Meer en beter
03/02
De Kern
De Vlaamse regering trekt in het kader van het kunstendecreet in een eerste ronde 1.516.750 euro uit voor specifieke projecten. Van de 155 aanvragen waaronder 6 Limburgse werden er 56 goedgekeurd waaronder één Limburgse. De vzw Het Vervolg, het projectencentrum van de mijnstreek, krijgt 15.000 euro voor het multidisciplinair project “The owners of the Land”. Dat betekent dat Limburg goed is voor amper 1 procent van de Vlaamse projectsubsidies.
Ook bij de verdeling van de klassieke weerkerende werkingssubsidies voor de meest diverse kunstvormen (architectuur, beeldende kunst, dans, theater, muziek…) zit Limburg niet meteen op de eerste rij. De laatste jaren ging het gemiddeld om 4 procent.
Onderbedeling
In de wetenschap dat we met 850.000 Limburgers zo’n 15 procent van de Vlaamse bevolking uitmaken, zou men kunnen spreken van een onderbedeling. Schande? Discriminatie? Laten we niet te snel ons Calimero-jasje aantrekken. Er zijn ook een aantal objectieve verklaringen. Zo gaan er nogal wat subsidies naar wat we kunnen omschrijven als Vlaamse instellingen – we denken dan heel in het bijzonder aan theater- en dansgezelschappen – die ook de Limburgse cultuurhuizen aandoen.
Het is ook zo dat cultuurinitiatieven gemakkelijker gedijen in grote steden. Artiesten van allerlei slag trekken veelal naar de grotere steden, zoeken elkaar op, inspireren elkaar, nemen samen initiatieven. Er is wat men noemt een culturele scène. Limburg heeft geen echt grote steden. Hasselt en Genk, onze twee centrumsteden, hebben vele troeven, het is er aangenaam wonen, maar het zijn géén kunststeden. Er moeten eerst initiatieven zijn voor men subsidies kan claimen.
Sterk merk
Dit alles hoeft geen reden te zijn om bij de pakken te blijven zitten. Integendeel. Limburg heeft de ambitie een sterk merk te zijn. We moeten die ambitie in alle domeinen hebben, ook cultureel. En niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Neem nu de projectsubsidies. Die gaan alleen naar projecten die vernieuwend, bovenlokaal en van een uitzonderlijk niveau zijn. De projecten worden beoordeeld door een onafhankelijke jury waar óók Limburgers in zetelen.
Minister van Cultuur Joke Schauvliege volgt die adviezen altijd. Men kan haar niet beschuldigen van favoritisme. Met andere woorden, wij moeten als Limburgers onze culturele lat hoger leggen. En, laat dit een oproep zijn, we moeten als Limbugers ook meer van cultuur willen genieten, al eens vaker een tentoonstelling bezoeken of naar een voorstelling gaan. De wisselwerking tussen vraag en aanbod zorgt altijd voor meer en beter.
Eric DONCKIER