Diamantgate
11/01
De Kern
Het Antwerpse parket-generaal heeft een huiszoeking laten uitvoeren bij het Antwerpse parket van eerste aanleg. Meer concreet werd het kantoor van magistraat Peter Van Calster doorzocht. Peter Van Calster heet een briljant magistraat te zijn die als geen ander de mechanismen van kasgeldfraude weet te ontrafelen. Hij vlooit nu al zeven jaar alle grote fraudezaken in de Antwerpse diamantsector uit.
Niet zonder succes. Zo betrapte hij, met medewerking van de Bijzondere Belastinginspectie, meer dan 200 Antwerpse diamantairs met geheime bankrekeningen bij de Zwitsers bank HSBC. Daarop zou meer dan een miljard euro zwart geld staan.
Huiszoeking
Wanneer het parket-generaal een huiszoeking laat uitvoeren in het kantoor van Peter Van Calster, dan doet dat uiteraard de wenkbrauwen fronsen. Waarom doet het parket-generaal dat? Om Van Calster tegen te werken? Om de Antwerpse diamantsector niet te schaden wegens van te groot economisch belang voor de havenstad?
Omdat er vriendendiensten moeten bewezen worden? Dat lijkt voor de hand te liggen. Maar misschien is er ook iets anders aan de hand. Het is namelijk zo dat het parket-generaal ontdekte dat er verschillen zijn tussen het officiële dossier en een kopie van dit dossier. Hoe kan dat nu? Zijn er onopzettelijk vergissingen gebeurd? Of is er opzet in het spel. In dat geval kan er sprake zijn van schriftvervalsing.
Onopzettelijke vergissing
Het feit dat Peter Van Calster niet van de zaak wordt gehaald en niet geschorst wordt, lijkt er op te wijzen dat het parket-generaal uitgaat van een onopzettelijke vergissing. Dit kan wel verstrekkende gevolgen hebben. Wanneer blijkt dat er fouten zitten in het onderzoek en in het dossier, dan kan men er gif op nemen dat het proces tegen de diamantairs een procedureproces wordt. Mensen met veel zwart geld hebben immers ook genoeg geld voor dure procedureadvocaten.
Het resultaat zou dan wel eens kunnen zijn dat het peperdure proces eindigt op een sisser, met relatief kleine boetes en weinig recuperatie voor de Belgische schatkist. In dat geval is een minnelijke schikking interessanter. De procureurs Herman Dams en Yves Liégeois zijn hier voor, zij bekijken als managers de zaak economisch. Peter Van Calster heeft daar weinig oren naar. Als voormalig politieman vindt hij dat alle boeven uiteindelijk voor de rechtbank moeten verschijnen.
Wat is er uiteindelijk aan de hand? Michel Jordens, die we kennen van het parachuteproces, moet nu de zaak uitklaren. We rekenen er op dat hij dit snel en efficiënt doet. Justitie moet boven elke verdenking staan.
Eric DONCKIER