, wie die geringen Heckenrosen, so
tun sie sich auf, sie schweben dir zu, du meine Leise, du meine
Wahre -:’
Stenen andersom... Soms liggen er schatten onder.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT