Kinderen van laaggeschoolde moeders hebben vaker bijzondere zorgnoden
28/12/'11
Wetenschap
Gezinnen met een laaggeschoolde moeder hebben bijna
driemaal meer kans een kind te hebben met "bijzondere zorgnoden"
(30,3 procent) dan hooggeschoolde gezinnen (11,1 procent). Tot dat
verschil komen de onderzoekers Leen Sebrechts en Jef Breda van de
Universiteit Antwerpen, zo berichten de Corelio-kranten
woensdag.
De onderzoekers gaan uit van een ruime definitie van "bijzondere
noden". Naast een fysieke of mentale handicap, gehoor- en
gezichtsproblemen en autisme worden ook langdurige ziekte, psychische problemen, problemen met leren, emoties en gedrag in aanmerking genomen.
De wetenschappers noemen de scholingsgraad van het gezin en vooral
van de moeder "de verre oorzaak": ze werkt niet altijd rechtstreeks.
Er spelen nog andere elementen mee, maar die hangen vaak ook weer
samen met die lage scholingsgraad.
Zwangerschap
Een lage scholing maakt de moeder zelf minder gezond. Hooggeschoolde vrouwen (en mannen) leven langer en leven veel langer in gezonde toestand. Dat heeft te maken met de woon-, leef- en werkomgeving.
Scholing leidt evenwel ook tot meer (kennis over) gezond gedrag,
eveneens tijdens de zwangerschap, tot een betere kennis van de gezondheid
van het kind en tot een betere opvolging van medische en andere problemen.
Nog een vaststelling is dat dit soort zorgnoden vaker voorkomt in
gezinnen met maar één ouder. Ook opvallend is dat gezinnen met
kinderen met dergelijke noden gemiddeld niet armer zijn dan gezinnen van
dezelfde scholingsgraad met kinderen zonder zorgnoden.