Griekse chaos
11/02
De Kern
Na enkele weken bedrieglijke rust is de eurocrisis terug op de plek waar ze losbarstte: in de chaos van Griekenland.
Het is dus weer gespannen afwachten of het Griekse parlement de komende dagen instemt met het ingrijpende besparingsplan waarover de regeringspartijen het na lang onderhandelen, over vele deadlines heen, eens werden. De besparingen zijn hard en ze komen bovenop pijnlijke maatregelen die al flink in de inkomens of de uitkeringen van miljoenen gewone Grieken gesneden hebben. De gevolgen daarvan blijven niet uit.
Zo kan een stijgend aantal Griekse kinderen wegens gebrek aan een gezonde voeding niet meer volwaardig mee op school. Onaanvaardbaar is dat, een schande dat we dat in een Europees land laten gebeuren. En toch. En toch zijn die besparingen en hervormingen absoluut noodzakelijk en onvermijdelijk.
Een voorbeeld. De Griekse regering heeft er zich toe verbonden om dit jaar nog 15.000 ambtenaren naar huis te sturen. Voor de betrokkenen zonder twijfel een harde slag. Maar daar staat tegenover dat Griekenland met zijn tien miljoen inwoners een ambtenarenapparaat van één miljoen personen onderhield. Een absurde situatie, vooral als je weet dat de Griekse staat niet in staat was om een werkende belastingdienst of een betrouwbaar kadaster uit te bouwen.
Griekenland staat voor enorme opgaven. Ook als het parlement straks voor de besparingen stemt en de eurogroep met de 130 miljard noodhulp over de brug komt, is het land niet gered van het dreigende staatsbankroet. De Grieken zullen de komende jaren door een diep dal moeten, door een periode van aanpassing.
En dat kunnen ze niet alleen. Het staat wel streng en ferm als een Nederlandse minister van Financiën zegt dat de duimschroeven nog eens aangedraaid moeten worden. Misschien hoort een deel van zijn achterban dat graag. Maar met dat soort folterkamerpraat is uiteindelijk niemand iets gebaat. Griekenland moet hervormen en besparen tot het blauw ziet - maar het moet ook kunnen opbouwen.
Daarvoor is Europese solidariteit nodig. Een muntunie is altijd ook een solidariteitsgemeenschap waarin de sterkeren delen met de zwakkeren. Er bestaat geen muntunie die niet ook een transferunie is. Het sterkste land in onze unie, Duitsland, leidt het verzet tegen die realiteit, bijvoorbeeld door het afwijzen van euro-obligaties.
Vroeg of laat zal het dat verzet moeten opgeven. Alleen dan kan vermeden worden dat de euro de splijtzwam van Europa wordt, het begin van het einde van de Europese droom.
Marc VAN DE WEYER